Warm afscheid van C.
"Hoe laat ga je weg?""Ik moet om 9.30 uur de trein hebben."
"De trein?! Ga je met de trein?!"
"Ja, waarom niet?"
"Omdat ik ziélig vind! Helemaal in je eentje! Niemand die je uitzwaait! Niemand die met je meegaat! Loop je daar moederziel alleen op Schiphol te zeulen met al je zware koffers! Ik ga je brengen!"
"Nou..."
"Niks te maren! Ik duld geen tegenspraak! Morgen om 9.30 uur sta ik bij je op de stoep!"
"Goed dan, gezellig."
"Zal ik hem hier even parkeren..."
"Er hangt wel een bord met een plaatje van een wegsleepauto."
"Ja, das eng hè."
"Ja."
"Maar we zijn nu al tien minuten rondjes aan het rijden."
"Als jij hem hier nou neerzet, dan haal ik twee koppen koffie, drinken we die hier op."
"Ja, doei, dat vind ik ongezellig. Wacht, ga jij inchecken, dan zoek ik een plek."
"Hoi, met mij."
"Waar ben je?"
"Ja, ik loop hier ergens rond."
"Je bent zeker verdwaald."
"Nou... Een beetje."
"Zie je borden met nummers hangen?"
"Ja, ik zie een grote tien."
"Oh, dan ben je vlakbij. Een stukje teruglopen, dan de trap naar boven, dan bestel ik hier vast twee koffie met taart."
"Oké, tot zo."
"Nou, dag."
"Dag."
"Veel plezier, en zo."
"Dank je wel en bedankt voor de lift ook."
"Als er iets is, dan mail je maar, hè. In een internetcafé of zo."
"Ik logeer bij mn nicht, weet je nog. Die heeft ook internet."
"Oh, das handig."
"Maar ik zal er aan denken."
"Goeie reis dan maar en wees voorzichtig."
"Zal ik zijn."
"Niet met vreemde mannen mee naar huis."
"Nee."
"Behalve als ze heel knap zijn, natuurlijk."
"Ja, natuurlijk."
"Of rijk."
"Of allebei."
"Dat is het beste."
"Doe ze daar allemaal de groeten."
"Doe ik."
"Oké, nou doei dan."
"Doei."
"Je belt me, hè?"
"Ja."
"Nou. Dan zie ik je volgende week wel weer."
"Ja, tot volgende week."
"Tot dan. Dag."
Alarmfase
Omdat ik wel van een spannend en uitdagend leven houd, niet bang ben zo nu en een risico te lopen en gevaarlijke situaties niet altijd uit de weg ga, ben ik nooit overgegaan tot de installatie van een virusscanner op mijn pc. Tot vandaag. 't Blijkt toch een handig ding.NB. En kunnen jullie nu eens ophouden mij aan een stuk door met wormvirussen te bestoken!
Maanziek
Toch heeft het wel wat, 's nachts rijden. Vooral bij zo'n heldere nacht als deze, met een prachtige volle maan. Ik kon m'n ogen er haast niet vanaf houden. We konden z'n gezicht zien. De maan lacht niet, zoals mijn broer eerst zei. Ook niet een klein beetje. De maan kijkt bedroefd. Angstig. Bijkans wanhopig. Z'n wenkbrauwen komen boven z'n neus in opwaartse richting bij elkaar en z'n mond vormt een wat scheve en bange 'o'. "Kijk", zei m'n nichtje van elf, "de maan kijkt zo." Ze wil later actrice worden en het is dus best belangrijk dat ze verschillende expressies oefent. De uitdrukking van de maan lijkt me vrij cruciaal. Ze vormde haar gezicht in een ingewikkelde grimas. Maar het leek precies! "Nou", zei ik. "Dat vind ik héél knap." Waarop m'n nichtje dichtte: ik ben Jana en ik doe de maan na.Doos kwijt
Zo'n jaar of tien geleden - misschien zelfs wel elf of twaalf - moest ik mijn kamer in het huis van mijn ouders leegmaken. Ik woonde niet meer thuis of zou snel op kamers gaan. M'n moeder kon de ruimte wel gebruiken, bijvoorbeeld om dekbedhoezen in op te slaan en boeken die niet beneden in de boekenkast mogen. Mijn kamer is bovendien de enige kamer in het huis met nog een tweepersoonsbed, dus handig voor als er eens een stel wil blijven slapen. Nog steeds wordt de ruimte aangeduid met 'Lotjes kamer', maar sinds dat moment is het eigenlijk mijn kamer niet meer, ontdaan immers van vrijwel alles wat het mijn kamer maakte.Sommige dingen nam ik mee. Boeken, kleding, m'n bureau, het lampje naast m'n bed. Een kastje en een grote spiegel bleven staan en heel veel gooide ik weg. Posters, make-up en andere meisjesdingen belandden zonder pardon in de vuilnisbak. Wat overbleef - en dat was niet meer zoveel - stopte ik in een kartonnen doos. Niet eens een echte verhuisdoos, maar gewoon een klein doosje waar bijvoorbeeld blikken bruine bonen in hadden gezeten. Ik weet niet meer precies, maar nog wel ongeveer wat erin ging. Een stuk of vier dagboeken, m'n poeziealbum, een wisselschrift dat ik met m'n vriendinnen heb volgeschreven, zelf samengestelde verzamelbandjes, de asbak waarin ik m'n eerste sigaret uitmaakte, wat foto's en een zakje met onder de les geschreven briefjes. Ik plakte de doos goed dicht en schreef m'n naam en 'over tien jaar openmaken' erop met zwarte stift. "Kijk", zei ik tegen m'n moeder. "Mijn leven tot nu toe past in deze doos." Ja, toen had ik al veel gevoel voor drama. Of pathetiek, zo je wilt.
Misschien, heel misschien is in die doos ook het cassettebandje terechtgekomen waarop ik mijn eerste interview opnam. Een bekende moest je interviewen, want dat zou het makkelijkst zijn om te oefenen. Ik koos voor m'n oma, hoe ouder, hoe meer te vertellen, zo redeneerde ik. Ze ouwehoerde inderdaad kant A en B moeiteloos vol. Dat vond ik niet erg, want verhalen vertellen kon m'n oma als geen ander, ik luisterde graag naar haar. Over haar strenge vader, haar broers en zussen, de oorlog, haar baan als verpleegster en alle domme fouten die ze maakte. Over haar eerste grote liefde en dat ze met hem stond te zoenen in een steegje. "Een zak was dat", riep m'n opa nors vanachter z'n krant. Dat kwam ook op het bandje. M'n oma vertelde over de jongen die daarna kwam en daarna en daarna en m'n opa vond het allemaal zakken tot hij zelf aan de beurt was. Ik zat op de bank en ik luisterde en ik schreef. Toen kon je nog best lachen met m'n opa en m'n oma. Nu zijn ze allebei al een paar jaar dood.
Dit weekend heb ik, samen met een heleboel anderen, de zolder bij m'n ouders opgeruimd. Tot gisteren stond daar alle zooi die m'n ouders in de afgelopen dertig jaar hebben verzameld onder een dikke laag stof. Het meeste moest naar het grofvuil, naar het Leger des Heils of verdeeld onder mij en mn broers. Ik vond het spannend, want nu zouden we ook die doos vinden, waarnaar ik al een paar keer vruchteloos op zoek was geweest op zolder. Ik ontruimde kleding- en provisiekasten (een blikje met als uiterste houdbaarheidsdatum mei 1989 was het record) en ik wachtte geduldig tot ik iemand hoorde roepen: "Charlotte! Wat is dit nou voor doos met jouw naam erop?" Maar dat gebeurde niet. Ook toen ik ernaar vroeg, had niemand de doos gezien. De doos is kwijt. Alle hoeken van de zolder zijn zorgvuldig geïnspecteerd, vijf karren vol zijn naar het grofvuil gereden, er heeft een grootschalige herindeling van mijn ouderlijk huis plaatsgevonden, maar no doos. 't Is jammer. 't Is droevig. 't Is pech. Maar helaas. Ik zal het moeten doen met de herinneringen aan de herinneringen van mijn leven tot ik een jaar of achttien was. (Zeg ik, nog steeds met veel gevoel voor drama danwel pathetiek.)
Plassen
"Als ik naar buiten kijk, zie ik toch echt dikke druppels in grote plassen vallen", schreef ik op 30 april. Sindsdien wordt Charlotte's Web toch zeker drie keer per week gevonden na het ingeven van de zoekterm plassen. Los of in combinatie. Plassen slipje nat. Klinkt logisch, maar ik vind het toch merkwaardige zoekopdracht. Spijkerbroek plassen. Plassen meisje. Ooit geweten dat plassen zon populaire search string is? Of ben je hier toevallig zélf via plassen terechtgekomen? In dat geval kan ik me haast niet voorstellen dat je gevonden hebt wat je zocht. Mijn excuses. Maar kom gerust nog ns terug. Of, nou je er toch bent, waar wás je nou eigenlijk naar op zoek? Naar het werkwoord of het zelfstandig naamwoord plassen? Is plassen opwindend of juist moeilijk? Laat ook maar, ik wil het niet eens weten. Net zo min als ik wil weten wat de zoeker gedacht moet hebben toen hij winkel gestolen blote billen intiepte. Hoewel ik ook bij deze zoekterm even heb stilgestaan. Lange teennagels. Wat de dokter bij me deed. Vandaag werd ik gevonden op brandlucht, maar ook op ik wil mijn vriendin wraak nemen. Dat vind ik zelfs een beetje eng. Ho ho! wil ik zeggen. Doe nou niks waar je later spijt van krijgt! Maar goed, ik heb geen idee. Niet of het een hij of een zij is. En of hij of zij op de vriendin wil wraaknemen of haar juist wreken. Ik wil het dus ook niet weten. Ik wil alleen maar jou succeswensen. Jij, die me al vijf keer hebt gevonden op rijexamen 22 juli 2002, zet hem op. Als het zover is, zal ik aan je denken.Rekeningen
De slordige stapel wankelt als vanouds torenhoog op de plank boven me. Ik heb hem in de afgelopen weken fors zien groeien en er moet nu echt iets gebeuren. De situatie is bijna gevaarlijk. Als ik tegen mijn bureau stoot kan hij wel op mn hoofd vallen en loop ik hoogstwaarschijnlijk ernstig letsel op. Voorzichtig pak ik hem op en zet hem op de grond. Ergens halverwege zitten twee multomappen die ik meteen verwijder. Daarna ontdoe ik de stapel van verschillende mapjes die eigenlijk in het bakje Opdrachten thuishoren. Dat scheelt al een stuk. De telefoon gaat. Ik spreek lang met M. De telefoon gaat opnieuw. Ik spreek lang met C. Maar nu. Diep inademen en beginnen. Eerst schiften. Alles wat naar mijn oordeel weg kan gooi ik zwierig en verder ongezien over mijn schouder. Ongeopende enveloppen open ik en de vervolgens lege enveloppen vliegen eveneens vlotjes mijn schouder over. En zie! Die angstaanjagende stapel is zowaar gehalveerd. Die kan ik nu wel op mn bureau leggen om aan schiften deel twee te beginnen. Alles wat geen rekening of herinnering is meteen opbergen. Das nog een aardige klus. Wat overblijft is nu geslonken tot een werkelijk handzaam stapeltje onbetaalde rekeningen. Bijna zielig. "Haha!", roep ik ze toe. "Ben toevallig echt niet bang voor jullie." Ze zijn allemaal inmiddels al een keer door mn handen geweest en ik weet dat de rampnota er niet tussenzit. (Al jaren ben ik bang dat ik onverwacht een rekening krijg van 2000 euro - vroeger was het 4000 gulden - waardoor ik dan ernstig in de problemen kom. Daarom vind ik het altijd zo eng om mijn enveloppen open te maken.) Dan volgt nu het minder leuke gedeelte. Betalen. In totaal zijn het 21 rekeningen. Mijn krantenabonnement, een boete voor te hard rijden, de telefoonrekening en die grote loodgietersrekening van toen alle leidingen verrot bleken. Daarvan heb ik reeds de tweede herinnering ontvangen. Drie keer belasting, parkeervergunning, water en ziektekostenverzekering. Een dik halfuur breng ik door met elektronisch bankieren, volgens de reclame zo ongeveer het leukste dat er is. En zie! Het bedrag op mijn bankrekening is zowaar gehalveerd. Desondanks is er nu sprake van opluchting en ook een zekere vermoeidheid. De berg oud papier die zich achter mijn rug heeft gevormd, besluit ik tot morgen te laten liggen. Ik rol mijn bed in en droom onrustig over nieuwe stapeltjes enveloppen die her en der opduiken, rekeningen waar ik geen wijs uit word, aanslagen voor zaken waarvan ik nooit heb geweten dat ze geld kosten en een nota waarvan het bedrag van 236 euro plots verandert in 2236 euro. Verschrikt word ik wakker en de cijfers dansen nog even boosaardig voor mn ogen. Onthouden voor de volgende keer: 23.00 uur op een doordeweekse dag is geen goed tijdstip om aan de administratie te beginnen.Ik wil geen mevrouw zijn!
We zaten buiten aan tafel, karafjes rosé, rode wijn en water, drie grote schalen met tapa's. Ik kende lang niet iedereen, het gezelschap bestond vooral uit bekenden van m'n broer E. De jongen naast me babbelde gezellig over zichzelf, het was warm en lawaaiig, af en toe scheurde er een auto voorbij en ergens achter m'n ogen knorde zachtjes een verwaarloosde kater. En toen gebeurde het. Mijn gesprekspartner besloot zich in mij te verdiepen. Voor het eerst keek hij me aan. "Ben jij eigenlijk de oudere zus van E?", vroeg hij oprecht nieuwsgierig. Van schrik kon ik even niks zeggen. Dat ik er in mijn leven florissanter uit had gezien, wist ik. Dat een drankinname van verscheidene liters niet bijdraagt aan een frisse uitstraling de volgende dag, wist ik. Maar hallo! Mijn verbazing sloeg om in verontwaardiging. Deze vraag was ronduit beledigend! "E. heeft een dochter van elf", antwoordde ik bits en vond de zaak hiermee eigenlijk afgedaan. Mijn tafelheer knikte beleefd. Hiervan was hij op de hoogte. De dame in kwestie had hem zojuist nog met een stuk stokbrood in z'n rug geprikt. Maar was ik nu ouder of jonger? "E. is veertig!", vervolgde ik schel, waarbij ik hem jeugdig en vooral heel cool probeerde aan te kijken. Uit het lichte gestotter naast me, begreep ik dat de boodschap nu zijn weg begon te vinden. "Oh, wacht, ehm, je bent natuurlijk een stuk jonger, je bent vast dertig ofzo." Ik wist de neiging om een slok wijn in z'n gezicht te spugen te onderdrukken. "Ik ben twáálf jaar jonger dan E!" Aan zijn gezicht zag ik dat nu zijn vergissing in volle omvang tot hem doordrong. Kennelijk besloot hij dat de situatie niet meer te redden viel, waarop hij zich van me afwendde en een geanimeerd gesprek begon met E's dochter van elf. Vertwijfeld besmeerde ik een stukje brood met wat tapenade."Ik vind het gemeen," zei ik tegen m'n vriendin V. toen we van het restaurant naar de kroeg liepen.
"Het is ook gemeen."
"Ik zie er helemaal niet ouder uit dan veertig."
"Echt niet. Je ziet er niet eens ouder uit dan dertig."
"Heb ik rimpels?"
"Geeneen."
"Eerlijk zeggen!"
"Nou, misschien - sta eens stil - zit hier boven je neus een heel klein beginnetje van wat ooit een rimpel zou kunnen worden, maar dat duurt vast nog heel lang."
"Heb ik soms hele tuttige kleren aan?"
"Nee! Je ziet er juist altijd heel hip uit!"
"Waarom zijn er dan mensen die denken dat ik veel ouder ben dan ik ben? Waarom schatten ze me nooit jonger? Waarom vraagt niemand meer wat ik studeer? Waarom proberen jongens van twintig me niet meer te versieren? Waarom kan ik geen meisje meer zijn? Waarom zeggen de mensen in de winkel mevrouw tegen me? Ik wil geen mevrouw zijn!"
"Ik vind je geen mevrouw."
"Echt niet?"
"Ik vind je een jonge blom."
"Dank je. Ik vind jou ook een jonge blom."
"Dat is fijn."
"Zullen we het nu dan maar op een zuipen zetten?"
Warm hè?
Pffff.Een héle slechte film
Met zn vieren naar de bioscoop, dat klinkt leuk, maar je komt niet zomaar op die klapstoel terecht. Eerst moet je beslissen welke film het wordt en dat is met vier mensen veel lastiger dan bijvoorbeeld met twee mensen. Het aanbod is beperkt, smaken verschillen en natuurlijk heeft er altijd eentje de beste film die er draait al gezien. We hanteerden de Uitkrant-methode: aanstrepen, onderhandelen en wegstrepen. Bleven over: The Count of Monte Cristo, About a boy en Killing me softly. Ik moet bekennen dat mijn voorkeur uitging naar de laatste film. En omdat ik altijd mn zin krijg - of in elk geval dit keer - gingen we die ook zien. Ik heb het boek gelezen en dat was spannend, dat zijn immers alle boeken van Nicci French. Ik was vergeten waar het over ging, want ik vind alle boeken van Nicci French ook weer erg op elkaar lijken en de verwarring wordt nog groter doordat alle omslagen zijn voorzien van een foto van hetzelfde Griekse beeld vanuit een ander perspectief.Oké. Wij naar die film. We konden niet naast elkaar zitten, want we hadden niet gereserveerd. Nou ja. Ik zat toevallig naast een heel aardig stel dat het ook wel sneu voor me vond dat ik niet bij mn vriendinnen kon zitten en nog vriendelijk aan me vroeg hoe het nou voelt om Rémi te zijn. Tsja. Niet zo leuk natuurlijk. Maar ja. "Tijdens de film mag je toch niet praten", riep ik nog stoer naar R. en V. die achter elkaar zaten en dus toch een soort van samen waren. Het zag er erg gezellig uit, zoals zij daar zaten.
Maar dat ik daar Rémi zat te wezen, was eigenlijk niet zo erg. Erg was de film. Het verhaal is van een meisje dat een jongen ontmoet bij een stoplicht. Ze vinden elkaar vreselijk aantrekkelijk, diezelfde dag doen ze het nog, ze worden hartstochtelijk verliefd, de bedoeling is dat een soort obsessieve verliefdheid wordt uitgebeeld (hetgeen mislukt, maar goed, ik begreep het) waarop meisje haar vriend verlaat die een soort goedaardige sukkel moet zijn. Dat gaat ongeveer zo. Vriend zit voetbal te kijken. "Ik moet met je praten", zegt meisje in pyjama. "Nu niet," zegt vriend, "ik zit voetbal te kijken." Op de televisie schiet iemand tegen de lat. "Jezus!" schreeuwt vriend. "Daar staat toch niemand!" "Ik ga bij je weg", zegt meisje. Vriend kijkt lichtelijk verrast van het scherm op. "Wat? Ga je bij me weg?" "Ja. Ik heb iemand ontmoet." "Oh."
De hele film klopt nergens. Idiote dialogen, lijntjes worden uitgeworpen maar nooit meer aangehaald, personages komen en gaan zonder dat hun functie duidelijk wordt, er wordt slecht geacteerd, de motieven zijn ongeloofwaardig, het hele plot ontbreekt in feite. De hoofdrolspelers zijn een soort achterlijke Bambi met tieten en een kneus die een macho moet spelen, zodat je gaat geloven dat hij een gemene verkrachter en moordenaar is. Het meest droevige is nog dat de film op geen enkel moment spannend is. Al heb je het boek niet gelezen, je weet onmiddellijk wie het heeft gedaan. Bambi niet natuurlijk, die stapt vrolijk met de moordenaar in de auto om ergens een lijk op te graven. Afijn. Ik voelde me tamelijk bezwaard toen ik de zaal uitliep en op zoek ging naar mn vrienden. "Wat een kutfilm," zeiden ze. "Sorry", zei ik. "Het boek was spannender." "Nou," zei V. "een gemiddelde verfilming van John Grisham is al een stuk spannender." "John Grisham?", zei R., "Een gemiddelde aflevering van Baantjer is nog spannender." "Baantjer?" zei E. "Een gemiddelde aflevering van de Fabeltjeskrant is nog spannender."
Vanmiddag ga ik naar een toneelvoorstelling voor kinderen: Dik Trom. Ik heb toen ik klein was alle boeken van Dik Trom gelezen en ik heb ervan genoten. Is dat raar? Het hoeft in elk geval niks te zeggen over de bewerking, dat blijkt maar weer. Ik ben wel erg benieuwd. Dat de voorstelling spannender zal zijn dan Killing me softly staat wel vast.
Onder constructie
Er wordt weer volop geknutseld aan Charlotte's Web. Mogelijk dat jullie straks zelfs onthouden worden door mijn reageerdingetje! Is dat even fijn! Ik heb nu namelijk online ondersteuning van een geheime webtovenaar.Update: Alles werkt.
Ik vind...
Ik heb een hekel aan dooddoeners. Als kind werd ik héél boos als ik vroeg wat we aten en het antwoord was: "Husse met je neus ertussen." Of als ik vroeg hoe laat het was en mn moeder zei: "Kwart over de klok". Nu kan ik nog steeds lang en intens chagrijnig worden van dit soort grappige opmerkingen en flauwe antwoorden op mijn vragen. Maar het allerallerergste is als je met iemand aan het praten bent, er ontstaat een soort discussie, je luistert goed naar wat de ander te zeggen heeft, je overdenkt je eigen argumenten en je staat op het punt om jouw goed onderbouwde mening uit de doeken te doen, dus je zegt: "Ik vind..." En de ander onderbreekt je met: "Wat je vindt, dat moet je naar de politie brengen." Aargh!!! Yuk!!! Daar kan ik dus echt totaal niet tegen! Als iemand dat tegen me zegt, wil ik hem op zn bek slaan. Terwijl ik in de regel juist een heel zachtaardig en vredelievend mens ben.Schroevendraaiers
Over sommige dingen denk ik niet na. Misschien omdat ik er niet over na wil denken, waarschijnlijk omdat het me gewoon niet boeit. Zo vind ik al weken schroevendraaiers en ander gereedschap in mijn tas als ik terugkom uit Amsterdam. Nooit een moment bij stil gestaan. Gewoon gedachtenloos uit mn tas gehaald en op tafel of het aanrecht gelegd. Rolmaten en Stanley-messen, maar vooral dus schroevendraaiers. Na een paar dagen verdwijnen ze daar vanzelf weer. Dat vond ik niet gek. Dat vond ik niks. Ik dacht er niet over na. "Volgens mij heb je het niet eens in de gaten", zei hij laatst. "Wat?" "Dat er zich een gereedschapskist ontwikkelt binnen de muren van jouw bestaan." Dat was me inderdaad ontgaan. Ik hoop niet dat hij me ook vertelt wat de exacte locatie is van die gereedschapskist binnen de muren van mijn bestaan.In de inbox
Hoe mijn droom toch nog uitkwam. Kwestie van lang genoeg wachten.At 17:13 7-6-2002 +0200, you wrote:
Hee Charlotte, hoe lang duurt 't om over jezelf een stukkie van acht regels te schrijven? Bijgaand ter inspi: de zelfportretjes van de anderen en de lege pagina
van jezelf...
Charlotte's Web Nieuwe Stijl
Het staat erop. Er moet nog veel gebeuren, maar alvast even een gebruiksaanwijzing. De foto'tjes aan uw linkerhand slaan op mij of op dit web. Ik heb ze vrijwel allemaal voorzien van links. Soms gaan die naar verhalen uit het archief, soms naar algemene websites en er staan ook een paar links naar andere weblogs tussen, die ik zelf leuk vind om te lezen en waar ik gemakkelijk een plaatje van kon rippen. Vrij willekeurig dus en niet erg volledig. De link naar mijn favorietenlijstje op de loglijst is verdwenen, maar komt er binnenkort weer op als ik er een leuke plek voor heb bedacht. Hetzelfde geldt voor het w.i.e.-lijstje, want ik vind het toch wel erg gezellig om te weten wie er nog meer zijn. Webcamplaatjes linken naar m'n webcam. Verder is er geloof ik niet zoveel veranderd. Zijn er nog vragen, neem dan gerust contact met mij op.Even niet kijken...
Dank u wel.Leuk!
Misschien begreep je het al. Het vorige verhaaltje was niet helemaal de bedoeling. Ik begon met schrijven, dwaalde vreselijk af en kon toen niet zo snel meer bedenken hoe terug te keren naar het oorspronkelijke onderwerp: mijn bezoek aan het theater met S. Een typisch voorbeeld van onvoorbereid aan een stukje beginnen. Ik wilde het hele verhaal nog weghalen en vanaf In een opwelling ging ik gisteren met S. naar het theater opnieuw beginnen (en nu serieus!), maar bedacht toen dat ik jullie het Hoiboys-avontuur van C. en mij eigenlijk helemaal niet wilde onthouden. Dus ik heb er gewoon een punt achtergezet en op submit gedrukt.In een opwelling ging ik dus gisteren met S. naar het theater in Haarlem. S. en ik zijn allebei niet bekend in Haarlem, maar toch konden we het vrij snel vinden. (Dat is veel minder leuk gefomuleerd dan in het onderstaande postje, toch?) In de Stadschouwburg was daar Cabarestafette. Voor wie niet weet wat dat is: das drie voor de prijs van één. Je ziet dus een stukje uit het programma van drie verschillende cabaretiers. Allemaal aanstormend talent. Eerst Anousha Nzume, vervolgens Reijn & Goed en tot slot Erik Koller. Anousha Nzume heb ik twee jaar geleden al gezien, ook tijdens een Cabarestafette. Ik vind dat ze vooral goed kan zingen. Het publiek meekrijgen. Ze swingt. En daarom past ze niet zo goed in het theater, waar iedereen braaf op zijn stoel blijft zitten. Het verhaaltje dat ze tussen de liedjes door vertelt (Russische moeder, Kameroense vader, daarom ben ik zo), is wel grappig, maar niet hilarisch, zeker niet als je het voor de tweede keer hoort. Reijn & Goed is een duo van twee meisjes en om hen heb ik wel erg moeten lachen. Hoogtepunt vond ik de Pippi Langkous-act (die ik niet ga verklappen, ha, zo aardig ben ik dan weer wel). Veel venijnige dialogen, hier en daar raakte ik de draad kwijt, soms duurde een scene me net iets te lang, maar ik wil in ieder geval graag hun hele voorstelling een keer zien. Toen ik Erik Koller zag, dacht ik meteen: die arme jongen had niets anders kunnen worden dan cabaretier, want met zon gezicht neemt geen mens hem serieus als boekhouder of manager. Het is een absolute clown. Koller is vooral grappig om zijn mimiek. En omdat hij gekke dingen doet met gekke attributen, zoals wc-papier, een douchegordijn en een toiletpot.
Ik weet niet wat het is, maar mijn verhaaltjes eindigen vandaag steeds anders dan ik ze wil laten eindigen. Dit lijkt verdorie wel een recensie en als ik ergens een hekel aan heb, dan zijn het wel recensenten, vooral als ze gebruik maken van die zeurderige zonde-van-mn-avond-toontje. Was dan geen recensent geworden als je het liefst thuisblijft! Ergens hoorde ik iemand recensenten verzuurde parasieten noemen en dat vind ik wel een treffende benaming. Dit is dus geen recensie en ik vond het op geen enkele manier jammer dat ik gisteren naar Haarlem ben gegaan. Het is gewoon een stukje over mijn avond gisteren. En mocht het theater bij jullie in de buurt toevallig nog Anousha Nzume, Reijn en Goed of Erik Koller op het programma hebben staan, koop dan zeker kaartjes, want ze zijn alledrie de moeite waard. Zo dan.
Desillusie
In een opwelling ging ik gisteren met S. naar het theater. Niet in Utrecht, waar ik woon, niet in Amsterdam, waar mijn vriend woont, niet in Den Bosch waar S. woont, maar in Haarlem waar werkelijk niemand woont die ik ken. Oh nee, wacht, behalve dan die twee vakantievriendjes die ik ontmoette toen ik vijftien was op een camping in Spanje en van wie ik de namen inmiddels ben vergeten. Ze staan nog in mn geheugen gegrift als de Hoiboys, naar hun vriendelijk gegroet als we elkaar tegenkwamen op weg naar het strand of het toilet voordat we elkaar echt aan durfden te spreken. Wat hebben we het leuk gehad met de Hoiboys. Ik en m'n nichtje M. en later ook nog m'n vriendin C. die verderop met haar ouders in een appartement zat. Wat waren we mooi en hip en geestig en vooral verliefd allemaal. Met zn allen naar de campingdisco waar ze al zo nu en dan voorzichtig een acid house-nummer draaiden. 1989. Zoenen op het strand met je voeten in de zee. In één woord: uniek. Wat een toeval dat juist wij, waarschijnlijk de leukste meisjes van Nederland, helemaal in Spanje de leukste jóngens van Nederland tegenkwamen. Een kans van één op zes miljoen, zo berekenden we. Een paar maanden later, terug in Nederland, togen mn vriendin C. en ik naar Haarlem, waar een van de twee een feestje gaf. Spannend. C. zei van tevoren tegen haar ouders dat ze bij mij sliep en ik tegen de mijne dat ik bij haar sliep. Zo pakten wij dat soort dingen destijds aan en zo hoort het ook als je zestien bent.Het was een teleurstellend avontuur, dat weet ik nog. In de eerste plaats vielen de Hoiboys zelf bitter tegen. In plaats van schaarsgeklede zongebruinde stukken, met stralend blauwe ogen en schitterende MacCleans-smiles - in mijn herinnering compleet met dat reclametwinkeltje - troffen wij op het station van Haarlem twee slechtgeklede puisterige pubers, met fletse ogen en gelige tanden die schutterig schuine grapjes vertelden en daar zelf hard om lachten, terwijl C. en ik elkaar alleen maar veelbetekenend konden aankijken. Het ergste was nog dat ze opeens ook maar geringe interesse in ons toonden. Terwijl wij niet degenen waren die ons in Spanje véél leuker en knapper hadden voorgedaan dan we waren. Een van hen woonde in een klein huis dat zijn moeder had geprobeerd zo vol mogelijk te stouwen met friebels en frutsels. Beeldjes, vaasjes, fotolijstjes en kleedjes, overal kleedjes. Wat voelde ik me ongemakkelijk en C. ook, dat weet ik zeker. Diezelfde moeder (ik weet niet eens meer van welke Hoiboy) had tot overmaat van ramp een fondue voorbereid en ook nog wat neven, nichten en buren uitgenodigd voor dit feestmaal. We zaten met veel te veel mensen aan een veel te kleine tafel en natuurlijk, natúúrlijk verloor ik als enige mijn balletje in de pan. Waardoor ik ook nog het mikpunt van hoon en spot werd en de dreiging van de hele afwas in mn eentje gedurende de rest van de maaltijd als een soort zwaard van Damocles boven mn hoofd hing. Op het feestje daarna, dat in een café plaatsvond, trapte mijn vriendin C. in het glas. Het sneed door haar schoen diep in haar grote teen. Wij tweeën, als een echt vriendinnenteam, verbonden de wond op het toilet met toiletpapier. Niet lang daarna viel ik flauw, want ik kan dus geen bloed zien. De barman zag me vallen, vermoedde een alchoholdelirium, pakte me op en deponeerde me zonder pardon op de koude straatstenen. Zatlappen, die kunnen we niet hebben in deze keurige gelegenheid. Toen ik mijn ogen opende, het bezorgde gezicht van C. en de verbaasde gezichten van de Hoiboys boven me zag, besloot ik dat het de allerlaatste keer was geweest dat ik een vakantievriendje in zijn reguliere omgeving zou opzoeken.
Binnenkort op dit web...
...weer verhaaltjes, belevenissen en gedachtenspinsels. Vooralsnog alleen even dit. Zodat jullie weten dat ik heus iets aan het doen ben om Charlotte's Web een zekere toekomst te bieden. Excuses voor deze saaie dagen. Ben jij een van die gast(en) die gisteren of vandaag langskwamen en teleurgesteld verdersurften, na vastgesteld te hebben dat er hier weer niets te beleven viel, ik ben er nog wel hoor! Je komt toch nog wel een keertje terug?Volume
Ha! De strijd 'uit welk tuintje komt de meeste herrie?' waarin tegenstanders wapens als schuur- en boormachines, stereoinstallaties en Radiohead's Pablo Honey inzetten, heb ik gewonnen! De rust is weergekeerd.Over waar ik ben en zo
Buiten, in de zon.
|
|

