"U kunt uw pin-code invoeren, jongedame."
"Dank u wel."
"Ik mag u toch wel jongedame noemen?"
"Ga gerust uw gang."
"Zo oud bent u immers nog niet."
"Welnee."
"Nog best een jongedame."
"Ja, hoor."
"Pas ergens in de dertig."
"...?"
"Toch? U bent toch nog maar 34 of 35 ofzo?"
"...!"
"Hm, goed, prettige Paasdagen."
"Ja, bedankt, hè."
...schenen sommige mensen te worden van die kleine lettertjes. Zo beter?
Ik ben helemaal niet zo iemand die vindt dat je je beste vrienden dagelijks moet zien. Ik vind het geen probleem als ik vrienden die in een andere stad wonen en ook een drukke baan hebben, soms ns een paar maanden helemaal niet zie of spreek. Ga ik echt niet zitten wachten, of gepikeerde mailtjes sturen. Welnee! Ik vind het juist des te leuker als ik dan wel weer wat van ze hoor. Dan heb je tenminste wat bij te kletsen. Net belde er bijvoorbeeld zon goeie vriend, die ik al in geen tijden meer heb gezien, om wat af te spreken. Dat is leuk! Gezellig! Toevallig, ik zat er net aan te denken om hem een mailtje te sturen! Vertelt-ie plotsklaps dat hij inmiddels alweer een tijdje samenwoont. Met iemand die ik nog maar één keer heb gezien. Hallo! Als het om dit soort belangrijke ontwikkelingen gaat, wil ik misschien niet direct om advies gevraagd (liefst wel natuurlijk), maar toch op zn minst op de hoogte gehouden worden. En niet pas ingelicht als het al weer lang oud nieuws is. Nu ben ik op de vroege vrijdagavond helemaal van mijn apropos.
Nu precies een jaar en een kwartaal geleden ben ik begonnen als zelfstandig ondernemer. Dat is spannend en heel stoer. Ik ben mijn eigen baas en baas over mijn eigen tijd. Ik kan zomaar zonder overleg beslissen om twee keer in de week overdag te gaan sporten met een paar vriendinnen die ook geen negen-tot-vijf-baan hebben. Niemand die op mn vingers kijkt en bepaalt wat ik doe en hoe dat moet. Ik werk in mijn eigen leuke huis met m'n eigen leuke tuin. s Morgens zet ik een pot koffie, de kat gaat naast me liggen en ik begin. Als ik geen afspraken heb, hoef ik me geen zorgen te maken over kreukels in mn broek of vlekken op mn shirt. Ik sta zelden in de file. Ik doe iets waar ik goed in ben en wat ik leuk vind. Ik heb geen vervelende collegas. Iedere maand gaat het een stukje beter en langzaam wordt het echt. Ik heb mijn eigen visitekaartjes en mijn eigen briefpapier. De mensen voor wie ik werk, zijn blij met wat ik doe en huren me graag nog eens in. Ze betalen meestal iets te laat, maar ze betalen en daar gaat het om. Ik mag niet klagen, want ik heb het voor elkaar. Mijn baan is welbeschouwd een groot feest. Voor jezelf beginnen dus, ik kan het iedereen aanraden. En toch, en toch, en toch... Soms voel ik me in mijn eenmanszaak wel heel alleen.
Het is zo verschrikkelijk frustrerend als je iets wil en je weet precies hoe het moet, en je weet zeker dat als je het zo doet, dat het dan doet wat je wil dat het doet, het kan niet anders, want je hebt het heel goed uitgekiend en zelfs ook getest, er is geen andere mogelijkheid dan het zo doen, en dan doe je het zo, precies zo... en dan werkt het niet! Oow! Schoppen wil ik nu! Ergens tegen! Heel hard! Zodat iedereen weet dat ik hier helemaal niet tegen kan! Helaas is er niemand in de buurt die me kan zien en ik heb ook niet zoveel zin om mijn voet te bezeren.
Auw, auw, auw, auw, auw, auw, auw, auw, auw, auw, auw! Pfff! Mijn kuiten hebben mijn andere ledematen opgehitst om ook te gaan staken...
De boodschap die mijn kuiten me geven is aangekomen. Een lange winter vol griep hef je niet op door één ochtend als een idioot te gaan steppen, fietsen en rennen op levels waarvan je voorheen niet eens wist dat ze op de apparaten in de sportschool zaten. Ze zijn nu in een soort van staking, mijn kuiten. Halverwege de trap deden ze niet meer echt mee. Als ik nu alleen maar aanstalten maak om van mijn bureaustoel op te staan, beginnen ze luidkeels te protesteren. Het zijn ook verwende dingen, zeg! De eerste keer dat ik echt wat van ze vraag dit jaar en meteen zeuren, miepen en auw roepen. Ze zullen nog 'ns wat gaan meemaken met alle goeie voornemens op het gebied van lichaamsbeweging die ik voor deze zomer heb gemaakt.
07.15 ... Amerikaanse vice-president Cheney...
07.24 ... In Italië zijn...
07.33 ... gaat over de schizofrene John Nash...
07.42 ... Er staat file tussen Oog in Al en...
Degene die de snooze-knop op radiowekkers heeft uitgevonden verdient een prijs. Ik ben dol op snoozen. Op geen ander moment kan ik het warme plekje in m'n bed, m'n kussen en m'n dekbed zo waarderen als tijdens het snoozen. Even tussen m'n oogharen doorkijken of het al licht en leuk genoeg is om op te staan, en dan toch nog maar een klein dutje doen. Negen minuten waarin ik niet echt slaap, maar toch ook niet echt wakker ben, waarin dromen van de nacht zich vermengen met de berichten op de radio en gedachten over de dag. Snoozen is het toetje van slapen. Ik vind snoozen zo fijn, soms zet ik gewoon de wekker in het weekend, zodat ik zo lang kan snoozen als ik wil. Toen ik mijn vriendje pas nieuw had, heeft-ie op een werkdag een keer per ongeluk op de uitknop van de wekker gedrukt, in plaats van op de snooze-knop. Moest ik in een keer klaarwakker zijn en eigenlijk opstaan. Je mag dan natuurlijk niet meer indommelen, want dan is het risico op verslapen te groot. Veel te abrupt, dat kan niet gezond zijn. Ik heb toen nog gevraagd of hij om de negen minuten iets in actueels in mijn oor wilde zeggen, of een populair liedje wilde zingen, en dan weer stil zijn als ik op zn hoofd tikte, maar op de een of andere manier was dat toch niet hetzelfde. Heb ik niet gesnoozed, dan word ik zo onbarmhartig de dag ingeslingerd, dat het eigenlijk de rest van de dag niet meer goed komt. Dan valt opeens alles rauw op m'n dak. Snoozen is de overgangsfase tussen slapen en wakker zijn. Tijdens het snoozen groei ik de dag in, dan kan ik er langzaam aan wennen dat er een weer een tijd van waken en werken aankomt. Ik zou nog veel meer kunnen vertellen over snoozen. Ik verheug al bijna weer op morgenochtend. Als ik nog niet hoef op te staan, maar de wekker al wel afgaat. Ik zou bijna zeggen: een dag niet gesnoozed...
Sinds de jaarwisseliing staat er een fles champagne te wachten op een bijzondere gelegenheid. Vandaag deed-ie zich voor: ik heb een nieuwe digitale camera, een nieuwe staafmixer en een nieuwe waterkoker gekocht, mijn liefste is terug van zijn ski-vakantie, het is lente, de zon heeft de hele dag geschenen, mijn huis is fris en opgeruimd en we gaan er een superleuke avond van maken! *Hips*
Wacht, dit moet volgens mij in een andere volgorde. Dus: mijn liefste is terug van skivakantie, mijn huis is en fris en opgeruimd en ik heb een nieuwe digitale camera, staafmixer en waterkoker gekocht! (Het was eerst in chronologische volgorde, nu in volgorde van belangrijkheid.)
Het begon ongeveer anderhalf jaar geleden met de letters op mijn nieuwe visitekaartjes. Sindsdien heb ik wat met roze. Schaf ik iets aan, dan kijk ik eerst of er een roze uitvoering van bestaat. Zo heb ik inmiddels roze schoenen, een roze winterjas, twee roze broeken, verschillende roze shirts en truien, roze ondergoed, roze briefpapier, een roze sleutelhanger, roze pantoffels, twee roze tassen, roze toiletpapier en een roze log. Soms wijk ik iets uit naar paars of bordeaux, maar mijn voorkeur ligt altijd bij roze. Ik weet niet waarom. Ik vind roze niet eens echt mooi. Een kleur voor meisjes van 12 jaar met blonde vlechten die nog met Barbies spelen. Zoet en kinderachtig. Toch blijft de aantrekkingskracht van roze onweerstaanbaar. Gisteren moest ik halsoverkop naar de kantoorspeciaalzaak vanwege een lege toner. Natuurlijk - tenslotte kom je niet elke dag in de kantoorspeciaalzaak - kwam ik met veel meer handige kantoorspullen terug dan alleen een nieuwe printertoner. Een plastic tasje vol. Naast een rolletje plakband en een flesje Tipp-ex, kwamen er vijf blokjes roze Post-it-papiertjes uit, twintig roze dossiermapjes, een stapeltje roze doorkijkmapjes, een pakje roze systeemkaarten en vier roze pennen die ook nog ns roze schrijven. Het is maar goed dat de kleur van de artikelen niet op het bonnetje vermeld wordt. Ik was tamelijk onthutst. Dit is dus de grens. Ik moet hier ingrijpen, anders rijd ik straks rond in een roze auto, besluit ik mijn huis roze te schilderen, verf ik mn haar roze en neemt niemand me meer serieus. Vanaf nu koop ik alles in een volwassen, stoere kleur. Ik dacht zelf aan groen.
"Wat vind je ervan?"
"Je weet dat je er doorheen kunt kijken?"
"Ja, je moet er een hemd onder denken."
"Oh ja."
"Vind je 'm leuk?"
"Die mouwen zijn wel wat lang."
"Dat hoort."
"Vind je dat niet onhandig?"
"Nee."
"Als je een stukje moet typen?"
"Dan doe ik ze een beetje omhoog."
"Hm."
"Dus?"
"'t Lijkt me niet echt lekker warm."
"Nee, het is een zomerbloes."
"Dan nog. Voor iemand die altijd blaasontsteking heeft.."
"Je krijgt geen blaasontsteking van een dunne bloes."
"Wie zegt dat?"
"Weet ik veel. Vind je hem nou mooi?"
"Tja."
"Nou?"
"Hij staat je wel leuk, hoor."
"Maar?"
"Ik vind het toch een soort vod."
Ik was zelf nooit op het idee gekomen om
Shrek te huren, want computeranimatiefilms met rare mannetjes zijn meestal niet aan mij besteed. Maar Mike
zei dat ik blij zou worden van Shrek, dus daarom toch maar meegenomen. Shrek is een mooi sprookje over een groen knorrig monster dat samen met een opdringerige pratende ezel een prinses uit een toren bewaakt door een draak gaat bevrijden. Niet zo zoetsappig als Disney. Wel heel mooi, grappig, ontroerend, knap gemaakt en best spannend. Thanks Mike. Leuke film. Shrek zelf deed me trouwens vaag aan een ex-vriendje denken... Als je die oortoetertjes wegdenkt...
Mijn broertje is normaal jarig op de eerste lentedag (21 maart) en dat maakt hem een beetje bijzonder. Maar dit jaar valt de
astronomische lente op 20 maart. Dat wist ik omdat ik het van Irene heb gehoord. Irene van Carlo, van Carlo en Irene van
Life & Cooking.
Even terzijde: Carlo en Irene hebben het op mijn zondagmiddag met dikke voorsprong gewonnen van Hanneke en Paul, die ik met z'n tweeën simpelweg slaapverwekkend vind. Ik moet voortdurend wegzappen en dan kom ik dus bij Life & Cooking terecht waar Carlo en Irene en superkok Rudolph met iedere week een andere kleur haar er een feestje van bouwen met de allerB'ste B-gasten die ze konden vinden en de allernietszeggendste onderwerpen die ze konden bedenken, maar een partij gezellig! (Lekker eten ook!) En zo weet ik nu dus mooi wel dat de lente dit jaar niet op 21, maar op 20 maart begint. En dat is morgen!
Het lentegevoel borrelde vandaag al. Bij mij tenminste en om me heen ook. Vanmorgen was ik op een terugkerend maandagmorgenoverleg (op dinsdag ja, zo is dat nu eenmaal gegroeid) en voor het eerst in maanden gingen we opgewekt met elkaar in conclave. Werden er plannen gesmeed. Notulen gemaakt. Data geprikt. Deadlines bedacht. Spijkers met koppen geslagen. Enzovoort. Ik reed terug en daar stonden berichten op de beantwoorder met ideeën en afspraken. Er lagen mailtjes in mijn mailbox van nieuwe mensen met nieuwe concepten en nieuwe opdrachten. Ik had daarna nog een afspraak die, om een lang verhaal kort te maken, al even optimistisch verliep en ik ging tot slot feestelijk eten bij m'n liefste vriendin, die vandaag nog eens extra lief, gezellig en grappig uit de hoek kwam. Het begint een mierzoet stukje te worden, maar dat is ook waar het om gaat: lentegevoel! Vlinders en zonneschijn! Bloemetjes en de geur van versgemaaid gras! Zomerjurkjes en zonnebrillen! Bier! Wijn! Champagne!
Er waren op deze fijne dag twee dingen die dat lentegevoel een klein beetje in de weg stonden. Eén: ik moest mijn broertje vertellen dat zijn verjaardag dit jaar niet samenvalt met de vrolijkste dag van het jaar. (De teleurstelling was groot.) Twee: in al mijn euforie kon ik geen sigaret opsteken, omdat ik sinds 1 september al niet meer rook. Maar what the heck! Morgen is het lente!
"Toen ze weggingen, zeiden ze nog gedag." Dat vertelde een juwelier op televisie net aan Paul Witteman. Hij was 27 minuten onder schot gehouden door twee mannen terwijl ze zijn winkel leegroofden. Toen ze weggingen, zeiden ze nog gedag. Niet om te pesten, maar meer uit beleefdheid. Transactie voltooid. Tot ziens.
Een paar jaar geleden werd het appartement waarin ik woonde leeggeroofd, toen ik een nachtje weg was. Waarschijnlijk door een bende, meende de politie. "Kunnen die mensen zelf geen werk zoeken?", vroeg ik verontwaardigd en natuurlijk nogal dom. De agent glimlachte en zei: "Dit ís hun werk." Ik was woedend op die inbrekers. Niet om het geld, dat kreeg ik voor het grootste deel terug van de verzekering. Maar omdat het míjn spullen waren. Daar had ik voor gewerkt en gespaard, ik had ze zorgvuldig uitgezocht bij de winkel. Een hele middag was ik beziggeweest met het programmeren van míjn video en in de camera zat nog een rolletje met míjn vakantiekiekjes. Ik vond het ronduit onbeschoft dat ze dat alles zonder vragen of begeleidend briefje van me afpakten.
Het is niet de laatste keer dat er wat van me is gestolen en individuele criminelen laten me inmiddels bijna koud. Ze jatten niet van mij persoonlijk, maar omdat het hun werk is, weet ik nu, en het is aan mij om voortdurend te zorgen dat ze hun werk niet kunnen doen. Dat wil zeggen niet ten koste van mij. Ik heb me er ook bij neergelegd dat dat niet altijd lukt, je kunt niet altijd even alert zijn. Bovendien kun je het simpelweg soms niet voorkomen.
Mijn auto is zes keer opengebroken, terwijl ik maar twee keer achteloos het frontje van mijn radio erin heb laten zitten. Dat zijn vier teleurgestelde inbrekers, tot mijn genoegen, maar inmiddels zijn mijn beide portieren wel gemold. Wat doe je eraan? De auto niet meer afsluiten is een optie, maar dat voelt ook zo raar. Uiteindelijk heb ik besloten tot een maatregel die ik tot nu toe verafschuwde: een briefje om te melden dat er in deze auto niks te halen valt. Het is ontzettend suf, maar voor beide partijen wel zo efficiënt. Dieven, deze auto is écht leeg, staat er nu al een paar weken achter de ruit te lezen. Met vriendelijke groet, de eigenaar. Als zij zo zakelijk bezig zijn, ben ik het ook.
Oestervergiftiging kun je kennelijk ook krijgen als je geen oesters hebt gegeten. Wees blij dat ik gisteren heb verzuimd een stukje te schrijven. Geloof me; het was een onsmakelijk verhaal geworden. Ik ga nu na na meer dan 35 uur heel voorzichtig proberen een hapje te eten. Wish me luck.
Zo'n vrolijk groen scherm dat je opgewekt vertelt:
Your imood Has Been Updated!
You are now feeling bleh.
Inderdaad ja. Bleh is hoe ik me voel. Geen betere omschrijving voor mijn gemoedstoestand dan bleh.
Eigenlijk wil ik ook van die kopjes boven mijn stukkies af. Ik vind ze niet echt nodig. Ik vind het een beetje overdreven om elke zinloze mededeling een nog zinlozere titel te geven. Die dan ook nog eens vetgedrukt en een paar punten groter is. Maar ik ben bang dat het er opeens vreselijk saai uitziet zonder die kopjes. Misschien moet ik eerst het vetgedrukte en de grootte maar eens verhelpen. Scheelt het al als de kopjes gelijkwaardig van uiterlijk zijn aan de logjes.
Update: formaat van de kopjes aangepast. Beter. Laat het voorlopig maar even zo.
Een goed begin is het halve werk. Als ik nu eens ga proberen goed te beginnen, in plaats van dat halfslachtige. Dan krijg ik vast nog wel het een en ander voor elkaar vandaag.
Dat je twaalf verschillende schermpjes open hebt staan, in vier ben je aan het lezen, in twee aan het schrijven, de andere zijn ook ooit om een goede reden geopend, je hebt nog niks opgeslagen en opeens doet je muis niet meer mee. Dat voelt ongeveer hetzelfde als wanneer je auto afslaat op het drukste kruispunt van de stad. Gelukkig raak ik in dit soort situaties niet in paniek, ga ik niet als een wilde op willekeurige knoppen drukken en ook niet op de muis hameren met diverse voorwerpen. Rustig en beheerst zoek ik de oorzaak van het probleem. Een draadloze muis heeft zo nu en dan nieuwe batterijen nodig.
Aanvulling: Natuurlijk kun je dan nog best een tijdje voort door telkens als het pijltje weer eens verstijft de batterijen uit de muis te halen, even te bewegen, en er weer terug in te doen, maar er komt een moment dat je echt de deur uit moet om nieuwe batterijen te halen.
Mijn lieve vriendje is dus ziek en omdat ik zelf ook vreselijk lief ben, ging ik braaf naar hem toe om voor hem te zorgen. Gezellig, dacht ik nog. Eerst even naar de winkel. Allemaal lekkere dingen gehaald. Pasta met broccoli en kaassaus. Flesje wijn. Megagroot Milka-paasei voor bij de koffie. Ook alvast twee Twin Peaks-banden in mijn tas gestopt. Blijkt dat zieke mensen dus helemaal niet gezellig zijn. En dat dit specifieke zieke mens niet eens heel erg op mijn zorg en aandacht zat te wachten. En al helemaal niet op lekkere dingen. Voor de tagliatelli haalde hij z'n neus op en van het ei wilde hij ook niks weten. Mijn grapjes en imitaties van zijn vreselijk lijden vond-ie maar een paar minuutjes een heel klein beetje leuk. Nou, zelf was-ie anders ook niet bijster humoristisch en onderhoudend. Zat daar maar half te dommelen op de bank. Als ik wat wilde zeggen moest-ie eerst weer helemaal wakker worden. Saai. Tv-kijken naast een slapend iemand is veel rotter dan tv-kijken in je eentje. Ik verveelde me behoorlijk. Iemand die al twee dagen misselijk is een glas whiskey aanbieden is ook maar een keer leuk. Ik had wel wat werk naar mezelf gemaild, maar de bijbehorende papieren niet bij me, dus daar kon ik ook geen afleiding in vinden. Op de televisie was op het ene net een huilfilm met Sandra Bullock en op de andere netten Pim Fortuyn. Mijn lieve zieke vriendje ligt inmiddels al ruimschoots te slapen. 'k Ga ook maar eens die kant op. Maar hopen dat-ie morgen weer beter is. Want dit is niks.
Mijn lieve vriendje is ziek. Hij heeft voedselvergiftiging en daardoor de hele nacht niet geslapen. Gelukkig was hij in z'n eigen huis, anders had ik zelf misschien ook wel wakker gelegen. Mijn broertje en zijn vriendinnetje zijn ook ziek. Geen oog dicht gedaan, overgeven, toestanden. Sneu hoor. Sinds deze morgen is mijn vader - die nog wat langer in Frankrijk is gebleven - ook ziek. De argwaan van mijn moeder werd gewekt toen hij haar zijn croissantje aanbood. Inmiddels ligt hij in de auto als een zak aardappels op de achterbank en zo ziet-ie er volgens m'n moeder ook uit. Voor hem is het nog het allerzieligst, want hij zou vanavond naar een concert in Brussel gaan en hij had zich daar erg op verheugd. Als een ware Sherlock Holmes heb ik de aanstichters van al dit leed weten te ontmaskeren. Het waren de oesters van het voorgerecht, toen we konden kiezen tussen oesters en ganzenlever. De drie grootste oesterliefhebbers zijn geveld net als degene die voor het eerst een oester heeft geprobeerd, mijn vriendje dus. Gelukkig is oestervergiftiging eigenlijk niks ergs. 'Behandeling is in de meeste gevallen van een Vibrio parahaemolyticus-besmetting niet noodzakelijk' zo las ik op een gezondheids-site. 'Het ziektebeeld is zelden ernstig en de ziekte gaat gewoonlijk na een dag of drie vanzelf over.' Dus jullie hoeven je geen zorgen te maken, papa, P., C. en V.! Maar ja. Ellendig blijft het natuurlijk wel.
Deze nacht heb ik overleefd. Geen last van dieven en inbrekers. Ben maar één keer naar beneden geslopen om te checken of er iemand een poging deed binnen te komen. Buiten ligt de vorst nog op de daken, maar de zon doet tenminste zijn best er wat vrolijks van te maken. Kopje thee, bakje yoghurt, aan de slag.
Ik ben een plan aan het maken om de tuindeuren te barricaderen. Want wat als het helemaal geen vriendelijke dief was, maar juist een gemene die nu weet hoe hij zonder lawaai en beschadiging mijn tuindeuren kan openen? Die gisteren alleen maar de voorbereidingen voor zijn inbraak heeft getroffen en vanavond zijn slag komt slaan? Zo'n onguur type dat met een lapje om zijn hoofd of voor zijn oog (dat doet er voor het verhaal even niet zoveel toe) de trap komt opgeslopen met niets dan kwaads in de zin terwijl een groot mes blikkert tussen zijn tanden? Kijk, dat kan natuurlijk allemaal best, maar ik ga me daar niet door uit het veld laten slaan. En ik ga er zeker niet van wakker liggen, ook al word ik nu wel weer een beetje zenuwachtig. Ook zonder man in huis sta ik mijn mannetje. Ik ben die boef namelijk te slim af. Niet voor niets heb ik alle afleveringen van MacGyver gezien. Paperclips, nietjes en plakbandjes in de aanslag (ligt het aan mij of gebruikte MacGyver voornamelijk kantoorartikelen bij zijn constructies?) Emmers water, meelbommen en groene zeep staan deze schurk te wachten en er is geen ontsnappen mogelijk! Ik kan rustig gaan slapen en ik hoef morgen alleen maar te kijken wie er in mijn val is gelopen. Dan lever ik hem uit aan de politie, zet ik een extra Axa-slot op de tuindeuren (of twee) en is dit gevaar ook weer bezworen.
Het klinkt misschien wat vreemd, zeker nu het al tegen vijven loopt, maar ik kan vandaag maar moeilijk aan de slag komen. k Ben al minstens vier keer begonnen met het ordenen van de inhoud van verschillende mapjes, het lezen van de nodige informatie en het openen van 'leeg document'. De beslissing welk mapje het meeste haast heeft valt me zwaar, de informatie blijft niet erg hangen en het lege document blijft vreselijk leeg. Dat schiet geen steek op zo. Ondertussen ben ik het hele internet al drie keer rondgesurfd en heb ik vijf keer gecontroleerd of de tuindeuren echt niet geforceerd zijn. Maar nu moet ik als de wiedeweerga beginnen, wil ik de belofte kunnen nakomen die ik vanmorgen nog optimistisch maakte. Voor de goede orde: voor het einde van de dag is bij mij voor het einde van de dag. En niet voor het einde van de kantoordag of voor het einde van de middag. Zo bekeken heb ik gelukkig nog even.
Blufpoker:
Speler 1: "k Heb hier een bekertje vol met negers en tieners."
Speler 2: "Pas maar op, straks gaan ze paren."
Speler 3: "En daar komen halftieners van."
Speler 4: "Ook wel vijvers."
Natte sokken:
Mama: "Ja, zo willen die sokken natuurlijk nooit droog worden."
S. (7 jaar), vertwijfeld: "Kunnen sokken dat wíllen?"
Mag niet:
Mama: "Dat mag niet!"
E. (4 jaar): "Mag niet, dat ken ik niet. Dat is geen goed Nederlands."
Maar ik ben nu wel voor het eerst aan de kust van Normandië geweest en wat er in de reisgidsen staat is waar: de heuvels en de krijtrotsen, de vergezichten en kustlijn, het is er allemaal even prachtig. En verder: jeu de boulen in de zon, verdwalen in het bos, lezen bij de open haard, met z'n veertienen aan het drie-gangen-diner, een dam bouwen en blufpokeren, wijn en kaas. Hier regent het, de kinderen op het schoolplein waarop ik uitkijk maken ruzie en ik moet hard aan het werk. Vier dagen was weer eens te kort.
Kom je thuis, moe van vier dagen gezelligheid, duf omdat je in de auto in slaap bent gevallen, slaperig omdat je nog lang niet bent uitgeslapen, staan de tuindeuren wagenwijd open. Terwijl je zeker weet dat alles bij vertrek goed was afgesloten. Je hebt het minstens drie keer gecontroleerd. Er is niks weg, het is zelfs niet duidelijk of er iemand is binnengeweest. Maar die deuren gaan niet vanzelf open. Het is een raadsel. Ik begrijp er niets van. Het enige wat ik kan bedenken is dat een vriendelijke dief mij heeft willen laten zien dat ik echt wat aan de sloten hier moet doen, dat ik het hen zo wel erg makkelijk maak om een kraak te zetten.
Soms heb je van die dagen dat het er even bij inschiet om achter de computer te kruipen, doordat je het veel te druk hebt met pakken, rennen en regelen, omdat je 's avonds wordt verwacht in een klein kasteeltje aan de kust van Normandië! Niet? Nou, ik wel dus!
Hè? Ik heb exact zo'n paar in de kast staan! Maar ik ben helemaal niet sassy! Voel me nu toch een beetje in de gaten gehouden.

I'm the pink Doc Marten...
I'm sassy and always in touch
with my feminine side
Which Doc Marten are you?
(by *coffeebean*)
Via
Puck
Er viel iets op de grond toen ik net de was de uit de droger haalde. Het leek op een pluisje en dat zou ook logisch zijn, want versgedroogde was geeft soms pluisjes af is mijn ervaring. Nader onderzoek wees uit dat het geen pluisje was, maar een hele grote hommel! Dood, maar verder nog in uitstekende conditie, in het bezit van vleugels en ledematen. Nou, dat heb ik nog nooit meegemaakt, dat de was doen dooie insecten oplevert als bijverschijnsel. En zeker geen hommels! Waar komt die hommel vandaan? Het is toch nog lang geen hommeltijd? Hoe komt dat beest tussen mijn kleren terecht? Hoe kan het dat hij na een was- en droogbeurt nog helemaal compleet is en duidelijk herkenbaar als zijnde een hommel? Wie een verklaring heeft, verzoek ik vriendelijk te reageren.
Voor mn neus ligt een berg papierwerk, voornamelijk opgebouwd uit nog te betalen rekeningen. Vandaag moet ik er voor zorgen dat die berg verdwijnt of in elk geval fors slinkt. Dat heb ik mezelf beloofd. Belofte maakt schuld - ook als je wat aan jezelf belooft! - en daarom ben ik al de hele dag een beetje zenuwachtig. Ik vind administratie doen namelijk een verschrikkelijke rotklus, vergelijkbaar met naar de tandarts gaan. Iets wat je ellenlang blijft uitstellen en waarvoor talloze smoezen zijn te verzinnen. Administratiedagen zijn derhalve de productiefste dagen van de maand. Ik heb al twee wassen gedraaid, een enorme afwas gedaan, al mijn e-mail uitgebreid en volledig beantwoord en de overige bureauklusjes geklaard. Het is hier fris en stralend, mijn bureau is leeg op die vervelende papierberg na. Ik kan bijna niets meer bedenken wat mij ervan zou kunnen weerhouden mijn administratie te gaan doen. Behalve dan dat de Remember me-knop in het reageerding van dit log nog steeds niet werkt. Onlangs heb ik daarover
Bob, de uitvinder van
Pivot, gemaild. Ik kreeg een heel vriendelijk mailtje terug waarin hij me uitlegde hoe ik die knop weer aan de praat krijg. Dat zag er vrij simpel uit dus ik probeerde het meteen. Er gebeurde niets. De Remember me-knop is gewoon kapot. Ik ben bang dat ik iets heel onbenulligs over het hoofd zie en dat ik erg blond overkom als ik Bob nog een keer ga mailen. Soms kan ik me diep schamen voor mijn sufheid. Gisteren heb ik een collega twaalf keer een mailtje (met attachment) gestuurd, omdat ik het na verzenden maar niet in de outbox terug kon vinden. Kwam er later achter dat de outbox in mijn nieuwe e-mailprogramma uit zichzelf niet op datum selecteert waardoor het laatstgestuurde mailtje bovenaan komt te staan, maar de verstuurde mailtjes alfabetisch bewaart. Ik bleef maar in de veronderstelling dat mijn laatstverzonden bericht het mailtje aan Bob was dat, vanwege die B natuurlijk, stug aan kop stond iedere keer als ik de outbox controleerde. Maar goed, daar had ik het niet over. Misschien kan ik gewoon zelf nog heel even geconcentreerd kijken naar wat er zou kunnen mankeren aan de Remember me-knop. En hem er eventueel simpelweg uitslopen. Waarom zouden de reageerders hier niet zelf eventjes hun naam erbij kunnen schrijven, is dat nou zoveel moeite? En dan ga ik daarna aan de administratie beginnen.
"Oh shit, de tosti's branden aan", mompelde ik vannacht half slapend en toen realiseerde ik me dat ik helemaal geen tosti's aan het maken was. Ik rook een brandlucht en natuurlijk was ik opeens klaarwakker. Ik sprong uit m'n bed en rende mijn slaapkamer uit de gang op. Grote rookwolken kwamen me vanaf de trap tegemoet. Het leek me onverstandig naar beneden te gaan, dus moest ik een andere uitweg zien te vinden. Terug naar mijn slaapkamer, want daar kon ik vanuit het raam op het dak van de keuken springen. Je moet dan wel een beetje scheef springen en je komt terecht op kiezels. Geen pretje, zeker niet voor m'n blote voeten. Maar het lukte en dat voelde heel sterk alsof ik mijn eigen leven had gered. Stom genoeg klom ik vervolgens aan de kant van mijn eigen tuin het dak af, wat betekende dat ik alsnog door de vlammenzee zou moeten, want ook in mijn dromen heb ik geen achteruitgang. Gelukkig kwam ik mijn buurman tegen in de tuin. Wat hij daar deed weet ik ook niet, maar ik was wel blij dat ik hem zag. En hij was nog wel heel boos omdat ik mijn huis in de fik had laten vliegen en het vuur waarschijnlijk zou overslaan naar zijn huis. We klommen weer terug om via zijn huis de plaats des onheils te kunnen verlaten. Mijn buurman veranderde in mijn vriendje qua droompersonage en samen keken we hoe mijn huis tot op de grond toe afbrandde en inderdaad de buurhuizen aanstak. Ik werd heel leeg en verdrietig wakker omdat alles verbrand was en ik niet eens wist of de kat nog leefde. Zo'n droom waarbij je een paar minuten na ontwaken denkt: "Het is niet waar! Ik heb het maar gedroomd! Alles is nog hetzelfde als gisteren! Joechei!" Ik vraag me wel af of ik nu echt een brandlucht heb geroken of dat ik ook dat maar heb gedroomd. Later viel ik weer in slaap en droomde ik dat mijn broertje zijn haar had geblondeerd en dat ik heel verbaasd was omdat het zo leuk stond.
Gisteren ben ik misschien ietsjepietsje te lang in de kroeg blijven hangen, maar deze morgen stond geheel in het teken van mijn te herstellen gezondheid! Zoals het een echte bijna-dertiger betaamt, ging ik met twee andere bijna-dertigers en één al helemaal-dertiger naar de 'gym'. Maar liefst 40 minuten heb ik doorgebracht in de cardiozaal met fietsen, steppen en rennen en nog eens een dikke drie kwartier in de apparatenzaal voor de versteviging van de spierbundels in mijn buik, billen en armen (bba). Na gedane arbeid is het goed rusten, en dat kon natuurlijk meteen heel handig in de sauna in het sportcomplex. Ook om de laatste verkoudheid weg te stomen, of zeg maar gerust weg te branden, want het was er werkelijk gloeiend heet. Natuurlijk kletsten we er gezellig bij, zoals het hoort in de sauna. Zo wist M. te vertellen dat vrouwen in de sauna elkaar de meest interessante dingen vertellen, dat had ze gelezen in de krant. Van de rest van de conversatie in de sauna kan ik helaas geen verslag meer doen, omdat ik toen echt bijna flauwviel van de hitte en de ruimte daarom wijselijk heb verlaten. De bijeenkomst werd passend afgesloten met een gezamenlijke lunch (voor mij: een salade en een jus d'orange), waarbij we alle vier heel erg ons best deden er, ondanks de natte haren en rooie koppen, echt uit te zien als ontzettend hippe jonge carrièrevrouwen. Het enige wat afbreuk deed aan het Sex and the City-gehalte was dat de lunch plaatsvond in het restaurant van de Hema. Weliswaar vernieuwd en vermooid, maar toch enigszins steriel en ongezellig, wat ons eigenlijk alle lust ontnam om het over seks te hebben. Maar ik ben wel trots op mezelf en ik voel me opeens veel beter. V. zei in de kleedkamer: "Als je maar een klein beetje gezonder leeft, voel je je veel gezonder." Volgens haar is dat nu een typische win-win-situatie oftewel een progressieve spiraal.
Wat ik er van vind? Mooi, mooi, mooi! En dat is nog mijn meest objectieve oordeel! Morgen speelt
Aluin de voorstelling Coriolanus voor het laatst in
Theater Kikker in Utrecht. Dus kom op! Met gezwinde spoed naar de kaartjesverkoop! Als u een beetje haast maakt, kunt u vast nog wel een plaatsje reserveren.
In sommige families ontwikkelen zich de vreemdste gebruiken. Als ik mijn broertje op zijn mobiel bel, roept-ie keihard "Hee, mietje!" in mijn oor. Ik noem hem dan een eikel en dan beginnen we ons gesprek alsof er niets aan de hand is. En dat is dan ook zo.
Gisteren, 16.30 uur:
P: Hee, mietje!
C: Eikel!
P: Hè?
C: Wat?
P: Jezus, man, wat heb je met stem gedaan, je klinkt als een stoere kerel met een stoppelbaard.
De regen komt m'n neus uit, deze winter komt m'n neus uit, dit hele Nederlandse klimaat komt m'n neus uit. Het gehoest, de keelpijn, het gesnotter en die vitaminepillen, ze komen m'n neus uit. U begrijpt, de zakdoeken zijn hier niet aan te slepen.
|
|