Straling

Er is iets heel engs aan de hand. Maar eerst ga ik iets anders vertellen.

Ik krijg de hele dag schokken. Dat komt doordat er iets vreemds met me aan de hand is. Ik ben een soort van permanent statisch. Ik doe het portier van de auto altijd met mijn mouw dicht, anders doet het pijn. Als ik de radio aanzet, gaat er steevast een stroomstoot door mijn lichaam. En ook bij alle andere apparaten waar enige elektriciteit aan te pas komt, ben ik berekend op een schok als ik ze aanraak. Daar kan ik best mee leven.

Het vervelende is dat elektrische apparatuur bij mij ook veel sneller kapot gaat dan bij andere mensen. Ik ben op mijn 29e al aan mijn derde droger, mijn derde televisie, mijn vierde telefoon (vast) en mijn vierde mobiel. Dat is niet normaal! En het kost handenvol geld. Het komt door dat gekke statische. Daar kunnen apparaten die zelf elektrisch zijn niet tegen. Die denken: Hallo, wij zijn hier de dingen die op elektriciteit werken, ga daar nou niet doorheen zitten stralen. En dan gaan ze stuk. Voor straf.

Ongeveer een halfjaar geleden kocht ik een iBook. Ik was er superblij mee. Het was de prachtigste en de coolste en de snelste en de fijnste en meest sexy computer die ik ooit gezien had en al dat moois stond gewoon bij mij op tafel. Ik was zo gelukkig dat ik fulltime aan mijn iBook zat te prutsen. Ik was zo enthousiast dat ik van blijdschap nog meer elektrische energie genereerde dan ik normaal al doe. Binnen een week gaf mijn iBookje de geest. Hij zei geen boe of bah meer. Wat ik ook deed, hoe hard ik bad en hoopte en stampvoette, welke absurde toetscombinaties ik ook intiepte, hoe fanatiek ik schold, lieve woordjes zei, mensen belde die er verstand van hadden, het scherm bleef zwart. Ik sliep een nacht niet en ging er in de vroege morgen mee terug naar de winkel. De mensen van Apple kregen de laptop tot hun eigen stomme verbazing ook niet aan de praat en ik kreeg prompt een nieuwe. "We noemen dat een DBA", zei de jongen. "Dead By Arrival. Misschien een fabrieksfoutje, dat komt wel eens voor." Ik vertelde natuurlijk niet dat ik vrijwel zeker wist dat het kwam doordat ik storende signalen uitzend. Maar hij vermoedde wel wat. Uit zijn wantrouwende blik maakte ik op dat dat-ie mij ervan verdacht héle enge dingen met m'n iBook te hebben gedaan. Apples werken namelijk altijd. En gaan niet zomaar dood.

Ik kreeg dus een andere en die doet het nu al maanden vlekkeloos. Ik was het voorval al bijna vergeten en wilde het hele idee van dat elektrische apparaten bij mij eerder kapot gaan omdat ik zelf elektrisch ben, al naar het land der fabeltjes verwijzen. Tot nu! (Hier komt het enge.) Mijn tweede iBookje maakt sinds een dag of twee een eng geluid. Hij tikt. Voortdurend. Het is een soort onregelmatige tik die uit de luidsprekertjes komt. Terwijl ik dit stukje tiep, zit het ding er de hele tijd irritant doorheen te tikken. Het klinkt heel onheilspellend, ietwat beschuldigend en dreigend. Ik denk dat hij het zat is. Ik ben heel erg bang dat hij ermee ophoudt omdat ik hem genoeg heb gepest met al mijn elektriciteit en ze zien me alweer aankomen bij de Apple-winkel. Dan heb ik wel wat uit te leggen. Maar ja, wie gelooft dat ik een soort omgekeerde Jomanda ben, met een destructieve in plaats van genezende straling waar vooral lieve, mooie Apple'tjes gevoelig voor zijn? Niemand, natuurlijk. Maar nu we het toch over Jomanda hebben, misschien kunnen jullie me helpen. Want volgens mij heb ik een bijzondere eigenschap en nu wil ik daar wel eens geld mee verdienen! Tot nu toe kost het me namelijk alleen maar kapitalen en er moet meer mee te doen zijn. Ik wil in elk geval al die stukke apparatuur eruit. Maar hoe? Suggesties zijn welkom.

admin Zondag 20 April 2003 at 01:09 am | | Default | 32 reacties

Kijk, een vrolijke eendenfamilie



Falderalderiere.

admin Dinsdag 15 April 2003 at 2:15 pm | | Default | Zeventien reacties

Scherven

De filosoof, met wie ik inmiddels samenwoon, mag dan de liefste en de knapste en de lekkerste en de slimste en de grappigste van de hele wereld zijn, erg handig is-tie niet. Ik heb nog nooit zoveel scherven gezien als in de afgelopen twee maanden. Geeft niks, het zal met al dat uitzinnige geluk te maken hebben. Maar intussen gaat mijn servies er in no time doorheen.

Nogmaals: u hoort me echt niet klagen. Ik koop straks gewoon weer nieuwe borden en glazen. Ze hadden me alleen wel eens mogen vertellen dat bij de scherven die dan geluk komen brengen, zoveel bloed komt kijken! En ik kan helemaal niet tegen bloed! Daar val ik van flauw! Omdat ik een mietje ben!

(De filosoof kan trouwens ook niet tegen bloed, zeker niet als het zijn eigen betreft. Dat is niet omdat hij een mietje is, maar omdat hij een zeer zeldzame allergie heeft, heeft hij me uitgelegd. Die houdt in dat hij het 'héél vervelend' vindt als er scherpe voorwerpen van glas of staal diep in zijn vel snijden of prikken. Zo vervelend dat hij helemaal duizelig en misselijk wordt. Ik keek hem natuurlijk stomverbaasd aan. Wat een gekke afwijking! De meeste mensen vinden het juist heel fijn als er lekker met scherpe voorwerpen diep in hun vel gesneden of geprikt wordt!)

Tot nu toe is het altijd goed gegaan, maar nét, hoor, en vooral omdat ik me heb ontpopt als een soort Florence Nightingale die voortdurend klaarstaat met doekjes en pleisters en ontsmettingsmiddelen. Zonder zelf onderuit te gaan bij het zien van wat druppels bloed en dat is best opmerkelijk.

Vanmorgen dreigde het echt verkeerd af te lopen. Ik was in de badkamer bezig met het maken van mijn toilet en hij was in de keuken bezig met het zetten van koffie. Geen levensgevaarlijke activiteiten, denkt u nu, maar pas op! Ik hoorde een donderend geraas, gecombineerd met glasgerinkel en wat gevloek uit de keuken. Omdat deze geluiden mij inmiddels zo vertrouwd zijn, reageerde ik niet direct. Ik hoop maar dat mijn Koziol-kopjes nog heel zijn, dacht ik heel even en smeerde nog wat worteltjescrème op m'n gezicht.

"Liefje, kom eens kijken", riep de filosoof. "Niet flauwvallen", voegde hij eraan toe toen ik de keuken betrad. Meteen werd het licht in mijn hoofd. Daar stond-ie, in een plasje bloed en temidden van duizend scherven. Bij het koffiezetten had hij het afwasrek aangestoten. Dat stond vol met glazen en borden en een paar van die glazen viel op de tegels stuk. Een grote scherf stuiterde op en kwam met de scherpste punt in de bovenkant van z'n voet terecht en richtte daar grote schade aan.

"Het bloedt heel erg", merkte hij nogal ten overvloede op en probeerde toen zijn voet onder de kraan te houden zonder zijn andere voet te bewegen, want dan zou hij immers daarmee in weer een andere scherf kunnen gaan staan. Het zag er moeilijk uit en het bloed stroomde nu over het aanrecht en in de wasbak. "Ehm, tja", zei ik en liep weer terug naar de badkamer. Een pleister zou hier niet afdoende zijn, dat had ik al gezien.

Ik greep een schone handdoek uit de kast. Wat ik ermee ging doen, wist ik nog niet zo goed. De ernstig gewonde wankelde intussen naar de huiskamer. "Het bloeden stopt maar niet", zei hij. "Hou je voet maar een beetje omhoog", leek mij dan wel een goed idee. "Er is waarschijnlijk een slagader geraakt", zei hij daarop en zeeg lijkbleek languit neer. Hij sloot z'n ogen, maar stak wel z'n been in de lucht.

Het moet een bijzonder tafereel zijn geweest. Eén meter tweeënnegentig bebloede filosoof op de houten vloer met zijn been omhoog, terwijl ik nog in nachtkledij met een grote witte tulband op mijn hoofd zijn maat zesenveertig voet stevig probeerde te omwikkelen met een handdoek - ik had de tegenwoordigheid van geest gehad een zwarte te nemen.

Zo bleef ik even staan, we kletsten wat en na een tijdje pakte ik twee stoelen. Een om z'n voet op te leggen en op de andere ging ik zelf zitten. De voet hield op met bloeden, dus ik kon de wond bekijken en er een pleister op plakken. Het wondje zag er schoon uit en was precies anderhalve millimeter lang. Maar waarschijnlijk heel diep.

admin Maandag 14 April 2003 at 2:54 pm | | Default | 22 reacties

Grote schoonmaak

Ik heb eens een heel moeilijk boekenmoment gehad, toen ongeveer 13 jaar was. Al mijn kinderboeken kende ik praktisch uit mijn hoofd en de kinder- en tienerafdeling van onze plaatselijke bibliotheek had ik ook uit. Maar ik durfde nog niet zo goed in de grotemensenkasten te gaan kijken en bovendien had ik geen idee wat ik daaruit dan moest pakken. Ik zat in een soort boekenniemandsland. Toen ging ik de boeken lezen die mijn moeder las toen ze ongeveer 13 jaar was. Het waren meisjesboeken, die had je nog toen mijn moeder een meisje was. Toen ik een meisje was, had je eerst de Tina en daarna de Yes, maar geen meisjesboeken. Wat een geluk dat die van m'n moeder bij ons op zolder stonden.

De meisjesboeken die ik dus ging lezen toen ik een jaar of 13 was, waren uiterst braaf. Ik weet de titels niet meer precies en ook niet wie de schrijfsters waren. Dat zou ik nu natuurlijk voor jullie kunnen op-Googlen, maar daar heb ik even geen zin in. Het meisje in de hoofdrol was een bakvis, een flapuit, dat vaak in de problemen kwam doordat ze allerlei ondoordachte dingen deed. Dan kwam het uit en moest ze heel erg blozen, maar ze had altijd een hart van goud. Ze giechelde veel met vriendinnen op haar kamertje met rotan meubeltjes. Ik wist nooit wat dat waren en ik weet het eigenlijk nog steeds niet. Maar het waren hele fijne boeken. Het meisje droomde van een of andere knappe jongeman uit de buurt en daar raakte ze dan uiteindelijk mee verloofd en alles kwam heel erg goed ondanks eerdere misverstanden.

In die boeken kwam heel vaak iets voor wat nu volgens mij helemaal niet meer bestaat. De grote schoonmaak. Ik ken echt niemand die aan een grote schoonmaak doet. Maar als het voorjaar kwam in de jaren vijftig, gingen alle moeders en dochters heel blij hun huizen schoonmaken. Dan zetten ze alle ramen en deuren tegen elkaar open en lieten ze de frisse lentebries de winter uit de kamers blazen. Ze klopten het stof uit de kleden en boenden de vloeren. Alles werd uit de kasten gehaald en omgespoeld en weer netjes opgeruimd. Vegen, schrobben, poetsen tot alles blonk en glom. De randjes en de plinten werden afgenomen en de gordijnen uitgewassen en weer opgehangen. Ieder vertrek moest compleet binnenstebuiten gekeerd en opnieuw ingericht. En dat deden ze toen allemaal dus ieder jaar.

Ik wil dat ook. Volgens mij zou mijn huis ontzettend gelukkig zijn met een grote schoonmaak. Sinds ik hier woon heb ik nog nooit alles uit de kasten gehaald, omgespoeld en weer netjes opgeruimd. In de hoeken en onder de kasten ligt nog stof van vier jaar geleden en de gordijnen hangen nog altijd ongewassen smoezeliger en stoffiger te worden. Ik vind zo?n grote schoonmaak een erg goed concept. Maar het lijkt me zo'n gedoe. En bovendien: het is nu zaterdagmorgen, half twee. Niet echt een tijdstip om de deuren en ramen tegen elkaar open te zetten, ook in verband met inbrekers. De tijden zijn veranderd, zie je. Sommige dingen kúnnen nu gewoon niet meer. Misschien moeten we het gewoon vooral in de meisjesboeken van m'n moeder laten blijven bestaan, dat voorjaarsschoonmaakidee. Die gordijnen blijven nog wel even hangen. Dan ga ik morgen leuke dingen doen. Net zoals ik de afgelopen weken heb gedaan, zoals jullie misschien wel begrepen uit de lage frequentie van de updates alhier.

admin Zaterdag 12 April 2003 at 01:31 am | | Default | Vijftien reacties