Dat met die herfst, h?. Dat is mijn schuld. Ik was echt zo ontzettend, vreselijk, afschuwelijk (enzovoort, bedenkt u zelf maar wat) somber de afgelopen dagen, dat ik dacht: ik zet de herfst gewoon vast aan. Dus dan weet u dat, ik heb het gedaan. Ik wilde weer dat een beetje bij mijn stemming past. Troosteloos, zeg maar. En ik moet zeggen, dat is aardig gelukt. Zo zie je maar weer. Ik kan nog wel wat.
Maar voor u is het niet zo leuk, dat geef ik toe. Ik werd het zelf ook wel beu op den duur, hoor. Het regende en het regende maar en koud was het ook en inmiddels was ik allang zo somber niet meer, maar ja, als je de herfst eenmaal hebt aangezet, dan is dat niet zomaar weer terug te draaien. Dan zou het een zootje worden met die seizoenen. Ik heb het wel geprobeerd, hoor. Ik zei nog: ‘Zo is het wel genoeg!’ Maar dan krijg je weer zo’n reactie van: Ja, nou, nu is het te laat, de herfst is al helemaal aangevraagd en van start gegaan en blijf nou eens bij je standpunt, want anders kom je ook nooit verder in je leven. Tja, daar zat ook wel wat in, natuurlijk.
Dus nu zit u met regen, wind en koude. Ik wil u daarom een welgemeend sorry doen toekomen. Het spijt me. Ik was even zo met mezelf bezig, dat ik geen rekening hield met de gevoelens van de rest van de wereld. En voor mezelf is het ook geen pretje, want zoals ik al zei: ik ben die regen zo langzamerhand ook wel beu. Ik hou helemaal niet van herfst! Ik ben veel meer een zomertiepje!
Maar goed. Iets heel anders: Lalalala, ik ga naar Mallorca! Doei!
P.S. We vliegen straks om 5.00 uur. (‘s Morgens! Dat is heel vroeg, hoor!)
‘Dag geest bij de keukentafel.’
‘Dag klein meisje aan het gekke tafeltje.’
‘Kijk mij hier nou zitten.’
‘Ja, je zit best voor gek.’
‘Wat doe ik hier eigenlijk, zo vroeg al?’
‘Je drinkt een kopje rooibos-thee.’
‘Maar waarom?’
‘Omdat je verdrietig bent. En al de hele nacht niet kon slapen. Omdat je gekwetst bent en omdat deze klap echt raak was. Omdat je weer verder moet, maar niet zo goed weet waar te beginnen.’
‘Oh ja. Dat is ook zo.’
‘Zo is het.’
‘Komt het nog goed met mij, geest?’
‘Ja zeg, ik ben een geest, geen helderziende ofzo.’
‘Nou,’ zei ik tegen mijn broer in z’n nieuwe huis, ik vind dat jullie het hier super hebben ingericht. Alleen dat tafeltje daar, dat staat er echt heel stom, dat moeten jullie maar weghalen.
‘Nou,’ zei m’n broer daarop, ‘wij vinden dat tafeltje daar helemaal niet stom staan en bovendien heeft het een functie.’
(Alsof alles meteen in orde is zolang het een functie heeft.)
‘Wat voor functie dan?’ vroeg ik.
‘Nou, we zitten er best vaak aan met z’n twee?n.’
‘Niet!’ riep ik uit met een gezicht van: dat geloof ik niet.
‘Wel’, zei mijn broer.
‘Wat stom hee,’ zei ik.
‘Je hebt een hele mooie hele grote keukentafel met heel veel stoelen!
Dan ga je toch niet met z’n twee?n aan zo’n lullig tafeltje op een hele rare plaats in de kamer zitten!’
‘Vanaf het tafeltje gezien is het helemaal geen rare plaats, maar zit je er juist heel lekker,’ zei mijn broer.
‘Ja hoor,’ zei ik.
‘Zullen we er anders even gaan zitten?’ zei mijn broer met een gezicht van: misschien begrijpt ze het dan eindelijk.
‘Nou, okee dan’, zei ik met een gezicht van: zucht.
(Wij opstaan van de keukentafel en aan het gekke tafeltje zitten.)
‘Zie je wel hoe leuk je hier zit,’ zei mijn broer.
‘Ja,’ zei ik, ‘voor jezelf is het wel leuk, maar je zit hier dus wel voor gek. Echt heul erg voor gek.’
‘Maar we zitten hier alleen maar als er verder niemand i-his,’ zei mijn broer met een gezicht van: tss.
‘Ja, maar stel dat jij hier in je eentje aan dat tafeltje zit en V. komt naar beneden, dan ziet ze je zitten en dat ziet er belachelijk uit.’
‘Dat gebeurt nooit, want we gaan hier alleen maar met z’n twee?n zitten en nooit alleen,’ zei mijn broer.
‘Maar dan nog, wij zitten hier nou toch ook behoorlijk voor gek met z’n twee?n,’ zei ik.
‘Voor wie? Er is toch niemand die ons ziet!’ zei mijn broer met een gezicht van: nu begin je toch echt een beetje irritant te worden.
‘Nee, maar stel dat er hier een geest in huis zit en die staat daar bij de keukentafel en die ziet ons hier zitten, dan denkt-ie ook: whuh, die zitten echt wel voor gek daar.’
Daar had ik mijn broer toch mooi tuk, want iedereen weet dat geesten er helemaal niet tegen kunnen als mensen willens en wetens voor gek gaan zitten.