Vandaag eens even geen leuk, grappig of aandoenlijk verhaaltje. Het is tijd voor iets anders. Zoals u misschien gemerkt hebt, bewegen er zich enkele terugkerende reageerders op Charlotte's Web. Zo nu en dan staat er een nieuwe naam tussen de reacties, soms komt er een trouwe reageerder bij. Er zijn er ook een paar afgevallen in de afgelopen maanden. In totaal zijn er doorgaans zo'n tien, misschien vijftien vaste klanten. Ik heb uitgerekend (het was niet zo'n moeilijke som met de statistieken ernaast) dat verreweg het grootste deel van de bezoekers dus eigenlijk nooit wat van zich laat horen. Misschien wel 90 procent van de lezers is stil. (Of zoiets, ik kan totaal niet rekenen.) Dat is niet erg, denkt u vooral niet dat dit een klacht is. Soms valt er gewoon niks toe te voegen, dat heb ik zelf ook zo vaak. Of u denkt misschien: dat jij nou zo nodig van alles op internet wilt zetten, dat betekent nog niet dat ik dat ook meteen maar doe. Terecht. Maar goed, ondertussen bent u wel allemaal grote anoniemelingen voor mij. En dat is soms best raar. Alsof je een beetje op de gok aan het schrijven bent. Geen idee wie dit leest. En waarom. Daarom dacht ik: we doen gewoon een rondje Stelt u zich eens voor. Niet: Stelt u zich eens voor dat puntje puntje puntje, maar gewoon: Stelt u zich eens voor. Als u wilt natuurlijk, ik zou wel de laatste zijn om u ergens toe te dwingen. Maar het zou toch leuk zijn als een paar regelmatige bezoekers hieronder bijvoorbeeld vertellen wat hen bezighoudt en hoe ze hier terecht zijn gekomen. Of iets anders, maar in elk geval een poging doen tot een kleine introductie van zichzelf. Het hoeft niet bijzonder interessant of gevat geformuleerd te zijn. Doe maar wat. Natuurlijk kunt u met een verzonnen naam ondertekenen. Mailen mag trouwens ook. Het gaat er alleen om dat ik een beeld krijg. Volgende stukjes kunt u gewoon weer stilzwijgend lezen.
N.B. Vaste reageerders zijn natuurlijk ook van harte welkom om zich (nogmaals) voor te stellen als ze zich geroepen voelen.
De bel ging op het moment dat de substanties in de pannen op het vuur zojuist hun hoogtepunt bereikten. De buurman van een paar huizen verderop stond voor de deur. "Weet je wel", vroeg hij met bezorgde blik, "dat de achterpoot van je poes beschadigd is?" Dat wist ik niet. Maar ik was ook weer niet heel verbaasd, want er woedt al weken een hevige oorlog onder de katten uit de buurt en hoewel Floortje zich kranig weert, is ze verreweg de kleinste. Ik verwachtte wel dat ze zo langzamerhand het onderspit zou delven. Nu is het dan zover, ze is gewond. Zwaar gewond, vindt ze zelf. De buurman en ik hebben haar naar huis gebracht, ze krijste gedurende de reis luidruchtig. Op de bank liggen wilde ze niet, ze hinkte een stukje en ging pal voor de keukendeur klaaglijk liggen mauwen. Het klonk ongeveer als: auauww... auauauww... Steeds als ik voorbijliep, en dat was dus telkens als ik naar de keuken wilde (of naar het toilet of de badkamer, want die bevinden zich achter de keuken), begon ze paniekerig te blazen en te brommen alsof ik van plan was expres nog eens op haar pijnlijke pootje te stampen en ook - vooral - alsof het allemaal mijn schuld was. Het was wel duidelijk dat ze niet van plan was een centimeter te wijken, maar uit het gemiauw, dat in de loop van de avond van toon veranderde, klaaglijk werd eisend, begreep ik dat ze haar etensbakje graag in de buurt wilde hebben. Als haar trouwe onderdaan ging ik dat natuurlijk ogenblikkelijk halen. Ze nam een koninklijk hapje, maar besloot toen dat ze eigenlijk veel te ziekjes was om te eten. Neem maar weer mee, begreep ik uit haar blik. Vanmorgen vond ik haar in exact dezelfde positie op exact dezelfde plek. Zie je nu hoe erg het met me is! Ik heb me niet eens bewogen! Maar ik vond het wel welletjes. Nu moest ze maar eens laten zien hoe ernstig het met haar gesteld was. Ik ben namelijk al eens eerder in deze act getrapt en dat leverde een schitterende röntgenfoto à 120 gulden van een puntgaaf kattenpootje op. Ik vulde haar bakje met vers blikvoer. Ik zette het op de plek waar het altijd staat. Om bij haar voer te komen, moest ze een afstand van ongeveer drie meter afleggen. Haar ogen spraken boekdelen: nog nooit in haar hele leven had ze zich zó verraden gevoeld. "Doe je mij dit werkelijk aan, jij dierenbeul?", miauwde ze. Maar ik liet me niet van mijn stuk brengen en zei streng dat ze tenminste een poging moest doen om op te staan. Heel voorzichtig kwam ze in beweging. Ze zette haar gewonde pootje aarzelend op de grond, maar trok het snel weer omhoog. Veel te veel pijn. Met minuscule stapjes strompelde ze op drie poten richting haar etensbakje. Ik zat er op mijn knieën naast om haar aan te moedigen. "Kom maar, Floortje! Nog een klein stukje! Je doet het heel goed!" Ze was nu ongeveer een meter van haar eten verwijderd. Dit ging ze redden, ik wist het zeker. Ik stak mijn arm uit om haar bemoedigend tussen de oren te krabbelen. Ze reageerde met het meelijwekkendste mauwtje uit haar repertoire. Ze maakte nog een kleine hink, boog toen een stukje door haar gezonde achterpoot, keek me nog eens beschuldigend aan en deed een lange plas.
Update (voor de bezorgde poezenliefhebbers ): Inmiddels ligt ze er zo bij. Geheel zelfstandig de trap opgeklommen en op m'n schoot gesprongen. Zo'n hele dag zielig doen is natuurlijk ook wel een beetje saai en eenzaam.
Gisterenmiddag heb ik kennisgemaakt met het werk van toneelschrijver Paul Pourveur, theatergroep Keesen & Co deed lezingen uit drie van zijn stukken en ik zag er twee: Le coucher d'Yvette en Naar Belgrado. Mooi, maar beide voorstellingen worden voorlopig niet meer gespeeld. Wel is Keesen & Co binnenkort in de theaters met een stuk van Paul Pourveur dat heet: Shakespeare is dead - get over it.
Een tijdje terug ben ik met een paar anderen naar de film Killing me Softly geweest. Gebaseerd op een Nicci French, maar ik dacht dat in het boek het verhaal heel anders liep. In de film was de slechterik bijvoorbeeld een personage dat in het boek niet eens voorkwam. (Zeker weten doe ik dat niet, ik haal namelijk de boeken van Nicci French nogal door elkaar. Waarom hebben ze dan ook allemaal dezelfde voorkant?)
Het was een gedenkwaardig bioscoopbezoek. Zo'n slechte film zie je maar zelden. Dat wil zeggen, als je niet doelgericht op zoek gaat en in de late uurtjes afstemt op een noodlijdende zender. Een matige aflevering van Goede tijden, slechte tijden steekt er nog gunstig bij af en dan heb ik het over een aflevering uit het eerste seizoen, toen het decor nog telkens omviel als Arnie wat enthousiast een deur opendeed. Het script was idioot, er was haast geen scène die klopte en het acteerwerk was ronduit lachwekkend. In de pauze keken we elkaar nog wat onzeker aan, zo van: ik zal toch niet de enige zijn die zich dood ergert? Maar toen we eenmaal naar buiten liepen, was het kraakhelder. Zó'n slechte film hadden we nog nooit gezien. Ik raad jullie dan ook zeker aan hem te huren als-ie op video uitkomt. Serieus bedoelde slechte films zijn namelijk erg komisch. Tot vroeg in de morgen hebben we ons vermaakt met napraten. We hebben iedere scène uitgeplozen en ons verbaasd dat er gedurende de opnames niemand is geweest die heeft gezegd: "Jongens... Dit kan eigenlijk niet." We hebben zelfs mensen ernaar toe gestuurd. Dit mag je niet missen. Dan weet je iets wat goed is tenminste weer te waarderen. We hebben besloten dat we dat vaker doen, slechte films kijken. Gisteren heb ik op video Deuces gezien. Ook al een pareltje in de categorie tenenkrommend. Heerlijk als iemand de telefoon opneemt met: "Hi Karen!" Nummerherkenning, denk je dan. Tot je in het volgende shot de gesprekspartner in een telefooncel ziet staan. En meer van dat. Mocht je na dit gelezen te hebben nu denken: hee, zo'n misbaksel heb ik laatst ook in de video gepropt, laat het mij dan even weten. Binnenkort hier een toptien van de beste slechte films. Voorlopig staat Killing me softly op de eerste plaats.
Wat is het toch een bittere teleurstelling (auw) als je na drie maanden (auw) de sportschool weer eens aandoet en (auw, auw) het blijkt dat er van je de conditie die je in de zes maanden daarvoor (auw) zorgvuldig hebt opgebouwd, niets meer over is. Niks! Geen frutseltje, geen fliebertje, geen heel klein pietepeuterig basislaagje als beloning voor al die ellendige inspanning (auw, dus). Ik zat gisteren op zo'n fiets na drie minuten al amechtig te trappen en te zweten als een otter - terwijl ik hem had geprogrammeerd op fluitend uitfietsen. Dat kon ik tien minuten level 4 interval mákkelijk een halfjaar geleden. En dit gedeelte was alleen nog maar bedoeld om op te warmen. Het bleek een serieuze aanslag op mijn leven. Mijn hart sloeg volkomen op hol en het duurde een kwartier voor mijn ademhaling weer enigszins normaal was. Mijn longen zijn een stelletje zwakkelingen. En nu wil ik mijn spieren (auw) trouwens ook eens heel ernstig toespreken. Waar waren jullie gisteren nou? Toen ik daar op het buiktrainingsmatje voor aap lag naast dat meisje dat zonder enige moeite duizend sit-ups deed in alle varianten terwijl ik bij de zesde reeds moest afhaken? Ja, nu kunnen jullie wel piepen (auw). Maar als ik jullie nodig heb, dan laten jullie het afweten (auw, auw, auw). Nog wat halfslachtige pogingen heb ik gedaan om met de dijbenenmachines en het stepapparaat mijn zelfvertrouwen weer iets op te vijzelen, maar dat is jammerlijk mislukt. En nu heb ik vreselijke pijn (auw) en ik loop als een oude dame. Wie heeft eigenlijk bedacht dat sporten goed voor je is?
In tamelijk schamele toestand ga ik vandaag - nadat we natuurlijk eerst hebben uitgevonden hoe diep je via slinkse wegen met de auto het autovrije centrum kunt binnendringen - Leiden verkennen en haar toeristische trekpleisters. Wie nog tips heeft, graag snel deponeren in het reageerdingetje, want ik word om twaalf uur opgehaald.
Ik woon best dicht bij het centrum en Theater Kikker ligt in het centrum. Ik heb een hekel aan fietsen en ik houd erg van lopen, dus als ik in het centrum moet zijn, ga ik meestal lopend. Daar komt uit voort dat ik meestal ook terug moet lopen. Dat is niet erg, want ik houd ook erg van teruglopen. Ook al is het al donker. (Discussiepunt: moet je als meisje/vrouw in je eentje gewoon 's nachts door de stad kunnen/durven lopen/fietsen, Utrechtse serieverkrachter of niet, of ben je dan een domme gans en vraag je om problemen? Reageerdingetje staat tot jullie beschikking.)
Vandaag moest ik dus in het donker teruglopen en om de een of andere reden was ik een beetje zenuwachtig. Ik had een naar voorgevoel. Nu heb ik enige tijd geleden ontdekt dat ik waarschijnlijk helderziend ben, dus dat maakte het nare voorgevoel nog wat groter. Toen ik bijna thuis was - ik moest nog een lang stuk rechtdoor, dan naar rechts en dan nog een klein eindje naar links - kwam er een oud klein blauw auto'tje heel langzaam voorbij. Griezelig langzaam. De bestuurder was een soort enge man, die tijdens het heel langzaam voorbijrijden mij doordringend aantuurde. Ik keek gauw de andere kant op, probeerde geen acht te slaan op zijn ongegeneerde en naargeestige staren en zette stevig de pas erin. Gelukkig reed hij verder. Ik was hem alweer bijna vergeten toen ik haast werd verblind door de koplampen van een zeer langzaam naderend voertuig. Het bleek hetzelfde auto'tje te zijn met daarin nog steeds dezelfde enge man. Hij had zich ergens omgedraaid. Weer loerde hij naar me tijdens het voorbijrijden met zijn gemene priemende oogjes. Het was mij wel duidelijk dat ik hier te maken had met een onguur type dat snode plannen ten uitvoer wilde brengen. Ik begon nog iets harder te lopen, er was nu echt sprake van een ferme tred, en ik zette mijn speciale gezicht op waarmee ik wil uitdrukken: ik ben op weg, ik heb haast, er zit iemand op me te wachten die weet dat ik ongeveer nú moet arriveren, diegene is mijn geliefde, hij is twee meter lang en zit op tai kwondo. Ondertussen reed de engerd in een slakkengangetje verder. Maar toen ik niet lang daarna achter me een auto langzaam naderbij hoorde komen, vermoedde ik inmiddels dat het om dezelfde auto en hetzelfde heerschap ging. En ja, hoor, daar zat-ie weer te koekeloeren. Nu stuurde hij zelfs heel dicht naar me toe, tot hij bijna de stoep raakte en even dacht ik dat hij de auto tot stilstand wilde brengen. Maar iets weerhield hem kennelijk en hij bleef rijden. Nu reed hij ongeveer net zo langzaam als ik hard liep en ik wist niet of ik nu beter kon inhouden of nog harder gaan lopen. Ik hoefde de knoop niet door te hakken, want hij besloot toch maar een dotje gas te geven en haalde me in. Mijn hart klopte in mijn keel. (Dit zinnetje heb ik nou altijd al eens willen schrijven.) Ja, die grap ken ik nou wel, dacht ik. Straks keer je weer om en zo blijven we aan de gang. Maar nu zou ik hem te slim af zijn. Ik was vlakbij het punt waar ik naar rechts moest. Ik manoeuvreerde me in een hoek waarin hij me niet meer in zijn achteruitkijkspiegel kon zien, dook de zijstraat in en zette het op een lopen. Nu moest ik thuis zien te komen voor hij me kon inhalen, want hij mocht natuurlijk niet weten waar ik woon. Ik rende op m'n allerhardst, hup naar links, ik probeerde ondertussen mijn sleutels uit mijn tas te vissen, dat lukte, ik liet ze vallen, raapte ze weer op, struikelde half, zocht voor mijn deur naar de juiste sleutel, kwam erachter dat ik nu eens wel de deur gedegen had vergrendeld met pensloten en al, kreeg uiteindelijk de deur open en viel bezweet maar opgelucht naar binnen.
Volgens mij ben ik aan een wisse dood ontsnapt. Het kan natuurlijk ook zijn dat meneer gewoon verdwaald was.
Vanaf vandaag ga ik elke dag een stukje posten. Echt. Want ik vind het het allerleukst als de nummertjes oplopen. Dus als er onder 01-09-02 wat staat en onder 02-09-02 en onder 03-09-02 enzovoort. Als dan opeens 08-09-02 volgt op 05-09-02, vind ik dat niet leuk. Dat staat slordig. Dan lijkt het net alsof die dagen niet meetellen en alsof ik op die dagen niets beleef. Het tegendeel is immers waar! Iedere dag beleef ik wel wat. Ik vond het tot nu toe alleen niet altijd beschrijvenswaardig. Maar daar gaat nu verandering in komen. Ook de voorheen door mij als niet beschrijvenswaardig bestempelde zaken, ga ik vanaf nu beschrijven. Jullie krijgen te horen dat ik zulke lekkere lasagne van vis en parmaham heb gegeten bij een klein knus restaurantje in Utrecht. Dat Buffy weer leeft en dat ik daar best blij om ben. Dat ik op bladzijde 131 ben van Geloof, hoop en liefdadigheid van Helen Fielding en dat zij ook de de dagboeken van Bridget Jones heeft geschreven. Dat ik naar de supermarkt ben geweest en dat ik dit keer een karretje pakte in plaats van een mandje omdat ik best veel nodig had, ook al hoef ik sinds kort niet meer met flessen Spa Rood te sjouwen. Dat ik geen euromuntje had voor het karretje, maar tot mijn verrassing zo'n namaakmuntstukje in mijn portemonnee vond speciaal voor in winkelkarretjes. Dat ik me nog verbaasde over dat dat namaakmuntje afkomstig was van de organisatie Alzheimer Nederland, omdat het me nou typisch zo'n ding lijkt dat je vergeet op het moment dat je boodschappen gaat doen. Dat ik me toen realiseerde dat ik het niet was vergeten en dat daaruit maar weer eens blijkt dat ik geen Alzheimer dan wel een andere aandoening heb die je dingen laat vergeten. (Dat ik overigens voor al deze gedachten helemaal niet op de hoogte was van het feit dat ik in het bezit was van het muntje.) Dat ik ongeveer iedere dag e-mails krijg van ene Gert-Jan de Vries die me allerlei software-aanbiedingen doet, zoals een cursus inline skaten, een vliegsimulator en Alles voor uw kinderfeestjes. Dat ik iets in de oven heb staan en dat dit de belangrijkste reden is dat ik snel een einde aan dit postje moet breien. En nog veel meer oninteressante logvulling allemaal binnenkort op Charlotte's web. En ga nou niet beginnen over dat niet de kwantiteit maar de kwaliteit ertoe doet en dat het allemaal minder wordt en dat jullie niet zitten te wachten op dit soort non-info. Het gaat erom dat die nummertjes elkaar opvolgen en dat ik straks een indrukwekkend archief heb zonder gaten in de data. Zo. Morgen meer over de voorstelling Misdaad en Straf van toneelgroep 't Barre Land die ik vanavond ga bezoeken in Theater Kikker. Dat wil zeggen, als er iets over te schrijven valt. (Huh?! Nu snap ik het zelf niet meer.)
Stel dat je hebt besloten dat je een paar maanden geen alcohol meer drinkt, je als alternatief eigenlijk alleen van water met bubbels houdt, maar je een verschrikkelijke hekel hebt aan gesjouw met flessen. Wat doe je dan? Juist! Dan koop je een machine waarmee je zelf water met bubbels kunt maken.
Ik verheugde me al een week op vanmorgen, omdat mijn eigen Soda Club zou worden afgeleverd. Ik had hem besteld bij Wannahaves (leve de credit card) want - het is gewoon fantastisch - daar kreeg je er óók nog eens twaalf verschillende siropen grátis bij, om je eigen frisdrank te maken. Vind ik niet lekker, maar leuk als er eens iemand op visite komt. Ik bedoel, wie kan z'n gasten nu maar liefst laten kiezen uit twaalf verschillende smaken fris?
De bel ging en ik sprintte naar de voordeur. Daar stond de Wannahaves-koerier met een groot pak in zijn handen. Jee! Wauw! Blij als een kind haalde ik de machine uit de doos. En mooi dat-ie stond in de keuken! Natuurlijk kon ik niet wachten om het apparaat uit te proberen.
Het werkt! Ik heb zojuist een paar glazen overheerlijk kraanwater met bubbels gedronken. De truc met de siroop heb ik nog niet uitgeprobeerd, ik wacht tot er iemand langskomt die van zoet houdt en er beter over kan oordelen. Hoewel ik de reacties op mijn uitnodiging 'Komen jullie gezellig frisdrank bij me drinken?!' tot nu toe wat lauw vind.
Toen ik nog de Volkskrant las, had ik het altijd met CAMU op de voorpagina. De stukjes van Remco Campert vond ik heel leuk, de stukjes van Jan Mulder níet te lezen. Om de dag trapte ik erin. Ik begon met de eerste zinnen, dacht: waar gáát dit over, keek naar de naam die onder de column stond - dat was dan altijd Jan Mulder - en ergerde me. Jullie vragen je nu natuurlijk af: hoe kan het dat je dat vaker dan één keer overkomt? 's Morgens vroeg ben ik niet op m'n best, daar wilde ik de verdediging op dit punt maar bij laten.
Ik word chagrijnig als ik een stukje lees in de veronderstelling dat ik weet wie de schrijver is, maar er dan achterkom dat heel iemand anders het geschreven heeft. Dat gebeurt altijd als ik me al heb verbaasd over eigenschappen die ik de veronderstelde schrijver nooit had toegedicht en me heb verwonderd over een schrijfstijl die ik niet gewend ben. Bah, denk ik dan. Als ik dat had geweten dat die ander het geschreven had, was ik er misschien niet eens aan begonnen.
Ik ben dan ook geen voorstander van het fenomeen gastloggen. Nu jullie dit weten, zullen jullie het wel wonderlijk vinden een stukje van mijn hand op de site van Omar aan te treffen. Nou ja. Ik ben ook niet altijd even consequent in mijn meningen en gedrag. Bovendien ben ik veel te nieuwsgierig om als iemand mij de sleutel van z'n huis geeft, niet onder het mom van plantjes water geven snel een kijkje binnen te nemen. Vandaar. Het was mijn eerste optreden als gastlogger en ik vond het eigenlijk best leuk.
Toch is het een klein beetje toevallig of misschien juist helemaal niet, maar heeft het te maken telepathie of magie. Even geleden droomde ik dat iemand mijn broertje had veranderd in een kikker, dat hij in een slangenkasteel verdween en vervolgens uit het raam sprong. Toen was ik nog zo blij dat ik mijn droom zo goed kon herleiden naar allerlei indrukken van de dagen ervoor. Ondertussen bevond mijn broertje zich in Ierland, waar hij - zo weet ik nu - onder meer boekwinkels afstruinde op zoek naar een verjaardagscadeautje voor mij. Afgelopen zondag kreeg ik het dan eindelijk. Je raadt het al, het was een boek. Een boek met de welluidende titel: How to turn your ex-boyfriend into a toad & other spells. Nou! Vinden jullie dat niet ongelofelijk vreemd! Terwijl ik lig te dromen over dat m'n broertje als een kikker door de velden springt, koopt mijn broertje een boek voor mij over hoe je mensen in padden kunt veranderen! Misschien droomde ik het juist wel daarom en ben ik eindelijk helderziend geworden, waar ik al mijn hele leven op hoop! Oké, het is niet heel nauwkeurig hetzelfde, maar de droom en de werkelijkheid hebben toch wel degelijk iets met elkaar te maken, geef toe. Al jaren speur ik naar aura's rond de mensen hun hoofden en zit ik te persen op een visioen van de toekomst en nu is het dan zover. Ik ben ook paranormaal begaafd. Misschien. Een beetje.
Maar goed, dat boek dus. Ik ben er hartstikke blij mee, want ik mag graag een potje toveren op z'n tijd. En er staan niet alleen spreuken in om je ex in een pad te veranderen (dat wil ik trouwens helemaal niet, want mijn exen zijn allemaal erg leuk en aardig en lezen hier bovendien nog wel eens mee), maar ook hele handige andere spreuken. De Noisy Neighbour Spell kan ik bijvoorbeeld op het moment goed gebruiken, sinds mijn buurman het onzalige plan heeft opgevat een nieuwe badkamer aan z'n huis te timmeren. En dan de Rich Witch Spell, die m'n banksaldo in de hoogte zou moeten laten schieten. Kan ook geen kwaad om die een dezer dagen eens te proberen. Doe ik de Born to Shop Spell er ook meteen achteraan voor the girl who wants everything, want daar kan ik me best mee identificeren. Voor een beter contact met Floris staat de Communicating With Your Cat Spell op het programma en voor de inspiratie sluit ik af met de I'm a Great Artist Spell. Na dit alles en samen met de twee Lucky Bamboo-stengels die sinds zaterdag mijn huiskamer sieren, kan het gewoon niet anders. Ik word rijk, gelukkig, succesvol en geliefd en blijf er de rest van mijn leven net zo adembenemend uitzien als nu.
Ja. Ik heb mijn haar geverfd. Dat hebben jullie goed gezien. Het was vlammend rood en is nu koffiebruin, zo noemt Wella de kleur tenminste. Tegen het zwarte aan, maar officieel is het echt bruin. Ik verf mijn haar niet voor de lol. Ik verf mijn haar omdat het anders grijs zou zijn. Ik heb niks tegen mensen met grijs haar, maar ik vind dat je daarvoor toch tenminste de dertig gepasseerd moet zijn. Zodoende. Heel lang geleden zag ik in de spiegel tot mijn verbazing een wit sprietje in mijn weelderige dos tevoorschijn komen. Hee, die heeft zich zeker vergist, dacht ik nog voor ik hem eruit trok. Een paar dagen later was-ie weer terug. En hij had een broertje bij zich. Toen had ik al twee grijze haren en ik was nog maar net afgestudeerd. Gelukkig wist ik zeker dat het vrijwel niemand zou opvallen, dus ik maakte me er geen zorgen over. Tot ik op een goede dag werd uitgenodigd voor een lekkere maaltijd in m'n ouderlijk huis. Ik wilde net een grote hap boerenkoolstamppot in mijn mond steken, toen mijn moeder een ijselijke gil slaakte. "Charlotte! Je wordt grijs!!!" Schuldbewust keek ik naar mijn bord. "Hoe oud ben je nu?!", vroeg ze waarschijnlijk retorisch, maar ik mompelde zachtjes: "22 jaar". "Ik kan er niks aan doen", zei ik. "Ik trek ze er wel uit, maar ze komen telkens terug." Waarop mijn vader en mijn broertje haast in koor riepen: "Je moet ze er ook niet uit trekken! Dan word je ook nog kaal!" Mijn vader voegde daar nog op onheilspellende toon aan toe, terwijl hij naar zijn glanzende kruin wees: "Zo is het bij mij ook begonnen..."
Op 1 september 2001 ben ik gestopt met roken. Tegelijk met m'n vriend, maar verder zonder boeken, pleisters, pillen of kauwgum. Cold turkey. En ik was echt geen mietjesroker. Niet zo iemand die zo nu en dan een sigaretje van iemand bietst als het erg gezellig is. Of die gemakkelijk eens even een paar dagen niet kan roken als-ie zich niet zo lekker voelt. Doorstomen was het devies, op elk moment, in elke toestand. Opstaan, koffiezetten, sigaret opsteken. Zware griep, hoge koorts? Pakje peuken naast m'n bed. Net wakker uit de narcose na een operatie? Ik stak er eentje op. Roken was m'n grootste hobby, ik rookte meer, fanatieker en met meer plezier dan de meeste mensen die ik ken en ik was er nog trots op ook.
Dus dat jullie niet denken dat het eitje was om te stoppen vorig jaar. Ik had nog nooit eerder ook maar een poging ondernomen. Maar ik deed het best goed. Slapeloze nachten leverde het op. Kilo's drop en lollies gingen er doorheen en ik bekwaamde me met zoveel overgave in het ijsberen dat ik er inmiddels een graad in zou kunnen halen. Om trots op mezelf te zijn en me zo nu en dan aan een paar voordelen te herinneren van niet roken, plaatste ik een metertje op m'n pc. Dat meet tot op de seconde nauwkeurig hoe lang je niet hebt gerookt. Het houdt bij hoeveel sigaretten je niet hebt gerookt, hoeveel minder geld je daardoor al hebt uitgegeven en hoeveel je langer zult leven. Dat was leuk. Vooral in het begin keek ik er vaak naar, hoewel ik ook zelf best wist dat ik zes dagen niet had gerookt en dat het bedrag dat ik daarmee had bespaard niet bijzonder indrukwekkend was. Na een tijdje viel het niet roken me natuurlijk minder zwaar en werd het steeds leuker om zo nu en dan het metertje eens aan te klikken en de getallen te zien groeien. Ik vond mezelf onwijs stoer. Dat ik met succes gestopt was met roken, in één keer, vond ik zo ongeveer het knapste dat ik in mijn leven had gepresteerd. Het streed nog even om de eerste plaats met mijn rijbewijs halen, maar omdat me dat niet in één keer was gelukt zakte die prestatie naar nummer twee. Ik was trots. Niet roken was cool en ik was nog cooler, want ik probeerde niemand ervan te overtuigen ook te stoppen. Ik zeurde er niet over als er in mijn omgeving werd gerookt en zelfs in mijn huis en auto mocht iedereen paffen wat-ie wilde. Ik was the best.
Maar. Vraag me niet waarom. Ik weet het zelf niet precies, maar ik kan me nog vaag herinneren dat het een hele goede reden was. Waardoor ik wel moest, ik kon niet anders, een sigaret opsteken was op 10 juli het enige logische, de beste oplossing en er zat eigenlijk niks anders op. Dus nam ik er een aan van iemand. En nog een en nog een en nog een, tot het een efficiëntere oplossing leek om zelf maar een pakje te kopen. Alles verpest. Na een paar dagen rookte ik alweer net zo veel, fanatiek en met veel plezier als voor 1 september. Maar ik kon me wel voor m'n kop slaan. Aargh, al die ellende en afkickverschijnselen doorstaan, voor niets. Precies tien dagen later had ik genoeg moed verzameld om de Marlboro's weer aan de wilgen te hangen. De tweede keer ging het stuk gemakkelijker en ik heb sinds die dag geen sigaret meer gerookt. Ik vind mezelf iets minder cool en ik heb inmiddels een aardig betoog in m'n hoofd onder de titel Stoppen met roken, een goed idee, dat ik zo nu en dan afsteek in 't bijzijn van rokende vrienden en familie. Roken in m'n huis en auto mag nog steeds, maar op het moment dat meer mensen tegelijk een sigaret opsteken, vind ik het wel steeds grappiger om overdreven te kuchen of heel hard te roepen dat roken voor watjes is.
Maar hoe zit het nu met mijn smober-verjaardag? Want het metertje zegt vandaag: one year!, 17 hours, 21 minutes and 13 seconds. 14628 cigarettes not smoked, saving € 2.304,05. Life saved: 7 weeks, 1 day, 19 hours, 0 minutes. Mijn vraag is: telt het nu nog wel? Zal ik die tien dagen gewoon niet meetellen? Of moet ik iets sjoemelen en de datum in 10 september veranderen? Of moet m'n stopdatum echt verschoven worden naar 20 juli, ook al gaat het maar om die luizige tien dagen dat ik niet smober was? (Nee, toch?!)