Tip!
Als je het druk, druk, druk hebt, als je drie deadlines op één dag hebt, als je om het halfuur gebeld wordt door mensen die keihard spoed, spoed, spoed in je oor roepen, als je tiept en klikt dat het een aard heeft en als je vingers al een beetje tintelen, maar als je vooral je maag honger, honger, honger hoort rommelen, gooi dan niet, als je ontdekt dat het brood op is, maar je nog wel het een en ander in de diepvries hebt liggen, vijf vissticks in een koekenpan in een zeetje van margarine, om ze dan als ze eigenlijk nog net niet klaar zijn, met een grote schep mayonaise en een paar plakjes tomaat in drie happen naar binnen te werken. Daar krijg je namelijk best wel erge buikpijn van. Auw. Auw. Auw.Klacht
Mijn postjes worden te lang. Daarom nu een hele korte.Happy
Als je wat somber en humeurig uit je bed stapt - zoals ik vanmorgen - is het een goed idee om het pand te verlaten om iets leuks te gaan doen. Wat er bij mij dan altijd mis gaat - of laten we zeggen, wat er vanmorgen mis ging - is dat ik niks leuks kan bedenken als ik somber en humeurig ben. Ik bedenk dan iets heel vervelends. En als ik als ik dat gedaan heb, maak ik mezelf wijs dat het niet vervelend is. Maar juist datgene wat me gelukkig zal maken, vandaag althans. En dan ga ik het doen. Ik ging vanmorgen naar Ikea. Op de woonboulevard in Utrecht. Ikea, hoera. Daar aangekomen, stortte ik me niet direct in het woongedruis, maar zocht eerst het toilet op. Ik opende de enige wc-deur die niet bezet leek, het halve rondje boven het slot was wit en niet rood, ik zwaaide de deur wijd open, achter me stonden nog twee dames, en zag tot mijn grote schrik dat er al een mevrouw op de wc zat! Oh, wat een vreselijk genante momenten zijn dat! We gilden allebei en ik denk dat de dames achter ook nog een kreetje slaakten en ik deed gauw de deur weer dicht. Nu moest ik ook nog, terwijl ik het Zweedse meubelhuis doorkruiste, opletten dat ik de wc-mevrouw ontweek, om ons meer genante momenten te besparen. Rebels als ik ben, liep ik tegen de richting van de grote gele pijlen in, waarop ik natuurlijk prompt verdwaalde. Het was overigens helemaal niet rustig, wat ik had gehoopt omdat ik me niet kon voorstellen dat er veel mensen op dinsdagmorgen naar Ikea zouden gaan. Dat komt doordat er ook veel klanten uit Amsterdam en omstreken zijn, zo schalde er uit de luidsprekers. Het pand in de hoofdstad is immers wegens lekkage gesloten. Moeders reden met hun kinderwagens tegen m'n schenen en keken me daarma ook nog eens nijdig aan. Wat doe jij hier kinderloos en in je eentje in dit lustoord van nesteldrang? Ik ging wat te eten halen, maar kwam erachter, na even gewacht te hebben tot iemand op een bordje legde wat ik aanwees, dat ik aan de verkeerde kant van de rij had aangesloten. De goede rij was natuurlijk veel langer. Later zwierf ik langs groezelige Granö's en Ektorps en de stemming zakte bij iedere stap, en ten slotte wist ik nog net voor een echt zware depressie zich aandiende het gebouw ontvluchten. En dat alles voor een badkamermatje en een snijplank. In een poging mijn humeur voor deze dag weer wat op peil te brengen, besloot ik een vrolijke, opbeurende film te huren. Het werd Fight Club.Voor insiders
Vlak voordat ik net voor de tweede keer Harry Potter en de Vuurbeker dichtsloeg, bekroop me een akelig gevoel. Het gaat helemaal mis in de wereld van heksen en tovenaars op het moment, want er is een enorme slechterik herrezen, maar daar ging het niet om. Ik dacht opeens: wat als J.K. Rowling onder een auto komt? Of ziek wordt en doodgaat voordat ze de manuscripten van boek vijf, zes en zeven netjes bij de uitgever heeft gebracht? Wat dan? Komen we dan nooit te weten wat die flits van triomf in de ogen van Perkamentus te betekenen had?Areca (Chrysalidocarpus lutescens)
Ik lijd aan grootheidswaan. Nee, niet als het over mezelf gaat. Ik weet best dat ik met m'n 1,65 meter nooit bij de grote mensen zal horen. Ik ben doorgaans bescheiden over mijn talenten en capaciteiten en ook al bejubel ik zo nu en dan in een zelfverzekerde bui mijn oogverblindende schoonheid, over het algemeen vind ik m'n hoofd te klein, m'n oren te groot, m'n billen te dik en m'n benen te dun. De waanideeën betreffen mijn huis. Ik heb een klein huis. Dat weet ik. Als ik thuis ben, kan ik het ook zien. Het is eigenlijk niet eens een huis, maar een huisje. Met een gangetje, een trapje, muurtjes en een plafonnetje. Alles mini. Maar zodra ik een voet buiten het deurtje zet, gebeurt er iets in mijn verwarde geest. Mijn huis groeit. En groeit en groeit tot het de vormen heeft aangenomen van een waar paleis. Tot zover niets aan de hand.Nog even iets over m'n huis. Ik heb daarin een hoek, een soort nis eigenlijk, waar ik niet veel mee doe. Nu weet ik wel een aardige bestemming voor deze plek, maar dat is meer iets voor later. Want om er nu een box met allerlei knuffels en speelgoed neer te zetten, terwijl ik nog helemaal geen kind heb... Ik denk dat de mensen dat raar vinden. Ook al is het om alleen maar even te kijken hoe het staat. Er gebeurt dus niets in de nis, behalve dan dat mijn lievelingsschilderij er hangt, een schilderij van een mevrouw die een beetje zit te peinzen in haar blootje, echt heel mooi en bovendien speciaal voor mij geschilderd, door een kunstenaar uit voormalig Joegoslavië, dus aan alle kanten bijzonder. Maar voor ik nog verder afdwaal: die hoek is met enkel dat schilderij toch wel erg leeg, dus daar ging ik vanmorgen iets aan doen.
Wij hebben in Utrecht Tuincentrum Overvecht. Wie van jullie er wel eens komt - en volgens mij is bijvoorbeeld Hippo er kind aan huis - zal het met me eens zijn: Tuincentrum Overvecht is groot. Je zou er zomaar kunnen verdwalen en dat deed ik vanmorgen dan ook. Toen ik naar binnen ging, kon ik niet echt aanknopingspunten verzamelen voor de weg terug, ik zag alleen maar groen en aangezien ik nog geen fuchsia van een geranium kan onderscheiden, boden de honderden verschillende bloemen- en plantensoorten die ze in Tuincentrum Overvecht ongetwijfeld hebben uitgestald, ook niet echt houvast. Hoewel ik slecht zicht had, kreeg ik op mijn weg naar de uitgang sterk het gevoel dat ik rondjes liep en die indruk werd versterkt doordat ik telkens bij een (en volgens mij dus dezelfde) nooduitgang uitkwam. Ik hield het hoofd koel en besloot dat 'verdwaald in het tuincentrum' niet onder het kopje 'nood' valt. Bovendien had ik nog niet afgerekend en wist ik vrij zeker dat als ik niet aan dezelfde kant van het gebouw naar buiten zou gaan als waar ik naar binnen was gekomen, ik er lang over zou doen om mijn auto terug te vinden. Richtingsgevoel noch oriëntatievermogen vallen onder mijn sterke kanten. Maar dat wilde ik helemaal niet vertellen. Planten ging ik kopen in Tuincentrum Overvecht voor in die lege hoek.
Ik had al snel twee mooie potten in m'n kar, die precies voldeden aan m'n eisen, niet te duur, geen geteutel en groot. Planten voor in de potten uitkiezen was een stuk moeilijker. Want ook al is een plant op het eerste gezicht gewoon een plant, als je wat beter kijkt, zijn er toch een hoop verschillen. Kleine of grote bladeren en veel of weinig, langwerpig of bol van vorm en met of zonder een stammetje (het spijt me, plantenkenners, als ik volstrekt onjuiste termen gebruik). Na veelvuldig wikken en wegen ging mijn voorkeur uit naar een plant met veel sprietjes, of in tuincentrumjargon: een palm. Maar ook daar hadden ze er duizend van, dus met het beslissen welke palm met mij naar huis mocht, was ik nog wel een stief kwartiertje zoet. Ik koos uiteindelijk voor een soort palmbosje: de chrysalidocarpus lutescens voor wie 't wat zegt. En daar dan twee van. Ik had mijn oog laten vallen op een paar bescheiden exemplaren, er rekening mee houdend dat in een enorm complex als Tuincentrum Overvecht de planten waarschijnlijk wat kleiner lijken dan ze zijn. Maar deze waren wel erg minuscuul! Ze kwamen bijkans met hun sprietjes niet boven de potten uit. Gelukkig hadden ze nog grote broers, die stonden ernaast en waren niet heel veel duurder. Toen ik deze flinke jongens op mijn kar zette, kon ik door al het sprietengeweld nauwelijks meer zien waar ik liep, waardoor ik bijna een kind overreed en ook nog eens min of meer verdwaalde (zie bovenstaande alinea). Maar ik was blij met mijn aankopen.
Tot ik thuiskwam. Toen ik de chrysalidocarpus lutescens op z'n plek had gezet werd het me koud om het hart. Ik kon door het tropisch oerwoud die lieve blote peinzende mevrouw haast niet meer ontwaren! En toen stond er nog maar één! Dat de tweede joekel er niet meer naast kon, wat oorspronkelijk de bedoeling was, dat stond als een paal boven water, maar zelfs alleen die ene was in die hoek volledig buitenproportioneel. Ik ben een uur bezig geweest met het herindelen van mijn huis om beide palmen een goed onderkomen te bieden en ik moet tot mijn schande bekennen dat ik de grootste ietwat heb bijgeknipt (sorry, plantenliefhebbers). Na het verplaatsen van enige meubelstukken staat de eerste nu toch wel enigszins mooi beneden en, zoals je op de webcam kunt zien - jawel die werkt weer - woont de ander boven, naast m'n bureau. Het begint hier verdorie steeds meer op een echt kantoor te lijken.
Nieuwsflits
De webcam doet het weer. Of er iemand op zat te wachten, weet ik niet. Om heel eerlijk te zijn is er nog niemand geweest die tegen me zei: "Goh, leuk dat je site weer helemaal terug is, maar waar is je cam eigenlijk gebleven?" Ik geloof niet dat het bezichtigingsaspect erg gemist werd op Charlotte's web. Desalniettemin: hij werkt weer. Ik dacht: kom, ik meld het even.Charlotte en het slangenkasteel
Ik droomde vannacht dat iemand mijn broertje had omgetoverd in een grote, gezonde, knalgroene kikker. Nee, ik vond het ook niet echt origineel, maar het was wel heel vervelend, ook omdat hij in die gedaante niet meer wist dat ik z'n zus was en het beste met hem voorhad. Steeds als-ie me zag sprong hij weg, 't was heel irritant. Ik en nog iemand anders - ik weet niet meer wie - moesten hem redden, dat had m'n moeder gevraagd, want die maakte zich zorgen dat P. als kikker in zeven sloten tegelijk zou lopen. Volgens mij maakt dat als je een kikker bent niet zoveel meer uit, maar we deden toch maar wat ze vroeg. We kwamen terecht in een groot kasteel, waarschijnlijk was hij daar naar binnen gehupst. Er waren allerlei gangen en deuren, maar vooral veel trappen en langs de spijlen en aan de treden kronkelden heel veel donkerbruine slangen, sommige met twee koppen. Zo nu en dan viel er een naar beneden, die moest ik dan zien te ontwijken of van me afslaan. Verder gebeurde er weinig, we kwamen steeds hoger tot ik m'n broertje op het venster van een kasteelraam zag staan. Ik riep hem en zei dat-ie met me mee moest komen, maar of-ie me nu echt niet verstond omdat ik geen kikkertaal sprak of net deed alsof-ie me niet verstond, hij luisterde niet en sprong uit het raam. Dat overleeft-ie nooit, dacht ik nog, en toen werd ik wakker.Soms is het heel fijn als je kunt achterhalen welke indrukken van de vorige dag tot een bepaalde droom hebben geleid. Deze kwam duidelijk voort uit het pad-op-de-trap-verhaaltje op Zijperspace, een foto van een tweekoppige slang die ik op een weblog tegenkwam (weet iemand op welke?) en uit het feit dat ik (omdat het nu wel erg lang begint te duren voor deel vijf in de boekwinkels ligt!) maar weer eens ben begonnen in Harry Potter en de vuurbeker.
Update: en natuurlijk vooral uit het feit dat ik m'n broertje P. zo mis, die op vakantie is in Ierland en gelukkig 24 augustus weer terugkomt.
Telefoonblues
Als je een ISDN-telefoonaansluiting neemt, krijg je meer dan een lijn (en dus telefoonnummer) tot je beschikking. Dat is handig, dacht ik. Dan neem ik een nummer boven, waar ik werk, en een nummer beneden voor privé. Houden we de boel een beetje gescheiden. Het blijkt dus helemaal niet handig te zijn. Want ik zit niet de hele dag alleen maar boven en als je thuiswerkt, is zakelijk en privé nu eenmaal niet zomaar te scheiden. Ben ik een minuutje beneden om koffie te zetten of een boterham te eten, dan gaat steevast de telefoon boven over. Waarom neem je hem niet even mee naar beneden, zou je zeggen, het is immers zo'n draadloos geval. Dat probeer ik tegenwoordig dan ook te doen. Maar ik denk er niet altijd aan. Komt bij dat de telefoon beneden overdag ook regelmatig gaat en de telefoon boven 's avonds, omdat sommige bellers het systeem gewoon niet doorgronden. Dat kan ik hen niet echt kwalijk nemen, hoewel het nu ook weer niet heel erg moeilijk is. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen: op het verkeerde moment het verkeerde nummer gedraaid? Dan neem ik gewoon niet op! Maar dat vind ik ook zo onaardig en vaak zijn privé-gesprekken overdag een welkome afleiding. Daarom neem ik 's morgens de benedentelefoon - ook al zo'n draadloos geval - mee naar boven en meestal ook weer mee naar beneden als ik daar moet zijn. Betekent dat ik al met twee apparaten sjouw. Uiteraard vergeet ik regelmatig een of beide telefoons zodat het vaak voorkomt dat ik boven zit en ik beneden de telefoon die boven hoort te liggen, hoor rinkelen of andersom. Iedere dag moet ik toch wel een keer of drie een sprintje trekken omdat er ergens waar ik op dat moment niet ben, een telefoon gaat. Goed voor m'n conditie, slecht voor m'n humeur. Ik heb natuurlijk ook nog een mobiel. Er zijn mensen die dit zo'n ge-emmer vinden, dat ze me alleen nog maar op m'n mobiele nummer proberen te bereiken. Maakt het probleem alleen maar groter, want - ook al probeer ik echt de hele dag die drie telefoons achter me aan te slepen - meestal is m'n mobiele ook toevallig net op een plek ver bij mij vandaan als-ie gaat. Maar ik geef de moed niet op. Iedere morgen is er het grote telefoonverzamelmoment. Van de telefoon die ik op dat moment kwijt ben, draai ik het nummer om hem op te sporen. M'n mobiele in het geval van vanmorgen. Als gewoonlijk luister ik met gespitste oren waar het blikken muziekje klinkt, met in beide handen een telefoon, maar ik hoor het niet. Wel hoor ik ergens zacht "Hallo... hallo?" vandaan komen. Het blijkt uit een van de telefoons. "Hallo?" "Hallo, met de telefoon van Charlotte." "Oh hallo, met Charlotte zelf. Ik dacht, ik draai even het nummer van m'n telefoon om uit te vinden waar-ie is." "Nou, hier dus, je hebt hem gisteren laten liggen", zegt m'n vriendin V. "Ja, ik begrijp het. Heeft er al iemand gebeld?" "Nee, niemand behalve jij. Moet ik het doorgeven als er iemand belt?" "Nou, graag." "Oké, doe ik. Trouwens, Charlotte heeft dus gebeld." "Oh ja, wat had ze?" "Weet ik veel, een hoop gezeur over telefoons en dat ze niet wist waar ze ze had gelaten." "Ach, altijd hetzelfde liedje."Braaf
Dan denk je misschien dat Microsoft zich teveel bemoeit met waar je mee bezig bent (ik kan al weken geen fatsoenlijke zin meer in Word produceren omdat de Autocorrectielijsten schijnen te ontbreken), Eudora kan er ook wat van:Mood Warning!
Your message regarding "Droevige verhalen II" is the sort of thing that might get your keyboard washed out with soap, if you get my drift. You might consider toning it down.
Nou zeg. Het gaat hier om een uiterst droevig en aangrijpend verhaal, die bevatten nu eenmaal de nodige krachttermen. En om een mailtje met een enkel keertje 'shit' ergens op een relevante plaats, meteen maar liefst dríe rode pepertjes toe te kennen, vind ik wel wat overdreven.
Recept voor warm weer
Nodig: gesneden brood (casinowit of -tarwe), één halve kipfilet, krop sla, één vleestomaat, mayonaise, jonge kaas (in plakken), witte wijnazijn, zout, versgemalen zwarte peper. - Braad de kipfilet. Rooster vier sneetjes brood. Snijd de tomaat in plakken. Meng een klodder mayonaise met een beetje azijn, zout en peper. Smeer een sneetje geroosterd brood met dit goedje. Leg hier een plak kaas op en een paar gewassen slabladeren. Daarbovenop een nieuwe snee brood. Smeer ook deze boterham en beleg hem met een of twee plakken tomaat. Bestrooien met zout en peper. Afdekken met boterham nummer drie. Haal de kipfilet uit de pan en snijd hem (kipfilet is blijkbaar mannelijk) in plakjes. Smeer de bovenste boterham met het mayonaisemengsel en leg daar de plakjes kip bovenop. Bedek het laatste sneetje brood met het resterende mengsel en leg deze (met de mayonaisekant naar beneden uiteraard) op de top van de sandwich. Stevig aandrukken. Nog iets steviger. Het geheel mag niet uit elkaar vallen. Zo ja. Pak nu een groot (brood)mes. Snijd de boterhammen voorzichtig diagonaal doormidden. Als het goed is, heb je nu twee lekkere sandwiches in een driehoekige vorm. Leg ze op een bordje en schik de overgebleven plakjes tomaat en kip eromheen. Ga zitten en neem je bord op schoot. Sper je mond open, zo wijd als je kunt. Schuif de eerste sandwich ver naar binnen. Probeer nu met je boventanden je ondertanden te raken. Dit is waarschijnlijk onmogelijk, maar met een beetje getrainde kaken kom je een heel eind. Zorg dat het stuk dat nog vastzit aan de rest van de sandwich, loskomt door met je hoofd een korte ruk te geven. Veeg de mayonaise van je kin en je wangen. Na enige malende bewegingen zul je merken dat het mogelijk is je mond weer enigszins te sluiten tijdens het kauwen. Laat de smaken zich rustig vermengen in je mond. Verorber de rest van de sandwiches op dezelfde wijze. Dit gerecht is het smakelijkst wanneer je alleen bent of het minder belangrijk is een charmante of goedgemanierde indruk op je disgenoot te maken.Vrijdag
Weten jullie nog hoe het vroeger was, tijdens een van die zeldzame gelegenheden dat je - bijvoorbeeld omdat je ziek was - thuis mocht blijven, terwijl de rest van de wereld naar school of aan het werk was? Dat die thuisomgeving dan totaal anders leek, omdat je er was op een tijdstip dat je er normaal nooit was? Dat je merkte dat als de drukte van douchen, ontbijten en vertrekken per fiets of auto voorbij was, de wereld overstapte op een soort mysterieuze en serene rust? Dat je ontdekte dat er in het dorp regelmatigheden waren, waarvan je nooit eerder wist, simpelweg omdat je nooit op het moment aanwezig was om - ik noem maar wat - achter het bestaan van de SRV-man te komen? Op de een of andere manier kreeg je de indruk dat je werd ingewijd in een geheim, het geheim van hoe het overdag thuis is, als de rest van de wereld werkt of naar school is.Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst op vrijdagavond achter m'n pc heb gezeten. Maar ik moet zeggen: het valt een beetje tegen. Ik had me juist verheugd op een dergelijk gevoel van saamhorigheid. Overblijven met de die hards, die hebben vast iets leuks voor de vrijdagavondavond in petto als de rest van de wereld danst of in de kroeg zit. Maar nee hoor. Het is precies hetzelfde als op donderdag of op welke doordeweeksedag dan ook achter je pc zitten. Er wordt alleen wat minder ge-update.
Woensdag
Ik was toch nog niet honderd procent uitgeslapen vanmorgen in de auto. En warm dat het was! Daarbij komt dat ik Den Haag niet zo goed ken. Dus toen ik een bordje zag met een straatnaam waarvan ik wist dat die enigszins in de buurt moest zijn van het adres waarop ik had afgesproken, parkeerde ik fluks. Het was natuurlijk wel een betaalde plaats en ik had natuurlijk geen geld bij me. Maar voor een keertje had ik het geluk aan mijn zijde: drie meter van mijn parkeerplaats bevond zich zowaar een bank. Ik pinnen en - opmerkelijk helder - meteen chippen, want briefjes passen niet in de automaat. Aangekomen bij die automaat constateerde ik iets minder helder - ik deed er een minuut of vijf over - dat bankpasjes in Den Haag ook niet in de automaat passen. Weer terug naar de bank om te wisselen. "Nee, sorry, we hebben hier geen kleingeld." "Pardon?" "Ja?" "Ik dacht dat u zei: We hebben hier geen kleingeld." "Dat klopt." "Ik liep toch net een bank binnen?" "Mevrouw, als u hier niet staat ingeschreven, kunnen we u niet helpen." Oh. Aha. Goed. Dan maar iets kopen om aan wisselgeld te komen. Jammer voor mij: in de wijde omtrek alleen gesloten antiekwinkels en meubelzaken. Nieuw plan. Terug naar de auto. Andere parkeerplaats zoeken. Haha. Gelukt. Nu echt handig geparkeerd, namelijk tegenover een slager én in de straat waarvan ik wist dat hij uitkomt op de straat waar ik moest zijn. Ik naar de slager. En wat bestel ik? Wat bestel ik? Twee ons gehakt. Hallo! Wat heb ik daar nou aan? Alsof dat een hele dag goed blijft in een snoeihete auto. Terwijl het op woensdag gehaktdag is en helemaal niet op donderdag! Terwijl ze er - zag ik terwijl ik afrekende - ook gewoon flesjes water hadden! Water! Als ik ergens behoefte aan had was het wel aan water. Nu ja. Ik terug naar de auto met m'n zakje gehakt en één euro twintig aan munten voor de automaat. Niet echt genoeg, maar oké. Gehakt in de kofferbak gelegd. Muntjes in de parkeerautomaat. Briefje in de auto. En lopen. Lopen. Lopen. Die straat die dus moest uitkomen op de straat waar ik moest zijn, was ongeveer zeven keer zo lang als hij leek toen ik hem in het stratenboek opzocht. Echt waar, ik weet zeker dat er iets met die schaal niet klopt. Ik liep en ik liep en ik zweette als een otter en ik bad om verfrissing. En toen, als een soort wonder of het bewijs dat er toch nog iemand ergens is daarboven, iemand die zijn best doet zo nu en dan eens een gebedje op te vangen, daalde er een plens koel water op mijn hoofd neder, waarop ik tamelijk doorweekt en uiterst verbaasd omhoog keek. Bovenaan de ladder waar ik zojuist onderdoor was gelopen - inderdaad ook niet echt het juiste moment om het noodlot te tarten - zwaaide een glazenwasser als excuus met zijn spons. Hij had een halve emmer sop over me heen gekieperd. Droevig strompelde ik verder - op naar mijn interview. Wat een fijn begin van een nieuw levensjaar.Waar het om gaat: ik heb nu dringend andere dingen te doen. Maar zouden jullie me eraan willen helpen herinneren dat ik die twee ons gehakt binnen nu en, laten we zeggen twee dagen, uit de kofferbak haal? Anders voorzie ik misschien zo rond aanstaande woensdag een heel smerig stukje op dit log.
Happy birthday to me
Ik ben 29 jaar geworden. Joepie.Piep in
Begonnen jullie me al te missen? Het vorige postje is van meer dan een week geleden! Vragen jullie je niet af waar ik ben en wat ik doe en of ik mijn billen misschien dusdanig heb gebroken dat er van plaatsnemen achter de pc helemaal geen sprake kan zijn? Dat is niet zo, hoor. Ik had het gewoon even druk met andere zaken.Gelukkig voor jullie lezers, bevindt er zich een pittig iemand in mijn directe omgeving die jullie belangen behartigt. Ze belt me iedere dag iets gepikeerder op om te informeren waar de update blijft. Inmiddels is ze ronduit boos. "Nu heb ik nog steeds geen nieuw log van je mogen aanschouwen. Ik kom verdorie zeven keer op een dag op je website kijken, en dan staat er niets. De kracht is de regelmaat! Iedere dag een stukje. Het hoeft heus niet elke keer een meesterwerk te zijn."
Ik protesteer: "De grap is juist dat ik zelf de regelmaat bepaal." Maar zij zegt: "Ja, dag. Nee hoor, zo werkt het niet. Dan wordt het incidenteel, dat is niet goed. Ik vind het meer dan schandalig, dit lakse gedrag. Ik heb besloten dat ik geen enkel contact meer met je opneem, tot je wat nieuws hebt geplaatst. Ik wil je gewoon niet meer spreken. Dus ik zou me maar eens even gaan voorbereiden als ik jou was. Want anders gaat het woensdag al helemaal niet door. Dan kom ik niet op je verjaardag en krijg je geen cadeautje. Hup! Aan je log!"
Op de toon van: "Piep in!" vroeger bij het aankleden, als ik niet vlug genoeg mijn voet in een broekspijp stak. Of van: "Klok klok!" als ik treuzelde met m'n sinaasappelsap. Afijn, mijn moeder. Ze is zo lief en betrokken met wat mij allemaal bezighoudt. Ze meent het natuurlijk ook niet echt, over geen contact en niet op mijn verjaardag komen. Sterker nog, een seconde geleden viel er al weer een mailtje in de bus:
E-mailen zal ik dan nog wel doen zolang er geen log is verschenen. Zal ik morgen lamsrackjes meenemen of had jij iets anders in je hoofd.
Blauw
Natuurlijk gun ik iedereen de liefde. Maar ik heb gewoon de indruk dat deze relatie een scherp kantje heeft. Dat hij net iets te groot, te lomp, te bazig en te veel voor haar is. Zij heeft pit, dat is zeker, maar ik betwijfel of ze hem aankan. Ik ben ervan overtuigd dat hij gewelddadig is. Dat-ie haar vaak alle hoeken van de kamer - en de tuin - laat zien. Meer dan eens ben ik getuige geweest van een fikse ruzie tussen die twee en die meningsverschillen zijn bepaald onaangenaam. Het gekrijs is soms oorverdovend. Ze loopt wat moeilijker als ze bij hem is geweest en al zie je het niet meteen, ik weet zeker dat ze onder de blauwe plekken zit. Ik heb besloten dat ik ingrijp. Er moet een einde komen aan deze verhouding, want op deze manier gaat ze eraan onderdoor. En ik wil dat Floortje gelukkig is. Daarom heb ik die grote langharige beer van een kater de toegang tot mijn huis en tuin ontzegd. Niet dat-ie er zomaar mee akkoord ging, oh nee. Boos staat hij voor de deur en het raam te mauwen, hij is woest, hij wil dat ze bij hem terugkomt, zij is van hem, vindt hij. Maar zij weigert ieder contact. Tot gisteren dan, toen wilde ze hem wel even te woord staan. Niet rechtstreeks, voor de zekerheid bleef zij aan de ene en hij aan de andere kant van het raam. Natuurlijk werd het ruzie, zij laat gewoon niet meer met zich sollen. Hij gromde, zij blies en ik had er genoeg van. Met een zwaai gooide ik de tuindeur open, ik nam een aanloop en rende als een dolle op die dikke lomperd af. Waarbij ik me niet realiseerde dat het net een paar uur had geregend, er al een paar weken een laagje glibberig mos op de tegels ligt en ik m'n spekgladde schoenen aanhad. Ik maakte een spectaculaire glijer en landde hard - heel hard - op m'n billen. Het werd even zwart. Toen ik daarna opkeek, staarde ik hem recht in zijn grote gemene gele ogen. Zijn snorharen trilden en ik zou zweren dat hij 'gna gna' miauwde. Vandaag doet zitten pijn.Laatste dag
"Jij bent typisch een bolletjesmens", zegt ze tegen m'n broertje P. "Alles aan jou is bol. Je hebt een bolle neus, bolle wangen, bolle armen, een bolle buik en bolle billen." Ze kijkt er lief bij. "Als je jou tekent, hoef je bijna alleen maar rondjes te tekenen. Je lijkt helemaal niet op je zus, want Charlotte is een stokjesmens. Net als ik." Volgens C. is de mensheid ruwweg onder te verdelen in bolletjes- en stokjesmensen. De bolletjesmensen zijn rond en zacht en de stokjesmensen langwerpig en spits. Ik kan me er wel in vinden. We vergelijken vingers, armen, voeten en neuzen. Inderdaad, wij zijn stokjes, maar er zitten ook een paar echte bolletjes aan tafel. Al snel categoriseren we al onze vrienden en bekenden. We ontdekken dat er opvallende combinaties zijn. Mensen met een bolletjesgezicht, maar een stokjeslijf (lolly's) of juist andersom. Mensen die op de een overkomen als een bolletje terwijl een ander hen nu juist het prototype van een stokje vinden.Jullie vragen je misschien af waar ik me zoal mee bezighoud deze dagen. Ik geniet van het weer en van de omgeving. Ik ben omringd door lavendel en zonnebloemen. Ik ontbijt op de patio met thee en yoghurt. Ik zwem een paar baantjes en ik lees. De republiek der liefde van Carol Shields heb ik sinds een halfuurtje uit. Ik luier en ik slaap. Ik bereid eten en ik eet. Franse salade van tomaat, ui, olijfolie en een scheut azijn. Ik bak hartige taarten, verzorg aardappelschotels of bereid een lamsbout. Ik ga erop uit, rijd routes touristique en bezoek toeristische trekpleisters zoals Fontaine de Vaucluse, het plaatsje waar de rivier de Sorgue ontspringt. Ik doe zo nu en dan wat werkzaamheden in de tuin. We zijn met z'n elven. Na het eten zitten we aan de lange tafel op het terras met uitzicht op het dal. We drinken wijn en spelen blufpoker. We praten. Een van onze heftige discussies liep uit op ruzie. Meestal zijn de gesprekken onzinnig, langdradig en heel grappig, dat laatste vinden we zelf. We hebben het over cavia's met een hernia. De blijheid van brood als het uit de rooster springt. Bolletjes- en stokjesmensen.
Vanavond gaan we met de groep uit eten om af te sluiten. Morgenochtend vertrekken we voor dag en dauw.
|
|