Kinderstemmetje

Zolang mensen nog vragen: “Mag ik je moeder even?” als ze op zoek zijn naar de vrouw des huizes (ik dus), valt het vast allemaal nog wel mee met dat 31 worden.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 29 Juni 2004 at 5:58 pm | | Default | Vijftien reacties

Zwart

Na tien jaar afwezigheid is de zwarte periode in mijn leven weer aangebroken. Toen ik 20 was droeg ik alleen maar zwarte kleren, want dat vond ik toen namelijk cool. Ik had alleen maar bonte was en die was dan zwart. Op een vrolijke voorjaarsdag gooide ik het roer om en voerde het kleurbeleid in. Ik gooide al mijn zwarte kleren weg – of bracht alles naar het Leger des Heils, dat weet ik niet meer precies – en vanaf die dag kocht ik nooit meer iets zwarts, op een enkel paar schoenen na. Tot groot genoegen van een hoop mensen, die mij altijd maar droevig gekleed vonden.

Het heeft niets te maken met het weer of met mijn aanstaande 31e jaargang of met mijn humeur. De zwarte periode is geheel zelfstandig en zonder reden of aankondiging teruggekomen. Sinds een paar weken lijkt het alsof er alleen maar nog maar leuke zwarte kleding in de rekken hangt. Ik heb inmiddels zwarte shirts, zwarte broeken, zwarte hemdjes (met vrolijke witte doodshoofdjes-print) en een zwarte rok. Gezellig. Ik heb mijn haar zwart geverfd en een bril met een zwart montuur aangeschaft. Vrijdag kocht ik voor 45 euro tweedehands een lange zwarte leren jas. Met blinkende gouden knopen, maar die heb ik eraf gesloopt en vervangen voor zwarte.

Terwijl iedereen voor gek loopt in malle oranje pakken, bezie ik de wedstrijden in stemmig zwart. Ik vind het goed. Ik word er blij van. Zwart is helemaal geen sombere kleur, heb ik besloten. Meer mensen zouden meer zwart moeten dragen. Het enige nadeel is dat ik nu nogal afsteek bij mijn interieur, dat nog volgens het kleurbeleid is aangeschaft. De bank is rood, de gordijnen zijn paars, het televisiekastje is groen, de kussens zijn blauw, de kat is rood-bruin-grijs. Ik denk dat het een vreemd gezicht is, zo’n zwart poppetje in dit regenbooghuishouden. Maar daar heeft alleen de visite maar last van.

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 28 Juni 2004 at 5:12 pm | | Default | 28 reacties

Nog meer supermarkt

Ok?, de supermarkt, dus. Ik gooi het er nu allemaal uit, al was het alleen maar om aan te tonen dat het allemaal waar is wat er in de Volkskrant staat. Ik ga ook wel eens samen met iemand naar de supermarkt. Met vriendin R. bijvoorbeeld. Zoals laatst. We zouden samen in caf? De B. naar een voetbalwedstrijd gaan kijken.

(Wat zeg je nu? Een voetbalwedstrijd kijken? Jij? Ja. Zelfs ik kom er niet onderuit om zo en nu en dan een voetbalwedstrijd te kijken. Wat zeg ik, ik begin zelfs al verstand van voetbal te krijgen. ‘Van der Meijden eruit, Makaay erin’, ik heb het het de hele tweede helft geroepen.)

Maar eerst moesten we wat eten, namelijk groentensoep, voor onze gezondheid. Dus moesten we naar de supermarkt om daarvoor de spullen in huis te halen. De conversatie die daaraan vooraf ging, verliep als volgt.

C: Zullen we gaan, R, dan kunnen we nog even naar de suup.
R: De wat?
C: De supermarkt.
R: Hoe noem je dat?
C: De suup.
R: Haha! Haha! De suup! Haha! Moet je horen hoe Charlotte de supermarkt noemt! De suup! Haha! Dat is extreem tuttig!
C: Nou. Wat zeg jij dan als je naar de supermarkt gaat?
R: Ik zeg altijd: ‘Ik ga even naar de Appie Happie.’

Nee, dat is stoer. Tss.

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 28 Juni 2004 at 10:05 am | | Default | Zeven reacties

Ethische dilemma's prijsuitreiking

U hebt over het algemeen goed geantwoord. De juiste oplossing was natuurlijk persoon B. Oh ja, dat had ik er misschien nog niet bijverteld, bij de ethische dilemma’s die ik aansnijd, is er altijd maar ??n goede uitkomst. Het is goed of fout en nooit iets ertussenin. In dit verband wil ik enige punten toekennen aan Astrid (7 om precies te zijn), vanwege haar opmerking: ‘Ik vind namelijk dat ik altijd gelijk heb (wat ik ook heb).’ Een uitstekende instelling, maar haar antwoord was helaas fout.

De hoofdprijs (40 punten) gaat naar Jasper. Niet alleen gaf hij het correcte antwoord, hij wist het ook nog zeer kernachtig te onderbouwen: Nieuwe kassa, nieuwe rij, nieuwe kansen. En zo is het precies. Een tweede prijs voor CasaSpider (35 punten), voor zijn heldere juridische benadering van de zaak. Op drie staat Jitty Boswinkel (30 punten). Ook al had persoon B gelijk, ze had natuurlijk niet in discussie moeten gaan met die onaangename persoon A, maar haar vriendelijk moeten laten weten dat ze niet nu, maar straks aan de beurt is. Smile, smile.

Dan is er nog een troostprijs voor Bart (10 punten) vanwege zijn korte uiteenzetting van het anarchistisch principe onder vrouwen in de rij van de supermarkt, die echter niet veel hout snijdt, maar daar gaat het niet om. En een gedeelde troostprijs voor Oase en Liesbet (allebei 5 punten), voor het constructief meedenken over een systeem dat dit soort situaties in de toekomst kan voorkomen. Volkomen onuitvoerbaar, zoals ze zelf ook al opmerkten, maar het is goed om te weten dat er mensen zijn die serieus naar oplossingen zoeken voor deze kassarijproblematiek.

charlotte@charlottesweb.nl Zondag 27 Juni 2004 at 2:41 pm | | Default | Negen reacties

Ethische dilemma's in de rij van de supermarkt

Hallo! Daar zijn we weer! Hoe gaat het met u? Met mij gaat het goed. En wel om het volgende. Vandaag zal ik voor het eerst een stukje plaatsen op Charlottes web over mijn belevenissen in de rij van de supermarkt. Ik heb het lang weten te vermijden, maar nu is het dan zover. Ik doe het gewoon. Het voelt als een een bevrijding.

In ??n moeite door wil ik een ethisch dilemma bij de kop pakken. Ik ben dan nog wel geen 31, maar, zoals George al zo m??i wist te zeggen: waarom wachten! De tijd van lichtzinnig geneuzel is voorbij. Het mooie is dat ik die twee dingen in ??n stukje kan combineren. Het gaat namelijk om een ethisch dilemma in de rij van de supermarkt. Hoe is het mogelijk, zult u zeggen. Nou, daar komt u snel genoeg achter.

Verder gebeurt het natuurlijk allemaal hier op internet en zal ik daarom – in ditzelfde stukje! – ook nog eens het interactieve facet van het verschijnsel weblog benadrukken. Ik wil namelijk graag uw mening weten. Uw reacties op dit stukje zijn dus erg belangrijk. Ik zal u de situatie voorleggen. Let u alstublieft goed op. Dat we straks niet weer krijgen van Charlotte, ik snap het niet, kun je het nog eens uitleggen. Ik leg het maar ??n keer uit.

Het gaat om een piepkleine Albert Heyn ergens in Utrecht. Het is waarschijnlijk de kleinste Albert Heyn van de hele stad, zo niet het hele land. Desalniettemin bezit deze supermarkt drie kassa’s, waarvan ??n snelkassa. Ok?, stelt u zich voor. Van de drie kassa’s is er maar eentje open en dat terwijl het spitsuur is in de kleine Albert Heyn, namelijk halfzeven. De rij is enorm lang en reikt helemaal door de middelste gang tot aan de vriesgevallen aan de achterkant van de winkel.

Ongeveer halverwege de rij staan persoon A en persoon B. De Albert Heyn is zo klein dat hij niet eens karretjes heeft, maar dat weerhoudt persoon A er niet van heel veel boodschappen te willen doen. Ze heeft een grote kop op haar mandje weten te maken van pakken ontbijtkoek, zakken andijvie, flessen frisdrank en meer van dat soort typische supermarkt-boodschappen. Persoon B, die achter persoon A staat, gaat bij een vriendin eten en heeft dus slechts een fles wijn en een pak yoghurt af te rekenen.

Inmiddels zijn we iets vooruitgeschuifeld en persoon A is bijna aan de beurt. Ze is zelfs al zo bijna aan de beurt dat ze zich compleet met overvolle mand al in het gangetje tussen de lopende band en het schap met de leuke snoepjes en de tasjes aan de andere kant bevindt. Persoon B bemerkt echter enige consternatie onder het winkelpersoneel en vermoedt daarom dat er nog een kassa open zal gaan. Zij houdt even in, zodat ze niet in het gangetje tussen de lopende band en het schap met de leuke snoepjes van de kassa die al open is terechtkomt, want ze weet dat het dan te laat is! Dan is ze hoe dan ook achter persoon A, met al haar boodschappen.

En nu gebeurt het! Bent u er nog? Daar gaat de tweede kassa open! Persoon B had het goed aangevoeld en hoeft slechts twee stappen vooruit te doen om als eerste aan de beurt te zijn bij de verse kassa. Ze zet haar wijn en yoghurt al op de band. Voor persoon A is er nog iemand aan het uitladen, haar mandje zit nog propvol. Is dat even een meevaller voor persoon B! ‘Ha!’ denkt ze dan ook. ‘Zo zie je maar dat er toch wat in die oude volkswijsheden zit. Tegenslag in de liefde, geluk in de rij van de supermarkt.’

Maar dat vindt persoon A – die plotsklaps last krijgt van oprispend rechtvaardigheidsgevoel – niet eerlijk. Zij was immers eerst en staat al veel langer in de rij! Ze trekt een heel boos gezicht, wurmt zich razendsnel weer uit het gangetje van de kassa die al open was, geeft persoon B een duw en laat haar zware mand met een grote plof neerkomen op de lopende band van de nieuwe kassa, precies voor de boodschappen van persoon B, die zich een hoedje schrikt. “Ik was voor jou, dacht ik zo”, snauwt persoon A er nog eens achteraan. “Niet waar,” zegt persoon B stoer. “Bij deze kassa was ik voor jou!” Persoon A doet echter alsof ze dit laatste zeer sterke argument niet hoort en keert persoon B haar grote lelijke rug toe.

Mijn vraag aan u is: wie heeft er nu gelijk? Oftewel: waar gaat het om in de rij van de supermarkt? Is degene die het langst in de rij staat altijd het eerst aan de beurt of mag degene die aan slim rijmanagement doet daarvan profiteren? U zult gemerkt hebben dat ik op geen enkele manier heb laten merken wie ik in deze kwestie ben, persoon A of B, zodat u objectief kunt antwoorden en niet weer allemaal mij massaal gelijk gaat zitten geven. Ik ben benieuwd.

charlotte@charlottesweb.nl Donderdag 24 Juni 2004 at 8:57 pm | | Default | 55 reacties

Hup, Holland

Gisteren en vandaag bracht ik door in de Utrechtse Sterrenwijk. Met gevaar voor eigen leven, kan ik wel zeggen. Hup, Holland, hup.

charlotte@charlottesweb.nl Zaterdag 19 Juni 2004 at 6:59 pm | | Default | Negentien reacties

Zaterdagse zoektocht, de stand van zaken

Terecht: het snoertje van mijn camera. Nog steeds vermist: mijn zonnebril. De hoes van mijn gewone bril. De hoes van mijn niet-geslepen zonnebril. Ben inmiddels bang dat ik al dit in een vlaag van verwarring in de vuilnisbak heb gemikt. Staat van mijn huis: puinhoop.

charlotte@charlottesweb.nl Zaterdag 19 Juni 2004 at 11:40 am | | Default | Vijf reacties

Ha!

Hoepelen jullie allemaal maar op met je voetbalkletsjes en je oranje petjes en T-shirts en vlaggetjes en haren en onderbroeken. Ik ga naar de film! En ik heb mijn Harry Potter-sokken al aan! (Hm, 30, het kan nog net.)

charlotte@charlottesweb.nl Donderdag 17 Juni 2004 at 4:17 pm | | Default | Veertien reacties

Binnenkort gaan we om

Trouwens, nu we het toch over allerlei narigheid en ellende hebben: over precies twee maanden min twee dagen (schrijft u het allemaal even op?) ben ik jarig. Ik word dan 31 (eenendertig!). Dat is heel oud. Ik dacht dat ik het erg zou vinden om 30 te worden en dat was ook zo, maar ik vind het nog veel erger om 31 te worden!

Op mijn 31e krijg ik waarschijnlijk rimpels. Die heb ik nu nog niet (echt niet!), maar op de dag van mijn verjaardag zullen ze ze mij in groten getale komen feliciteren, verwacht ik zo. Van al dat gejank droogt je huid immers ook onwijs uit.

Dan ben ik 31, wat sowieso al heel oud is, en heb ik ook nog allerlei rimpels, dus ik heb bij deze besloten dat ik vanaf die dag volwassen ben. Dat betekent ook dat er dan voortaan alleen nog maar zeer volwassen, serieuze en gewichtige stukjes zullen verschijnen op Charlottes web. Misschien vindt u dat vervelend, maar ja, ik kan er ook niks aan doen dat ik al zo oud ben.

Ik zal het dan bijvoorbeeld met u hebben over politiek, de zin van het leven, ethische dillemma’s en meer van dat sombere werk. Het moet maar eens afgelopen zijn met die grappenmakerij hier.

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 16 Juni 2004 at 3:02 pm | | Default | 35 reacties

't Is mijn feestje

Zondag heb ik de hele middag op de zolder van mijn ouders doorgebracht, op zoek naar oude foto’s van opa’s en oma’s en overgrootvaders en -moeders. Laatst was ik namelijk in Engeland – jaja, dat weten we nu wel – en daar had mijn tante een hele wand aangekleed met foto’s van haar voorouders. Jonge foto’s, trouwfoto’s, van die geposeerde familiefoto’s, foto’s waar je uren naar kunt kijken en vanalles bij kunt fantaseren. Prachtig vond ik het. Dat wil ik ook, dacht ik.

Vandaar de speurtocht naar oude foto’s. Het bracht heftige emoties teweeg, vooral bij mijn moeder. Eerst beschuldigde ze me ervan alleen maar geinteresseerd te zijn in de familiefoto’s van mijn vader en toen ik zei dat dat helemaal niet zo was, bleek het ene belangrijke album kwijt, waarin alle oude foto’s van haar ouders en grootouders zaten. Onvindbaar. Er stond van mijn moeders kant alleen nog een doos met wat slordige doosjes en enveloppen met de min of meer mislukte foto’s en wat reisverslagen en andere rommel uit de laden en kastjes van het huis van mijn opa en oma.

Ik heb de doos toch uitgezocht en vond een beschimmeld mapje waarin twee plakkerige oude pasfoto’s zaten van mijn oma. Ik heb er eentje uitgefriemeld en meegenomen om de volgende dag te scannen, zonder er verder lang naar te kijken. Eigenlijk vond ik het jammer dat ik die ene trouwfoto uit het kwijte album niet kon meenemen, waarop mijn oma in een geweldige jurk met een lange sleep en duizend bloemen staat en mijn opa met een hoge hoed.

Ik mis mijn oma. Dat klinkt misschien heel kinderachtig, want opa’s en oma’s hebben nu eenmaal de onhebbelijke eigenschap na verloop van tijd dood te gaan en ze is er al acht jaar niet meer, dus als je er dan nog mee zit, ben je wel een beetje een mietje. Dan maar een mietje. Ik kan haar telefoonnummer nog zo opdreunen en zeker in periodes waarin ik het moeilijk heb – zoals nu – zou ik haar willen bellen. Ik zou willen zeggen dat ik zo verdrietig ben, oma, dat ik mijn feestneus kwijt ben en mijn hoofd en mijn hart, ik zou haar willen vragen of ik het allemaal wel goed doe en wat zij zou doen als ze in mijn schoenen stond. Ze zou iets heel onzinnigs zeggen, want mijn oma zei bijna alleen maar heel onzinnige dingen, maar die waren altijd wel heel grappig. Ze hielpen niks, maar je werd er wel vrolijk van.

Gisteren scande ik het stapeltje foto’s dat ik had meegenomen en de scan van het kleine pasfotootje lukte wonderbaarlijk goed. ‘Jezus!’ riep vriendin V. ‘Dat ben jij! Je lijkt sprekend op haar! Dat vond ik een beetje raar, want ik heb alles donker en mijn oma had alles licht en bovendien lijk ik veel meer op de familie van mijn vader. Maar misschien dan toch een beetje. ‘Het zit hem in de bovenlip’, zei V. ‘Jullie hebben precies dezelfde bovenlip.’

Midden in de nacht heb ik de foto uitgeprint, heel groot, en in een lijstje op de schoorsteenmantel gezet. Het was kwart over een en tien glazen wijn en ze keek me stralend aan. Hoe oud zou ze toen geweest zijn? Twintig, vijfentwintig misschien. Jonger dan ik. Vol vertrouwen dat haar leven groots en meeslepend zou worden, geen idee wat haar nog te wachten stond. Geen spoortje cynisme, geen spoortje verbitterdheid, vol optimisme. ‘Jij kunt alles,’ zei ze tegen me. ‘Wat je maar wilt. De wereld ligt aan je voeten. Het is jouw feestje. Maak er wat van.’

En dat is misschien wel het meest zinnige dat mijn oma ooit tegen me heeft gezegd. Voor iemand die al acht jaar dood is, is dat best knap.

Klik!

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 15 Juni 2004 at 12:01 pm | | Default | Twintig reacties

Mijn cavia is ongelukkig

Mensen stellen mij vragen. Dat wist ik niet, omdat ik statistiekenvrees heb. Ik heb statistiekenvrees als ik niet zo regelmatig log. Dan denk ik: u gaat natuurlijk allemaal niet meer heel vaak bij mij kijken, want er komt toch nooit iets nieuws. Terecht, hoor. Maar daar hoef ik dan niet zo mee geconfronteerd te worden, dus kijk ik maar liever niet iedere dag naar mijn bezoekersaantallen.

Gisteren gaf ik een soort barbecue. Er was een berg vlees, er was een berg gamba’s, er waren negen flessen wijn, ik had zes mensen in mijn kleine tuintje gepropt en er was een baby. Toen ik vanmorgen wakker werd, was er geen vlees meer en lag er alleen nog een klein bergje gamba-omhulsels op een vettig bord. Er stonden negen lege wijnflessen in de tuin en er bevonden zich vier mensen aan de ontbijttafel.

Een van die mensen was mijn broertje. Hij was zeer opgewekt, wat ik opmerkelijk vond, aangezien hij volgens mij minstens vier van de negen flessen voor z’n rekening heeft genomen. ‘Weet je wel’, vroeg hij mij, ‘hoeveel mb-verkeer je hebt?’ ‘Nee,’ zei ik. Want dat wist ik niet. ‘Kijk je nooit naar je statistieken?’ vroeg hij. ‘Nee,’ zei ik. Want ik heb dus statistiekenvrees. ‘Heb je nog helemaal niet gezien dat je onwijs geavanceerde nieuwe statistieken hebt?’ vroeg hij. ‘Nee,’ zei ik. Dat had ik nog helemaal niet gezien.

Met mijn onwijs geavanceerde nieuwe statistieken kan ik heel veel te weten komen. Ik kan natuurlijk zien wie mijn site bekijkt, hoe vaak, hoe lang, waarom, vanuit welk land, met welke browser, op welke dagen van de week het meest, enzovoort. Allemaal zeer uitgebreid en nauwkeurig. Superboeiend, hoor, ook al denkt u misschien van niet. De rest van het ontbijt heb ik mij beziggehouden met mijn nieuwe statistieken. En zo kwam ik erachter dat mensen mij vragen stellen via zoekmachines. Prangende vragen, verdrietige vragen, lachwekkende vragen en heel belangrijke vragen.

hoe maar ik mijn relatie spannend
waar zit je blindedarm
hoe kom ik de tijd door als mijn man in de gevangenis zit
wanneer schrijf je word met dt
ik ben elf jaar en hoe moet ik meisjes van elf versieren
reclame hoeveel kost dat nou eigenlijk?
hoe richt ik een clubje op
waar kan ik vlechtjes laten maken
hoe een lezerstevredenheidsonderzoek op te zetten
hoe kan je zien als een cavia zich happy voelt
passen mij vriend en ik bij elkaar
is in de mond plassen gevaarlijk?
wat is een liesbreuk?

Het ergste is nog wel: afgezien van wanneer je word met dt schrijft, weet ik het antwoord niet. Er komen hier mensen die hun hoop gevestigd hebben op Charlottes web, maar ik moet de juiste oplossing schuldig blijven. Droevig vind ik dat.

charlotte@charlottesweb.nl Zaterdag 12 Juni 2004 at 11:59 pm | | Default | 22 reacties

Zonnebril

Ik heb het heus niet makkelijk. Ik ben mijn zonnebril kwijt. Ik moet een log schrijven. De kattenbak staat buiten te stinken en nu regent het, dus wordt het nog een grotere ramp om hem te verschonen. Ik heb de afwas van afgelopen dinsdag nog niet gedaan omdat het zo veel was. Ik bestelde op internet een heel hip shirtje in de maat small, maar kreeg met de post een large. Nogmaals: het regent. (Ok?, dat probleem hebt u waarschijnlijk ook, maar ik vind het toch niet leuk.) Er staan hier verscheidene bossen verlepte bloemen. Op wonderlijke wijze verdwijnen alle letters waarop ik een accent zet. Kijk maar: ????. Mijn nichtje Lize heeft mijn nieuwe witte broek gisteren tot twee keer ondergekotst. Daar schijn ik me vereerd om te moeten voelen omdat nichtjes dat alleen bij heel speciale tantes doen, maar ik vind het een nogal onsmakelijke gewoonte en bovendien: dat kind heeft maar een tante, natuurlijk is die dan speciaal. Ik moet nog steeds mijn koffer uitpakken en ik heb hoofdpijn. Kortom, mijn leven is een hel op het moment.

Maar genoeg geklaagd! Laten we het over die zonnebril hebben. Hebt u een idee waar-ie zou kunnen zijn, schrijft u dit dan hieronder in het reactieformulier. Dan doet u ook nog eens wat nuttigs voor de kost. Het gaat om een zeer modieuze zonnebril die ik slechts een maand geleden heb gekocht. Het montuur is dik en diep donkerblauw, bijna zwart, het model is een beetje smal en erg stoer. Ik was ontzettend blij met die bril, zo blij dat ik al ben begonnen mijn hele zomeroutfit erop aan te passen.

Maar nu is hij dus kwijt. Ik heb overal gezocht. Mijn hele koffer overhoop gehaald – wat het nog vervelender maakt om hem straks uit te pakken. In alle tassen en jassen gekeken die ik weleens gebruik. In kastjes en laatjes. Onder de bank en onder het bed. Op kantoor en in de auto. Ik heb vriendinnen en mijn ouders gebeld. Mijn zonnebril lijkt van de aardbodem verdwenen. En ik mis hem.

Ik mis hem verschrikkelijk. Steeds als ik ergens mee bezig ben wat enige afleiding biedt, denk ik toch weer na een tijdje: waar zou mijn zonnebril zijn? Wat zou het fijn zijn als ik nu opeens wist waar-ie was! Dan ging hem meteen pakken en zette ik hem op mijn neus! Ook al regent het! Maar hoe hard ik ook mijn best doe, ik weet nooit opeens waar-ie is.

Misschien is-ie wel gestolen. Loopt een gemene boef of boevin met mijn stoere zonnebril op z’n neus. Stel dat ik mijn zonnebril definitief kwijt ben, dat ik en mijn zonnebril nooit meer herenigd zullen worden, dan vind ik dat van die boef of boevin een prettiger idee dan bijvoorbeeld dat ik hem per ongeluk in het water heb laten vallen of in een wegrestaurant heb laten liggen. Ik heb veel liever dat een boef of boevin ermee rondloopt. Zo ziet u maar weer hoe aardig ik eigenlijk diep in mijn hart ben. Ik gun zo’n boef of boevin best een hele stoere zonnebril. En een forse dosis hoofdpijn. Dat moet nog wel lukken ook: de glazen zijn geslepen voor een afwijking van min vijf.

charlotte@charlottesweb.nl Donderdag 10 Juni 2004 at 5:32 pm | | Default | 30 reacties