In Utrecht is er toevallig ook vrijmarkt. En in Utrecht ving het festijn gisterenavond al aan. Het vrijmarktgebied begint bij mij om de hoek. Dom genoeg ging ik gisteren aan het einde van de middag nog even wat boodschappen doen, wat erin resulteerde dat ik natuurlijk nooit meer een parkeerplekje in de buurt van mn huis kon vinden. Het feest was nog niet half begonnen of ik was al aan het mopperen dat ík anders niet om dat gedoe had gevraagd, terwijl ik boos een sandalenpapa aankeek die met een volgeladen bakfiets op weg was naar zijn plekje aan het water, dat hij drie dagen geleden waarschijnlijk al met stoepkrijt bezet had. Soms vraag ik me af hoe ik me zal gedragen als ik bejaard ben en de beelden die dat oproept, zijn niet altijd even leuk. Zon pinnig gerimpeld oud mens, met gemene felle ogen en een ontevreden mond dat scheldt op de jeugd en met puntige ellebogen voordringt bij de bakker. Misschien ben ik dat.
Geheel in de geest van mijn rustige en niet bepaald supercoole weekend, ben ik gisterenavond niet naar buiten gegaan. Het leek me maar koud en winderig en bovendien kon ik binnen prima meegenieten van de tophits van Elvis, de Zangeres zonder Naam en André Hazes. Ik heb het niet zo op je langzaam doelloos voortbewegen in een mensenmassa. Meestal heb ik het koud, moet ik plassen en loop ik onhandig met mn tas, een biertje en sigaretten te klungelen. Als ik dan ook nog wat ga kopen, begint de ellende pas goed. Bovendien ben ik altijd als de dood dat ik mijn groep kwijtraak en reddeloos verloren in de menigte achterblijf. Met mn 1,65 meter zie ik meestal alleen maar ruggen en schouders en ik kan me al zo slecht oriënteren. Toen ik 4 jaar was nam mn moeder me eens mee naar de Efteling. Ik had haar hand vast, maar toen zag ik dat het gespje van mijn schoen niet goed dicht zat, dus ik bukte om het in orde te maken. Mijn moeder liep door. Ze had niet in de gaten dat ik achterbleef. Ik riep maar ze hoorde me niet en ik kon haar niet meer inhalen. Voor ik het wist was ze in de menigte opgegaan. Ik zal het paniekgevoel nooit vergeten. Natuurlijk werd ik gevonden en afgeleverd bij zon hokje waar ze gevonden kinderen omroepen. Er zit hier een meisje met bruine ogen en een blauw jurkje, schalde er door de luidsprekers van de Efteling, want ik was toen nog zo verlegen dat ik mn naam niet durfde te zeggen tegen vreemden.
Ik ben gisteren dus niet naar buiten gegaan en ik overweeg om vandaag ook gewoon lekker binnen te blijven. Ik voel me wel wat eenzaam in mijn beslissing. Mensen bellen me op om te vragen waar ik blijf en waar we afspreken. Neude of Vondelpark? Binnenblijven op Koninginnenach en -dag, dat is iets wat je eigenlijk niet doet. Maar ik ben blij, echt. Natuurlijk geloof ik dat jullie het leuk hebben. Maar als ik naar buiten kijk, zie ik toch echt dikke druppels in grote plassen vallen en zware takken enthousiast heen en weer zwaaien en dan denk ik: neuh. Dit jaar sla ik over. Ik kruip met een kop thee achter mijn pc om een stukje te schrijven. Boven. De benedenverdieping wordt namelijk nog in beslag genomen door mijn broertje, zijn beste vriend en iemand die ik in het voorbijgaan nog niet direct heb kunnen identificeren. Ze slapen met zn drieën op de bank. Toen mijn broertje gisteren vroeg of hij bij mij zijn roes mocht uitslapen, antwoordde ik natuurlijk, want ik ben heel gastvrij in die dingen. Ik geloof dat ik ze om een uur of zes binnen heb horen komen. Afgaand op het gebonk, in tamelijk beschonken toestand. In mijn koelkast trof ik toch een vol tienlitertonnetje bier. Het ruikt beneden inmiddels wel wat zurig.
We zouden vrijdag naar een feestje gaan. Maar toen we druk op zoek waren naar een schone spijkerbroek en een sexy shirtje, leek het opeens een veel beter plan om een fles wijn open te trekken en op de bank een film te kijken. We zouden gisterenavond de stad ingaan, de kroegen langs en de kermis over. Maar toen we na het eten aan de koffie zaten te kletsen over de wereld en wat daarin allemaal mis is, leek het opeens een veel beter plan om nog een fles wijn open te trekken en een potje Kolonisten te spelen. Ik had uitzicht op zon bungee-jump-apparaat waarin je met zn tweeën in kunt gaan zitten om gelanceerd te worden. Dat vond ik al spannend genoeg. We hadden vandaag kunnen gaan sporten, wandelen in het park of zeilen. Maar toen we vanmorgen de regen tegen de ruiten hoorden tikken, leek het een veel beter plan om een flinke pot koffie te zetten en de administratie te doen met Lenny Kravitz op de achtergrond. Zon druilerig weekend, je knapt er best van op. Het moet natuurlijk niet al te braaf worden. Vanavond gaan we het daarom maar eens flink op een zuipen zetten. Dansen op de tafels in de hipste tenten van Utrecht. Wat? Oh. We hebben afgesproken om bij de buurman te gaan eten, een fles wijn open te trekken en naar de televisie te kijken. Is ook eigenlijk een veel beter plan.
Mijn vriendin C. heeft een zwijger. Iemand die haar telkens belt, liefst s nachts, en dan niks zegt. Hij hangt ook niet op, hij zwijgt gewoon. Tot zij neerlegt. Wie kan mij uitleggen wat de drijfveer is van dit soort anonieme bellers? Want er zijn er meer van. Ik heb ook wel eens een tijdje telefoontjes gehad van een persoon die het kennelijk niet nodig vond een mededeling te doen. En dat op de vreemdste tijdstippen. Ik heb ook wel eens telefoontjes gehad van mannen die wat murmelden en kreunden en verder ook weinig interessants te melden hadden en ik ben wel eens om vier uur s morgens gewekt door iemand die me heel beleefd vroeg wat voor slipje ik aanhad. Het merkwaardige is dat ik heel slaperig eerst even over de vraag nadacht. Wat voor slipje heb ik eigenlijk aan? Hee, wacht, dit is een gek, ik moet ophangen.
Maar iemand die helemaal niks zegt, vind ik nog onbegrijpelijker. Wat is er lollig aan om iemand op te bellen en dan te luisteren naar hoe ze zegt: Hallo? Met wie spreek ik? Hallo? Is daar iemand? Is dat opwindend ofzo? Geeft je dat een gevoel van macht? Of doe je dat uit wilde verliefdheid om slechts de stem te horen van de vrouw die je hart gestolen heeft? Afijn, we zijn in elk geval tot de conclusie gekomen dat het niet om een professionele zwijger gaat, C. en ik. De meneer heeft haar namelijk ook op haar mobiele telefoon gebeld, met zn eigen mobiel, zonder de nummerherkenning uit te zetten. Nu heeft zij dus zn nummer. En dat heeft ze ook aan mij gegeven. En aan mijn vriendje. En aan haar collegas. En aan haar moeder. En aan B. die bij politie is. En aan de vriendin van B. Om af en toe eens te bellen. Dan gaan we niet een potje zitten zwijgen, natuurlijk. Dat zou saai zijn. Verwarring zaaien en wraak nemen om de talloze keren dat C. uit haar bed gebeld werd. "Hallo, spreek ik met uw broer Gijs?" "Kunnen we de veertig bureaustoelen die u hebt besteld over een kwartiertje komen afleveren?" "Goedemorgen. Wat voor onderbroek hebt u aan?"
Waar komen al die bezoekers toch opeens vandaan? Ik begreep er niks van. Sinds eergisteren stijgen de aantallen met dikke sprongen en ik begon al lichtelijk in paniek te raken. Krijg je meer bezoekers, dan krijg je opeens ook bezoekers die onaardige dingen in het reactiedingetje gaan zeggen, heb ik ontdekt. Oké, iemand die zich Piet Paulus Hepetitus Schaamhaarluis Snoeikabouter noemt zouden jullie misschien niet direct serieus nemen, maar ik discrimineer niet graag en zeker niet op namen. Dus ik zit hier al een dag in vertwijfeling. Heb ik eigenlijk wel wat te melden, vraag ik me steeds af. Mag ik wel op internet zijn, terwijl ik niks te melden heb? En waar komen al die bezoekers toch opeens vandaan, net nu ik geconcludeerd heb dat ik helemaal niks te melden heb?
Maar nu heb ik het ontdekt! Toen ik een wandelingetje weblogs maakte en even bij
Luuk ging buurten! (In t kader van mijn extreem huisfilosofische instelling ben ik namelijk zeer geïnteresseerd in de badkamerverbouwingsperikelen in huize
Luuk en ik vind het wél leuk om daarover te lezen.) Zag ik opeens mijn naam staan! Met het woordje briljante ervoor, dat vond ik dan wel weer vreemd (Luuk, doe niet zo raar!) Wat blijkt: ik sta in de Veronica-gids! Nog beter: ik sta in de
Veronica-gids en word daar supercool genoemd! Door
Maud, van
Lief meisje, die hetzelfde sterrenbeeld heeft als ik en zelf ook onwijs leuke stukjes schrijft. Das ook wat, de ene dag word je nog voor domme doos uitgemaakt en de volgende voor briljant en supercool. Ik zit me hier toch een partij te blozen.
Wisten jullie dat ik hier 'extreem huisfilosofische teksten' schrijf? Ik kijk er zelf ook van op.
Update: Ik krijg vandaag opeens op oude stukjes allemaal reacties van iemand die mijn verhaaltjes kennelijk minder op prijs stelt. Dat mag. Can't stand the heat, stay out of the kitchen, heb ik verschillende andere bloggers horen zeggen en het reageerdingetje zit er niet voor niks. Voor de zekerheid: het verhaaltje over het bloedprikken was op geen enkele manier racistisch bedoeld en dat ik een vreselijke aansteller ben, tja, daar heb ik weinig tegenin te brengen. Maar mochten jullie denken dat het hier gaat om verschillende personen die plotsklaps mijn log hebben ontdekt en zich enorm ergeren aan mijn stukjes, dat is niet zo. Dat wil zeggen, ze opereren in elk geval allemaal onder hetzelfde ip-nummer. Da's dan toch weer een soort van opluchting.
Charlotte en discreet passen niet zo goed bij elkaar. Dat zijn twee begrippen die behalve dat ze net in een zin genoemd werden, eigenlijk weinig met elkaar te maken hebben. Ik hou niet van discreet. Concreet, daar ben ik een voorstander van, maar discreet, nee, daar heb ik niet zoveel mee.
Ik ben bijvoorbeeld dol op roddelen. Ik roddel met mijn vrienden en even later net zo gemakkelijk over hen. Roddelen in de positieve zin van het woord dan, hè. Over iemand roddelen die je graag mag, is eigenlijk een vorm van opperste interesse. Ik laat gewoon graag mijn licht schijnen over het liefdesleven, de gevoelens, kwalen, verdrietjes, financiën en banen van de mensen die ik graag mag. Ik heb er ook meestal een hele heldere kijk op, al zeg ik het zelf. Het liefste roddel ik met mn moeder. Wij zitten namelijk vrijwel op hetzelfde roddelniveau. Op dat gebied voelen we elkaar heel goed aan. "Wat is je beste eigenschap", vroeg mijn moeder een keer aan een sollicitante. "Ik hou absoluut niet van roddelen", zei ze. Haha. Dom. Dat vinden mn moeder en ik namelijk helemaal geen goede eigenschap.
Een geheim kun je beter niet aan mij in bewaring geven. Tenzij je graag wilt dat het iedereen het te weten komt, natuurlijk. Als je me vraagt iets niet door te vertellen, beloof ik uiteraard met mijn alleroprechtste blik dat ik dat niet doe. Maar dan ben ik al zo nieuwsgierig dat ik vind dat heel veel geoorloofd is om achter datgene te komen wat niet doorverteld mag worden. Zoals liegen. Ik snap eigenlijk niet dat mensen me nog in vertrouwen nemen. Niet dat ik het erg vind. Ben altijd weer blij met verse feiten die ik kan ontdoen van hun geheime status. Kennelijk is het voor hen ook een soort opluchting. Raak je je geheim aan mij kwijt, dan weet je ook zeker dat je het echt kwijt bent.
Ik heb desalniettemin een klein verzoek aan de mensen die me wel eens bellen of op mijn icq-lijstje staan. Jullie kunnen met al je vertrouwelijke informatie bij me terecht, dat moge duidelijk zijn. Ik luister graag en zorgvuldig naar je persoonlijke verhalen, ik smul van de pikante details. Maar wil je voor je de nieuwste spannende ontwikkelingen uit de doeken doet, eerst even checken of ik niet toevallig een lekkere kaas-prei-quiche in de oven heb staan?
Grr. Mijn huis staat nog steeds blauw. Mn eten is verpest. En dan mag ik het niet eens doorvertellen. Wat ik overigens ook niet zal doen, wees maar niet bang...
De geur van bloeiende seringen vermengd met die van sudderende gehaktballen met jus. Wie zijn toch die mensen die om vier uur 's middags al achter het gasfornuis kruipen om een gezonde Hollandse maaltijd te bereiden? En waarom ruikt mijn eten nooit zo lekker naar vroeger?
Ik heb een ingebouwde rsi-meter in mijn schouders. Die zegt: genoeg getiept! De hoogste tijd voor een macro-pauze met een kopje koffie in de zon.
Maar gelukkig heb je dan altijd nog je vrienden en familie die je zonodig opbeuren met hun alleraardigste mailtjes.
Om 09:47 schreef Charlotte:
Heb jij het ftp-gebeuren op mijn computer soms uitgezet? Ik kan niet uploaden.
At 11:54 you wrote:
Nee, maar probeer het anders met winscp. Die gebruikt geen ftp dus dat is veiliger.
Om 11:56 schreef Charlotte:
Dat werkt nog wel, maar daarmee kan ik geen webcamplaatje uploaden.
At 12:35 you wrote:
Azo. Tja, ik zal er dan wel eens naar kijken.
Om 12:37 schreef Charlotte:
Ik wil het nu. Kan ik het niet zelf weer aanzetten als je het hebt uitgezet?
At 16:09 you wrote:
Ik heel erg slecht nieuws voor je. Ik kan het niet van afstand veranderen.
Gna gna gna. }) Groetjes en veel liefs van je allerliefste broer.
Om 16:43 schreef Charlotte:
Het werkt alweer. Gelukkig ben ik zelf ook geniaal.
Lummel.

At 17:31 you wrote:
Mietje |-(
Om 17:37 schreef Charlotte:
Eikel

(((((
At 17:45, you wrote:
Slapjanus ]-()
Om 17:53 schreef Charlotte:
Soepkip.

At 17:59, you wrote:
Jankert. >

Om 18:09 schreef Charlotte:
Ach, hou toch op.
At 18:16, you wrote:
Ja, jij.
Mijn vriend bevindt zich in mijn tuin en hij is gewapend met een heggenschaar. Dat is alarmerend. Hij denkt dat hij me helpt door grote stukken van de begroeiing af te knippen. Vooral de klimop moet het ontgelden. Er ligt inmiddels meer klimop op de grond dan er tegen de schuur van de buren opklimt en dat stemt me droef, want een klimop heet niet voor niets klimop.
Ik vind dat mijn vriend nogal roekeloos te werk gaat. "Het moet", zegt hij en hij laat me zien in welke mate de klimop het tussenmuurtje beschadigt. Dat valt best mee. Ik zie eigenlijk niks. "Straks wringt het zich onder het dak van de buren, krijgen zij lekkage en jij een schadeclaim." Ofzo. Volgens mijn vriend heeft de klimop kwade bedoelingen: woekeren. En dat moeten we voorkomen. Geen gewoeker hier in de tuin. Ik vind klimop juist erg leuk en die woekerdrang vind ik ook wel gezellig. Maar goed. Ik zal het wel verkeerd zien.
Inmiddels is-ie aan de kamperfoelie begonnen. Lange takken met veel bladeren rukt-ie meedogenloos los en hij smijt ze op de grond. "Voorzichtig", zeg ik, maar hij hoort me niet. Kamperfoelie schijnt ook al geen lieverdje te zijn, qua plant, zo las ik
hier. Maar ik vind de bloemen zo mooi. Mijn vriend heeft zijn T-shirt uitgetrokken en een boormachine gepakt. Wat daar het idee achter is, weet ik ook niet, maar hij loopt ermee rond als een geflipte Rambo met een machinegeweer. Het lawaai is oorverdovend. Ik durf bijna niet te kijken.
Bezweet komt hij binnen. Zwarte vegen op zijn gezicht. "Kom mee", zegt hij. "Buiten laat hij me trots het resultaat van zijn inspanningen zien. Verdrietig bekijk ik de gekortwiekte kamperfoelie en de resten van de klimop. "Dank je", zeg ik zacht. Omdat ik weet dat het moet. Snoeien is verstandig. Daarom dacht ik ook dat het de titel van een tuinprogramma moest zijn, toen ik in de televisiegids Bewust amputeren zag staan. Das ook toevallig, dacht ik nog. Maar het is een documentaire op RTL 4 over het bewust amputeren van gezonde ledematen omdat sommige mensen zich incompleet voelen mét het gezonde ledemaat. Ik vind het verontrustend.
"Wat doe je nou eigenlijk als je een dag niks weet?" vraag ik de striptekenaar. "Dan denk ik heel diep na", zegt hij. "En als je dan nog steeds niks weet?" "Dan ga ik wat anders doen en hopen dat ik daardoor inspiratie krijg." "En als je dat niet krijgt?" "Dan heb ik een probleem." "Komt dat wel eens voor?" "Ja, natuurlijk." "Raak je dan niet in paniek?" "Nee, want ik weet dat ik op een dag wel weer weet wat ik moet tekenen." "Maar daar heb je vandaag niks aan." "Als het echt een probleem wordt, pak ik een stapel succesnummers en doe ik een oude grap een nieuw jasje aan." "Dat is natuurlijk wel een zet uit pure armoede." "Ja. Het is natuurlijk het fijnste als je iedere dag weet wat je moet tekenen. Als het gewoon vanzelf komt. Ik heb nu eenmaal mijn verplichte krantenstrip. Daar word ik voor betaald. Eerst was het hobby. Was ik dolgelukkig als er een blad een keer een verhaaltje plaatste. Nu wordt er ruimte voor me vrijgehouden. Die moet opgevuld. Iedere dag. Soms verlang ik naar die tijd dat ik nog kon denken: vandaag teken ik maar eens een dagje niet. Maar ja..."
Vandaag schrijf ik maar eens een dagje niet.
Sjonge, wat heb ik het druk zeg.
Mijn naam wordt omgeroepen. Ik ga een klein kamertje binnen. Met knikkende knieën neem ik plaats tegenover een meisje met een hoofddoekje dat er heel lief uitziet. Maar ik weet wel beter! Als ze een grote spuit uit een koffertje pakt kijk ik snel de andere kant op. Langzaam steekt ze hem in m'n arm, voel ik. Tot nu toe doet het nog niet echt pijn. Maar dat kan natuurlijk nooit goed gaan. Ik zeg niets. "Gaat het?" vraagt ze vriendelijk. "Best," zeg ik nors. "Dan mag je nu weer kijken, hoor." Voor m'n neus staan vier buisjes tot de rand toe gevuld. Ik heb er nauwelijks iets van gemerkt. Eitje zeg, dat bloed prikken.
Mevrouw 1: "Ik ben hier nog nooit wezen bloedprikken."
Mevrouw 2: "Nou, ik anders wel."
Mevrouw 1: "Oh?"
Mevrouw 2: "Ja, die met dat hoofddoekje heeft me toen geprikt. Is ze er nu weer?"
Mevrouw 1: "Ik geloof het wel."
Mevrouw 2: "Ze zat er helemaal naast de vorige keer. Niet in de ader, begrijpt u. Deed vreselijk pijn. Ja, en dan gaan ze zoeken. Mijn hele arm bont en blauw. Ik heb hem drie dagen niet kunnen gebruiken. Had ze eindelijk een goede ader gevonden, kwam er na een tijdje geen bloed meer uit. Moest ze toch naar de andere arm. Eerst weer mis, natuurlijk. Daarna viel ik flauw. Ja, van de pijn, hoor. Niet omdat ik geen bloed kan zien, ofzo."
Mevrouw 1: "Ach."
Mn broer heeft een keer met de kaasschaaf het topje van zn duim eraf geschaafd. Mn vader deed trouwens pas precies hetzelfde, dus het zal wel iets genetisch zijn. Ik was bij dat incident zelfs nog een soort van indirecte getuige, want ik was met mn moeder aan het bellen toen het gebeurde. "Ik denk dat ik nu moet ophangen," zei ze kalm, "papa komt bloedend binnen." Later belde ze terug om de details van de meest recente kaasschaafhorror uit de doeken te doen. De schade: het topje, een stuk nagel en een waar bloedbad in de badkamer. Ik ben de rest van de dag duizelig geweest.
Maar nu even naar 13 jaar geleden. Het gebeurde aan de ontbijttafel. Nog half slapend smeerde ik een boterham. Chagrijnig natuurlijk, 13 kilometer fietsen in het vooruitzicht door weer en wind, storm en regen. "Heb je wel een hemd aan?", vroeg mijn moeder. "Maham", mompelde ik boos. (Ik was 15 jaar, tegenwoordig reageer ik heel relaxed op dat soort opmerkingen.) Plots klonk er een afgrijselijke kreet. Met ogen groot van schrik keek mijn broer naar zijn bord. Daar lag een klein bloederig bolletje dat een paar seconden geleden nog bovenop zijn duim had gezeten. Er zat ook nog wat duim aan de kaasschaaf gekleefd. Bloeddruppels spatten op het hagelwitte tafellaken. Als in slowmotion viel een pond jonge Goudse op de grond.
Dit kan ik me allemaal zo voorstellen. In werkelijkheid keek ik angstvallig de andere kant op, dus hoe het precies gegaan is, weet ik niet. Helaas ving ik een glimp op van een klein straaltje bloed toen mijn moeder mijn broer naar de gootsteen dirigeerde. Hij zwabberde op zijn benen. "Nou, doehoei, ik ga naar school", zei ik. "Tss", moet mijn moeder gedacht hebben. "Normaal is ze met geen stok weg te krijgen, hebben we hier een noodsituatie, staat ze opeens te popelen." Maar ik vertrok dus terwijl mijn moeder de boel trachtte te redden. Mijn vader had ondertussen de hele scène gemist. Die was zich nog uitgebreid aan het scheren. Toen hij de keuken betrad, zat mijn broer al lang en breed verbonden maar nog wel wat bleekjes aan de thee. "Eén goede morgen!" riep mijn vader opgewekt, zich niet bewust van het bloederig drama dat zich zojuist had afgespeeld. Hij keek uit raam en zag daar zijn dochter languit op de grond liggen, gezicht in het grind.
Ik kan geen bloed zien. Snijdt er iemand zich of trapt er iemand in het glas, dan duurt het niet lang of ik moet met vlugzout worden bijgebracht. Daar stonden mn vader, mn moeder, mn broer, de buurvrouw en de hond om me heen toen ik die ene keer mijn ogen weer open deed. "Wat voor dag is het vandaag?", vroeg mn broer. Zon stomme vraag vond ik dat. Was dat nou het belangrijkste op dat moment? Kon hij niet even op de kalender kijken? Maar goed, hij was kennelijk ook nog niet helemaal helder. "Het is woensdag", zei ik braaf.
Bloed, dus. Bah. Ik vind bloed van anderen al heel naar, met dat van mezelf word ik al liever helemaal niet geconfronteerd. Soms zit er niks anders op. Morgen moet ik bloed laten prikken, want dat moet onderzocht worden. "Bij mij namen ze vijf volle buisjes af", zei vriendin V. gisteren. Daar werd ik ook niet bepaald vrolijker van. Morgen. Ochtend. Om 8.15 uur. Ik ben doodzenuwachtig.
Oh ja, Paars II is gevallen, voor wie dat nog niet wist.
Zou mijn huidige fascinatie voor ontbrekende en afgeschaafde vingers op de een of andere manier psychoanalytisch te verklaren zijn?
Leeuw 22 juli - 21 augustus
Tijdens het kussen denkt u aan weglopen. Toch loopt het allemaal anders. U probeert wat te zeggen en wat te slapen. Ga niet in de slaapkamer voor de spiegel staan, want dan is er een derde die toekijkt. Hou op met dat gejank! Snuit je neus en ga iets zinnigs doen. Uw partner geeft geen kik.
Ik kom er gewoon niet uit. Wat hebben de sterren in het Straatnieuws deze maand over me te melden? Hoe moet ik bovenstaande zinnetjes interpreteren zodat ze iets met elkaar te maken hebben en me iets vertellen? Alleen het stukje Snuit je neus en ga iets zinnigs doen, begrijp ik. Dat slaat op mijn leven. De rest... Het kan, natuurlijk, het moet, want het klopt altijd, maar hoe? En waarom geeft mijn partner nou weer geen kik? Nou ja. Nog een geluk dat ik geen Tweeling ben.
Tweeling 22 mei - 21 juni
Een vaas die tulpt zegt tegen u: "ga toch leven vanuit je bol." U merkt dat uw leven vastloopt, omdat uw opleiding niet aansluit bij uw ambitie. Een zoen maakt duidelijk dat iemand zich verzoent. Voor de rest is het niet veel.
Dat vonden wij wel. Maar ach, wat is mooi?
Ik heb vijf keer rijexamen gedaan. Dat weet de straat/medebewoner uit het vorige postje niet, maar het is wel zo. Ik heb vier instructeurs versleten. Ronald, de eerste, belde na drie lessen op om te vertellen dat hij me geen les meer kon geven. Zijn rijschool was afgebrand. Ik ging op zoek naar een andere rijschool en ik kreeg Michel toegewezen als rijleraar. Ik vond hem heel aantrekkelijk en ik was vooral onder de indruk van zijn stem, ondanks zijn plat Brabantse accent. Een mooie, zware, trage stem die me voortdurend in verwarring bracht. Zei Michel naar links, dan ging ik prompt naar rechts. We werden er allebei nerveus van. Onder leiding van Michel zakte ik twee keer. Dat vond ik geen wonder, want hij zat achterin en praatte met de examinator en met mij en zo kon ik natuurlijk niet opletten. "Je bent een gevaar op de weg", zeiden Michel en de examinator na dat tweede examen. Ik ging op zoek naar een andere instructeur.
Ik woonde inmiddels in Amsterdam en een vriendin raadde me aan les te nemen bij Henk. "Bij Henk voel je je veilig", zei ze, "die straalt rust uit." Dat was zo. Henk, een Amsterdamse beer met een borstelsnor, die rustig naast me zat en af en toe een aanwijzing gaf. Henk heeft me leren rijden. Hij leerde me dat je in het verkeer niet kunt twijfelen, maar moet beslissen. Hij spoorde me aan over te steken, ook als er heel in de verte een auto of een fietser aankwam. Hij leerde me dat je soms brutaal en asociaal moet zijn, omdat je je anders niet kunt handhaven in het Amsterdamse verkeer. Van die les heb ik nog altijd veel profijt, ook al zijn de weggebruikers in Utrecht en vooral mijn straat/medebewoners er minder blij mee. Henk vond het wel tijd dat ik opging.
De examinator zat tegenover me, handen over elkaar gevouwen, en legde me uit hoe zo'n rijexamen in zn werk ging. Nou, dat wist ik inmiddels wel. Vol vertrouwen schudde ik zijn hand voor we wegreden. Nu zou het gaan lukken. Henk zat achterin. Voor ik de motor startte keek ik nog even naar de examinator. Hij zat rustig naast me met zijn handen op zijn knieën. Mijn aandacht werd getrokken door iets wat niet klopte. Hij had maar vier vingers aan zn linkerhand. Zijn pink ontbrak. Had ik het nou goed gezien? Ik draaide de sleutel om en keek nog een keer. Ik wilde wegrijden, maar de motor sloeg af. De examinator had zijn hand inmiddels achter zijn knie verborgen, waardoor ik nog steeds niet zeker wist of hij nu vijf of vier vingers had aan zijn linkerhand. En hoe zat het met zijn rechterhand? Afijn, ik was compleet van slag. Het hele examen kon ik me alleen maar bezighouden met de hoeveelheid vingers van de examinator. Die liet me vervolgens zakken als een baksteen. Verwonderd keek hij naar Henk, die in de rijleswereld beroemd was om zijn hoge slagingspercentage. Henk was diep teleurgesteld. Hoe kon ik zúlke domme fouten maken? Ik zei dat ik het schandalig vond dat iemand met vier vingers aan een hand examens afnam, zonder de kandidaten daarover in te lichten. Henk vond dat onzin. Ik mocht bij zijn rijschool blijven lessen, maar ik kreeg een andere leraar: Chet.
Chet was een lieve Surinamer met een Chinees uiterlijk, waardoor ik twee volle lesuren me heb vermaakt met raden waar hij nou vandaan kwam. Ik was Chet zn eerste leerling, veel dingen moest hij nog een beetje oefenen. De straf van Henk. Henk had ook alvast een examen geregeld, ik moest na vier lessen van Chet al weer op. Hij was minstens zo zenuwachtig als ik, ik had inmiddels immers een stuk meer ervaring met rijexamens dan hij. Toch ben ik toen gezakt. Ik weet niet meer precies waarom. Waarschijnlijk verdrongen.
Als je vier keer was gezakt, waren toen de regels, dan mocht je staatsexamen doen. Het werd meteen aangevraagd. Ik had besloten dat als ik hiervoor zou zakken, een rijbewijs niet voor me was weggelegd en ik me de rest van mn leven met het openbaar vervoer zou verplaatsen. Ik was zenuwachtiger dan ooit tevoren. Een staatsexamen werkt heel anders. Chet en ik hadden met de examinator afgesproken in het Mercurior-hotel. Daar mocht Chet op ons blijven wachten. Hoe zeer de staatsmeneer ook zijn best deed me op mijn gemak te stellen, het mislukte jammerlijk. Het zweet liep in straaltjes van mijn oksels naar beneden. Volledig verstijfd zat ik achter het stuur. In mijn herinnering hebben we twee rondjes door Sloten gemaakt, veertig kilometer per uur, en nog wat op het parkeerterrein van het hotel rondgereden. Daaruit maakte de examinator op dat ik best kon rijden en bij de voorgaande examens last had gehad van faalangst. "De spanning was weer te snijden", zei hij tegen Chet. Te ruiken, bedoelt-ie zeker, dacht ik bij mezelf. Maar ik had het gehaald! Hoera! Een dag later had ik mn rijbewijs, een week later mijn eerste auto. Een jaar later reed ik met zeventig kilometer op een stilstaande auto en brak mn sleutelbeen.
In de rubriek Gevonden onder de ruitenwisser:
Ander straat/medebewoners betalen ook voor een parkeer plaats dus leer is parkeren of kan je dat soms niet.
Pff. Kan ik best. Gewoon niet altijd zin in. Stelletje kniesoren hier in de straat, zeg.
Je zou maar een bejaard computertje zijn en al lang met pensioen. Af en toe word je nog eens uit de kast gehaald door iemand die een memotje wil tikken. Plotseling neemt iemand je mee, zet je op tafel, installeert van alles op je harde schijf, flikkert er ook het een en ander vanaf en je moet werken, werken, van s morgens vroeg tot s avonds laat. Dan word je ook nog eens van hot naar haar gesleept, wil ze nou aan tafel of op de bank zitten, pff, je krijgt het er warm van.
Toen ik hem vanmorgen opstartte, sputterde hij behoorlijk tegen, die leuke en handige Tulip van mij. Hij heeft helemaal geen zin in al dit gedoe. Hij is zich groen en geel geschrokken van mijn enthousiasme. Letterlijk. Bij alles wat ik doe flikkeren er grote groene strepen over het scherm. Ik doe net of ik ze niet zie, maar ik word er wel een beetje gek van.
Ik heb een boven en een beneden. Dat is behoorlijk luxe, zeker voor iemand die in de stad woont. Zoveel ruimte moet je goed gebruiken. Sinds mijn huisgenoot vertrokken is, werk en slaap ik daarom boven en woon ik verder beneden. Zo houd je de dingen toch een beetje gescheiden. Er is alleen een probleem. Ik vind er niks aan, boven werken. Doodsaai en vervelend. Ik heb boven geen kabel, dus geen radio en televisie. Het is er de hele dag stil, afgezien van de ploinkjes die ik hoor als ik een mailtje krijg. Bovendien vind ik dat ik overdag en s avonds beneden hoor te zijn, waar het leven zich afspeelt. Ik heb het idee dat het beneden gebeurt en dat ik dat allemaal mis als ik boven ben. Omgekeerd heb ik nergens last van. Het is natuurlijk onzin, als ik alleen thuis ben gebeurt er beneden net zo min wat als boven. Maar goed, zo voelt het nou eenmaal. Boven werken voelt naar. Bah.
Ik wil dus al een tijdje weer beneden werken. Al is het alleen maar omdat ik daar de tuindeuren open kan zetten als het mooi weer is. Voor het probleem zijn twee oplossingen, had ik bedacht. Eén: ik kan mijn hele kantoor weer naar beneden sjouwen en dus niet meer profiteren van het feit dat ik een boven en een beneden heb, of twee: ik houd mijn kantoor boven, maar doe als ik daar zin in heb mijn werk beneden op een laptop. De eerste oplossing heeft heel veel nadelen. De tweede oplossing maar eentje: er is een laptop voor nodig en die heb ik niet.
Maar sinds vandaag heb ik die wel! Nou ja, ik heb er een geleend van vier jaar oud. Dat is natuurlijk stokoud in laptop-jaren. Toch vind ik hem heel mooi en handig en lief. Een mooie, handige, lieve Tulip van vier. Hij tiept lekker, omdat-ie nog best zware toetsen heeft en niet van die minifriemeldingetjes, zoals de nieuwste laptops. Hij is niet te groot en niet te klein. Precies goed. Tja, een snellerd is het niet, zei mijn vader, van wie ik hem mag gebruiken. Ik vind dat niet zo erg. Ik heb voor de gelegenheid mn pyama aangetrokken. Om het allemaal nog gezelliger te maken. Kopje thee erbij. Super.
Nu zit ik op de bank naar Buffy te kijken terwijl ik ondertussen dit stukje tik. Het is wel onhandig dat Floris als ik even niet oplet, over de toetsen heenloopt. Als er af en toe een onbegrijpelijk zinnetje tussenstaat, weet je waar dat aan ligt. Dat kan trouwens ook komen doordat mijn cursor een soort eigen leven leidt op dit apparaat. Deze laptop heeft een muis in de vorm van zon schermpje onder de spatiebalk, maar doordat ik met tien vingers tiep, verplaats ik met mn duim telkens het pijltje als dat niet de bedoeling is. Soms ben ik dus opeens in een heel verkeerde alinea bezig. Weet iemand hoe ik die functie kan uitzetten als ik toch een gewone muis gebruik? Tot slot kan ik hem geen laptop blijven noemen, want dat slaat nergens op. Dit ding wordt veel te warm om op je schoot te houden. Blaren op je knieën krijg je ervan, er moet minstens een heel dik kussen tussen. Verder ben ik blij. Heel blij. Ik vind mijn beneden gewoon veel fijner om te zijn. Met mn benedencomputertje. Dus als jullie me zoeken, ik zit beneden.
Wil ik net een heel leuk stukje gaan schrijven, is het bedtijd! Tsja...
Ik ben twaalf jaar en ik zit in de brugklas. Het is het eerste uur en we hebben muziekles. Ik ben bepaald niet het populairste meisje van de klas, want nogal verlegen en bovendien bang voor de bal tijdens gym. De les is saai, maar gelukkig wordt hij onderbroken door een klop op de deur. Er komt een kleine, maar kordate blonde mevrouw binnen. In haar hand een wit doosje met een blauwe deksel. Dertig paar kinderogen kijkt haar afwachtend aan. Ze loopt op me af. Ik trek wit weg. De mevrouw is mijn moeder. Het doosje mijn broodtrommel. Dit kan niet waar zijn. "Die was je vergeten", zegt ze streng en ze plant het voor mn neus. "Vier bruine boterhammen met gebraden gehakt. Wel opeten, hoor! Er zit ook een mandarijn bij." Ik wil door de grond zakken en nooit, nóóit meer bovenkomen.
Zestien jaar later. Mijn eigen leven, werk, weblog. Ruimschoots afgestudeerd, volop volwassen en groot. Tenminste, dat vind ik zelf. Ik moest er net toch even aan terugdenken, dat eerste uur muziek toen ik in de brugklas zat. Waarschijnlijk door een van
deze reacties. Raden wie van de reageerders mijn moeder is. Sommige dingen veranderen nooit.
Ik dacht vanmorgen opeens aan 2002. Zo heette het studieblok dat ik volgde in 1993. Hoe ziet de wereld er over tien jaar uit?, was de strekking. Het was namelijk in 1992 al ontwikkeld en 2003 klonk veel minder leuk. De docente was een hele lieve mevrouw, een beetje grijs al, en enigszins getikt. "Over tien jaar", zo voorspelde de juf, "dan communiceren de mensen heel anders. Dan zullen we niet snel meer een kort briefje schrijven, het in een envelop stoppen en in de brievenbus gooien. Tegen die tijd maakt men namelijk massaal gebruik van elektronische post. Maar er verandert nog veel meer, hoor. Over tien jaar lezen de mensen het nieuws misschien wel vanaf het beeldscherm in plaats van uit de krant. Dan is het ook heel normaal om via de computer even te praten met iemand die aan de andere kant van de wereld achter zijn computer zit, over je hobby bijvoorbeeld. Over tien jaar is is ieder huishouden
online, let op mijn woorden. Jullie staan aan het begin van een nieuw tijdperk. Internet gaat groot worden en van iedereen."
We noteerden het braaf in onze schriften. Groot wor-den en van ie-der-een. In de pauze lachten we haar stiekem uit. Malle juf. Nieuws vanaf je beeldscherm, tsk. Dr is toch zeker geen mens die dat wil, hartstikke onhandig, zon beeldscherm op je schoot in de trein. Er was toen in de hele school nog geen internetaansluiting. Ik wist ongeveer wat internet betekende, maar niet precies. Iets met computers. Thuis had ik een wel zon ding, een ouwe van mn vader. Er stond een spelletje op en WP 5.1. Dat was wel fijn, want we moesten onze werkstukken getiept inleveren. Sommige studenten gebruikten nog een ouderwetse tiepmachine, de stakkers. Ik kende niemand met internet. Ik geloofde best dat de technologische ontwikkelingen een hoge vlucht hadden genomen, want dat stond in de krant en dat hoorde je overal. Maar dat de wereld zo verschrikkelijk zou veranderen, in het korte bestek van tien jaar, neuh... Dat zou heus wel meevallen allemaal. Grappig hoe de fantasie van zon docente zo op hol kan slaan, hè. Straks gaat ze ons nog vertellen dat we over tien jaar onze dagboeken op de computer intiepen en dat de hele wereld er dan in kan meelezen. Haha. No way.
Niet iedereen heeft evenveel met woorden. Sommige mensen hebben meer met cijfers. Ik heb dan weer niet zoveel met cijfers. Mijn vriendje wel. Die loopt de hele dag de meest onzinnige dingen uit te rekenen. "Tweeduizendvierhonderdzestien!", zegt hij dan opeens heel trots, maar ik weet maar zelden waar hij het over heeft. Mijn vriendje heeft ook wel wat met woorden, alleen wat anders dan de meeste mensen. Hij is zo iemand die van woorden echt een brij weet te maken. Waar geen touw meer aan vast te knopen is. Het merkwaardige is, dat-ie zelf dan meestal denkt dat hij een uiterst helder verhaal vertelt. De meest ingewikkelde termen duiken op, die naar het schijnt niets met het oorspronkelijke onderwerp te maken hebben, maar in zijn versie zijn ze er juist voor bedacht. Terwijl de rest van het gezelschap hem steeds glaziger aankijkt, wordt hij enthousiaster en enthousiaster en dan komt er uiteindelijk toch meestal een som. Aan de andere kant kan hij soms ook heel primair reageren wat woorden betreft. Gisteren had ik hem aan de telefoon om wat praktische zaken te bespreken, zoals de invulling van het weekend. "Nou ja!", zegt-ie opeens. "Wat?", vraag ik. "Kwak!", zegt hij. "Kwak?", zeg ik weer, verbaasd. "Ja, kwak!", antwoordt hij. "Wat wil je daarmee zeggen?", vraag ik. "Nou, kwak", zegt mijn vriend, "er zit hier een kikker in de tuin!" Daar was ik wel even stil van. Dus als mijn vriendje kwak zegt, moet ik daaruit opmaken dat hij een kikker ziet. Hmmm... Ik bedoel, het kan toch net zo goed een eend zijn?
En dan zijn er natuurlijk altijd van die
dingen waar je maar beter níet op kunt bezuinigen.
Dat kon er ook nog wel bij. Hard aan 't bezuinigen, maar te suf om de nieuwe vergunning achter m'n raam te schuiven. Schiet lekker op zo.
Als eigen baas weet je nooit zeker wat je de komende tijd gaat verdienen en of je wel wat zult verdienen. Dat is natuurlijk een deel van de charme. Als je behoorlijke vaste lasten hebt, is het best ploeteren en hopen dat je het iedere maand weer bij elkaar kunt sprokkelen. Maar daar krijg je een hoop vrijheid voor terug en bovendien is het spannende juist dat je zélf iets aan het opbouwen bent. En zelf uiteindelijk de vruchten plukt van alle inspanningen. Tenminste, dat is de bedoeling.
Ik had erop gerekend dat de klanten niet op dag één voor de deur zouden staan springen met leuke opdrachten. En dat ik mijn uitgavenpatroon zou moeten aanpassen. Maar één paar nieuwe schoenen per seizoen. Letten op aanbiedingen in de supermarkt. Truien van vorig jaar nog een jaar dragen. Ik vind het allemaal vreselijk, verwend als ik jaren ben geweest met mn vaste salaris. Tranen in mn ogen kreeg ik toen ik een paar maanden geleden mn boodschappen wilde afrekenen en er op het schermpje verscheen: saldo ontoereikend. Dat was me sinds mn studententijd niet meer gebeurd. Maar goed, het hoort erbij en als alles goed gaat, is het maar tijdelijk.
Ik begin inmiddels zelfs een beetje de lol in te zien van cijfers. Als ik de cijfers van de afgelopen maanden namelijk onder elkaar zet, kan ik zien dat het elke maand iets beter gaat. In januari heb ik zelfs zoveel gepeperde rekeningen gestuurd, dat ik in de maanden die volgden zou overhouden. Zodat ik zou kunnen investeren. Dat wil zeggen, als die rekeningen betaald zouden worden. Dat zijn ze inmiddels allemaal, op een na. Die ene die in zn eentje de helft van de januari-opbrengst vormt. Die ene waarvan ik mijn geavanceerde laptop zou gaan kopen. Waarmee ik als het dit soort weer is, in de tuin kan gaan zitten tikken in plaats van op dit duffe kamertje.
Die ene rekening gaat waarschijnlijk niet betaald worden. Want de klant die de rekening moet betalen, blijkt al een tijdje op de rand van de afgrond te balanceren. Nu moet ik herinneringen sturen en bellen om te vragen of ze mij toch snel willen betalen, voor het te laat is. Want als er een curator wordt aangesteld, dan staan de bank en de fiscus bovenaan de lijst, zo legde mijn boekhouder uit. En ik waarschijnlijk onderaan, vervolgde hij.
Het hoort erbij. Het is het risico van zelfstandig zijn. Ik wist dat dit zou kunnen gebeuren. Ik krijg er een hoop vrijheid voor terug. Ik hoef tenminste niet in de file te staan. Heb ik dit vast meegemaakt. Deze en nog wat andere zoethoudertjes gaan al de hele middag door mijn hoofd. Maar eigenlijk vind ik het gewoon verschrikkelijk balen! Ik zit al maanden op dat geld te wachten! En me te verheugen op m'n nieuwe laptop! Ik heb er bovendien hard voor gewerkt! Dus vinden jullie het goed als ik nu eventjes met de deuren sla, stampvoetend de trap afloop en met een boos gezicht in de tuin ga zitten niksen?
Met sommige vriendinnen is het gewoon leuk om het over het huishouden te hebben. Daar hoef je geen onwijze theemuts voor te zijn. Mijn vriendin C. is namelijk helemaal geen onwijze theemuts en ze weet toch altijd precies whats hot en whats not in de huishoud-scene. De ene keer zijn microvezeldoekjes het helemaal en dan moet ik weer subiet een Swiffer of zoiets in huis halen. Als het om doekjes of sopjes gaat, is de ultieme test: krijg je de Luxaflex er mee schoon? Stralen de lamellen me bij binnenkomst al tegemoet, dan weet ik dat mij een nieuw product gepresenteerd gaat worden. Zelf heb ik niet eens Luxaflex en verder is het hier meestal ook een gore bende, maar nuttige en handige informatie is het wel en bovendien een gezellig gespreksonderwerp.
Mijn vriendin C. heeft ook altijd wel een tip van het niveau pindakaas in je haar. Zo denken de meeste mensen dat met kilos zout gaan smijten de beste oplossing is om rodewijnvlekken te voorkomen. "Nee," zegt C., "bronwater met bubbels, dat is de remedie". Gelukkig ben ik nooit te beroerd om een glas of fles om te stoten, dus nog geen tien minuten later kon ze haar uitvinding demonstreren. Mijn nieuw aangeschafte lichtroze broek was - zo leek het - onherstelbaar beschadigd en ze keek toch wel wat bedenkelijk toen ze de flessen water tevoorschijn haalde. "Broek uit", zo werd ik gesommeerd. Vakkundig en doelgericht besprenkelde C. de bevlekte delen. Het was een wonder. Als sneeuw voor de zon! Mijn broek weer als nieuw, dus zoals hij was voordat ik begon te gooien. Alleen wat natter, maar ja, ik had inmiddels al een lekkere droge veel te grote joggingbroek aan, dus dat mocht de pret niet drukken.
Kortom, een superhandige tip. Doe er je voordeel mee, zou ik zeggen, dat heb ik immers ook gedaan. Niet veel later was ik op de verjaardag van mn moeder, waar iedereen zich keurig voor had aangekleed. Het was trouwens een bizarre verjaardag, met vreemde gasten van vroeger, die we de hele dag verwachtten, maar het nog presteerden om compleet onverwacht op te duiken. Maar dat even terzijde.
Er ging dus een glas wijn om, dan begreep je al. Tja, dachten de mensen. Deze keurig gestreken lichtbeige rok van een hoop geld is verpest, dat komt niet meer goed. Maar dan kenden ze Super Charlotte nog niet! Ik rende naar de kelder, sleepte een volle krat Spa Rood naar boven en begon de vriendin van mn moeder naar hartelust besproeien. "Wat doe je?" vroeg ze geschrokken. "Geen nood", zei ik, "dit is een tovermiddel, let maar op." Ze lette op. Er gebeurde niets. Ja, ze werd kletsnat, want ik vond het een beetje genant om r te vragen zich uit te kleden. Maar de vlekken bleven. Ze werden zelfs erger, vieziger. De wijn leek zich te vermengen met het water om dan ook zo snel mogelijk naar andere kledingstukken te stromen, zodat haar crèmekleurige blouse ook werd besmeurd met roze vlekken. Verbijsterd keken zij en de andere gasten me aan. "Nou, s toch best ietsje beter", mompelde ik nog, maar het was iedereen overduidelijk dat het begrip beter absoluut niet van toepassing was op de situatie en de rok.
Wat mijn vriendin C. er dus even was vergeten bij te vermelden, is dat deze tovertruc merkgebonden is. Wie Spa Rood gebruikt, loopt kans de kleren of kleden voorgoed te ruïneren. Heb je schade door rode wijn, ontdoe je dan van de geraakte kledingstukken en besprenkel de vlekken met zuiver bruisend bronwater. Maar let goed op: het werkt alleen met Bar-le-Duc. Alleen met Bar-le-Duc!
Het is dinsdagmorgen, kwart voor negen. Een leuk stukje ga ik schrijven over het vrolijke maar overvolle Paasweekend. Eerst nog even de vuilniszakken buitenzetten. Ondertussen bedenk ik hoe ik de etentjes, mijn nieuwe oranje kapsel, de Paasbrunch, Moulin Rouge en A Beautiful Mind, het saunabezoek, iets te lang onder de zonnebank, de thuisbioscoop en het heerlijke weer in één verhaaltje zal verwerken. Achter me hoor ik een klik. Dat klinkt verdacht veel als een deur die in het slot valt. Of nog erger: als míjn deur die in het slot valt.
Langzaam zet ik de vuilniszakken neer. Nee, denk ik. Ik kijk om. Ik zie een gesloten deur. Mijn deur. Dichtgewaaid. Ik heb geen telefoon bij me. Geen jas. Geen geld. En geen sleutels. Nee!, roep ik. De mevrouw die me net passeert, maakt een sprongetje van schrik. Ik kan bij haar thuis wel bellen, zegt ze als ze is bijgekomen en de ernst van de situatie inziet. Maar wie moet ik bellen? Mijn vriendje is naar zn werk en bovendien kwam hij pas in mijn leven toen ik al lang geen telefoonnummers meer uit mn hoofd leerde.
Ik heb een idee. De tuindeuren staan nog open. Ik kan via de buren naar mijn huis klimmen. Ik bel aan bij mijn buurman links. Hij doet niet open. Ik bel aan bij mijn buurvrouw rechts. Ze doet niet open. Nieuw plan. Mijn vriendin C. woont bijna om de hoek en zij heeft sleutels van mijn huis. Bovendien is ze op dinsdag meestal vrij. Ik loop naar het huis van mijn vriendin C. Ik bel aan. Ze doet niet open. Ik loop weer terug. Ik bel aan bij de buurman van een huis verder rechts. Hij doet niet open. Ik bel aan bij de buurvrouw van nog een huis verder rechts. Ze doet open. Ze doet open! Het is rot, vindt ze. Heel rot. Vreselijk rot, ja, ze heeft het zelf ook wel eens gehad. Maar klimmen via haar schuur, dat gaat echt niet. Ze laat haar gammele schuur zien. Dat gaat echt niet.
Nu weet ik het niet meer. Ik kan naar mijn vriendin V. lopen. Zij heeft geen sleutels van mijn huis, maar woont wel vlakbij. Meestal is ze overdag thuis, misschien heeft ze verse koffie. Ik loop naar het huis van mijn vriendin V. Ik bel aan. Ze doet niet open. De zon schijnt, maar in mijn T-shirt heb ik het inmiddels aardig koud. Ik loop weer terug.
Ik sta voor de deur van mijn huis en voel er even aan. Hartstikke dicht. Ik kijk door de brievenbus. Das mijn gang. Ik kijk door het raam. Ik zie mn sleutels op tafel liggen. Ik probeer heel hard te denken aan mijn sleutels. Aan dat ze niet op de tafel liggen, maar in mijn hand. Ik krijg hoofdpijn. De sleutels blijven roerloos op tafel liggen. Zou het zin hebben als ik nu ga huilen, vraag ik me af. Ik voel al bijna een traan. Ik kijk om me heen. Ik zie door het raam van mijn buurvrouw rechts iemand een broodje smeren. Hela! Ik bel aan bij mijn buurvrouw rechts. Ze doet open. Ik wil haar omhelzen. Ik mag over het muurtje klimmen. Ik ben weer thuis. Ik pak mijn sleutels, mijn portemonnee en mijn telefoon. Ik zet de laatste vuilniszak buiten. Volgend jaar meer over Pasen.
|
|