Charlotte's Web, the movie

Altijd gedacht dat ik meer een Winona Ryder-type was, eigenlijk. Maar Julia Roberts is natuurlijk ook goed. Klik.

(Met dank aan Jort.)

charlotte@charlottesweb.nl Donderdag 20 Januari 2005 at 10:03 am | | Default | 32 reacties

Samenvatting GG

Er waren gisteren heel veel mensen die de Gilmore Girls niet konden zien. Ik weet dat, want voor het begon ben ik twaalf, nee wacht, dertien keer gebeld door mensen die mij vroegen of ik de Gilmore Girls wilde opnemen. Dat kon ik niet, want ik was bij assiewam en die heeft geen video. Daarom voor die dertien mensen en voor alle anderen die de Gilmore Girls gisteren gemist hebben, een korte samenvatting.

  • jason vertelt lorelai wat richard heeft gedaan
  • lorelai boos naar richard
  • richard zegt: zaken zijn zaken
  • emily zegt tegen richard: moet dat nou zo
  • richard zegt: ja
  • rory en lorelai gaan eten bij emily/richard
  • ze doen heel raar (e/r dus)
  • emily’s haar zit in de war (!!)
  • ze krijgen geen toetje
  • lorelai en rory gaan in de bosjes zitten
  • ze zien emily wegrijden
  • emily en richard zijn uit elkaar
  • lorelai vertelt het aan jason
  • jason zegt dat hij richard gaat sue’en
  • lorelai zegt: nee!
  • jason zegt: ja!
  • zo gaat dat nog een tijdje door
  • lorelai zegt: ik kan niet met iemand zijn die m’n vader sue’t
  • lorelai en jason zijn uit elkaar

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 19 Januari 2005 at 10:20 am | | Default | 24 reacties

Kijk nu toch eens

Hiero.

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 17 Januari 2005 at 3:32 pm | | Default | Zeventien reacties

Hoe het afliep met de zoem

De zoem was terug en hoe. Het zoemde hier in huis dat het een lieve lust was. Het gezoem werd iedere dag ietsje harder en doordringender en kwam steeds dichterbij. Soms zoemde de zoem echt vlakbij m?n oor, maar als ik hem dan weg probeerde te meppen, zoemde hij razendsnel naar ergens boven de televisie waar hij dan hihihi of gnagna naar me zoemde. Dan was het even stil en begon het gezoem opnieuw. Zo nu en dan werd het zoemen zo luid en angstaanjagend dat ik dacht dat ik zou worden opgeslorpt door de zoem en dat ik voor altijd van de aardbodem verdwenen zou zijn.

De zoem begon een eigen leven te leiden. Hij wilde erbij horen. Een gezinnetje zijn. Ik, Floris en de zoem. Het was een zoem met een opdringerig en jaloers karakter. Kwaadaardig zou ik bijna willen zeggen. Soms was hij een kwartier of twintig minuten stil, maar als hij dan merkte dat ik opgelucht ademhaalde, zette hij meteen weer een luide vibrerende zoem in tot ik met de handen tegen mijn oren gedrukt naar buiten vluchtte. En het gemeenste was nog wel dat hij nooit zoemde als er visite was. Mensen dachten dat ik de zoem fantaseerde, als een soort imaginary friend.

Maar pas vergiste de zoem zich. Dom! Mijn broertje was hier, we zaten gezellig te keuvelen over mensvriendelijke wachtwoorden en draadloze kabeltelevisie en plots hoorde ik een zachtjes brrr. Zo begint de zoem meestal. Later gaat hij dan over op brauwauwauw of zieuwieuwieuw, net waar hij zin in heeft eigenlijk. ?Hoor je het nou! Hoor je het nou!? riep ik triomfantelijk. ‘De zoem!’ Mijn broertje luisterde met zijn wenkbrauwen in een diepe frons. Hij hoorde het ook. Nu houdt het natuurlijk meteen op, dacht ik nog. Maar dat was niet zo. Het zoemen ging door, het werd harder en penetranter. ?Het komt daarvandaan,? zei mijn broertje en wees naar de hoek van de kamer. ?Nee, het komt daarvandaan!? riep ik en wees naar het plafond. Maar even later kwam het alweer uit de keuken en daarna uit de verwarming.

?Maar let nu op!? riep ik. Ik deed drie stappen naar voren en de zoem hield op. Ik deed een stap opzij en het zoemen begon weer. Ik ging op mijn hurken zitten en het zoemen hield op. Ik ging weer rechtop staan en het zoemen begon weer. ?Het is de transformator van de lamp, dat kan niet anders,? zei mijn broertje. Ik deed het licht uit. Het zoemen ging door. ?Dan is het dat stopcontact. Haal de stekker eruit. Wedden dat het dan stopt!? Ik haalde de stekker eruit. Zoem zei de zoem. ?Hoe kan dat?? riep mijn broertje. Inmiddels leek het gezoem van alle kanten te komen. Berustend keek ik mijn broertje aan. Ik zou nooit worden verlost van de zoem. Maar ik was tenminste niet gek.

Mijn broertje was inmiddels gegrepen door het mysterie van de zoem. ?Nu weet ik het zeker! Het komt van onder de grond!? riep hij. Hij ging op zijn knie?n zitten en legde zijn oor tegen de vloer. Ik deed hetzelfde. Hij kroop een paar decimeter vooruit en luisterde weer. Ik kroop achter hem aan. Hij schudde zijn hoofd en kroop verder. Ik erachteraan. Zo kropen wij zeven rondjes om de tafel. Intussen zoemde de zoem zoemend verder.

?Aha!? riep mijn broertje. ?Ik heb hem te pakken!? Hij wees op een buisje tegen een plint. ?Hier zit die pikkesteijn! Luister maar.? Ik boog voorover en de zoem hield op. Ik boog weer terug en het zoemen begon weer. Haha, leuk hoor, zoem. Maar hij wist waarschijnlijk dat hij er gloeiend bij was, de zoem. Mijn broertje keek me aan en ik zag het aan zijn ogen. Hij wilde de zoem, dead or alive. Hij had een plan en niets of niemand zou het hem uit zijn hoofd kunnen praten. Het was een gevaarlijk plan. ?Ik zal onder de vloer moeten,? zei mijn broertje. ?Nee!? riep ik met grote verschrikte ogen. Maar mijn broertje had het luik al open. Gewapend met mijn bedlampje begaf hij zich in de kruipruimte. ‘Doe je voorzichtig,’ riep ik hem nog na. Er kwam geen antwoord.

?Hoe is het daar?, riep ik na een tijdje. ?Goed hoor,? riep mijn broertje vanonder de grond. ?Ligt er nog iets, een schat ofzo?? vroeg ik. ?Nee,? riep mijn broertje. ?Er ligt geen schat. Er staat hier wel een heel oud kacheltje. Een kolenkacheltje.? ?Waah!? riep ik. ?Een antieke die heel veel geld waard is?? ?Nou,? riep mijn broertje. ?Dat weet ik niet. Maar – auw – ik heb nu nog een kolenkacheltje gevonden.? Ik vroeg me af hoeveel kolenkacheltjes ik onder de vloer had staan en ook hoeveel ruimte daar was. Je zou denken net zoveel als boven de vloer qua vierkante meters, maar hij was nu toch al wel heel lang onderweg naar de bron van de zoem. ?Waar ben je?? riep ik. ?Ik ben er bijna!? riep mijn broertje. Ik ging vast bij het buisje staan. ?Nu ben ik er!? riep hij. ?En wat zie je?? vroeg ik. ?Een verdacht snoertje,? zei mijn broertje. ‘Hmm…’ zei ik. ?Maar ik hoor niks,? zei mijn broertje.

Ik hoorde ook niks. Ik hoorde al een hele tijd niks. Om precies te zijn hoorde ik al niks vanaf het moment dat mijn broertje onder de vloer was gekropen. Toen was het zoemen gestopt. ?Nou, kom dan maar weer naar boven,? riep ik. ‘Echt niet,’ riep mijn broertje. ?Kun je niet even zorgen dat het zoemen weer begint?? vroeg mijn broertje. ?Nee,? riep ik. Ik heb namelijk niets te zeggen over de zoem. Die doet precies wat hij zelf wil. Maar toch deed ik een stap opzij. Stilte. Ik boog naar voren. Stilte. Ik sprong drie keer op en neer. Geen zoem. ?Ik blijf hier net zo lang zitten tot die fokking zoem er weer is! En dan vermoord ik hem!? riep mijn broertje. ?Ok?,? zei ik.

Dit was afgelopen zondag.

charlotte@charlottesweb.nl Vrijdag 14 Januari 2005 at 12:02 pm | | Default | 27 reacties

Frustratie

In een stad wonen heeft voor- en nadelen. Een nadeel is bijvoorbeeld dat de ruit van mijn auto aan de passagierskant gisteren aan gruzelementen lag. De politie had dat reeds om kwart voor zeven 's morgens in de gaten en belde toen bij mij aan. Ik werd er wakker van. Maar ik deed natuurlijk niet open, doei. Dan krijg je dat weer van: wie ben jij, ja dat zeg ik niet eerst jij zeggen wie je bent, ik ben de politie, nee ik moet je naam en je nummer weten, ja dan moet jij eerst je naam zeggen en je paspoort laten zien, nee jij, nee jij, enzovoort. Daar heb ik geen zin in als ik net wakker ben, hoor.

Even later kwam ik er toch zelf achter wat er aan de hand was, toen ik een stukje wilde gaan rennen. Hij lag er helemaal uit, de ruit. Of erin eigenlijk, in de auto en in een miljoen scherven. Nu ben ik sinds een tijdje in een soort relaxte staat van zijn geraakt, ik weet ook niet precies hoe dat komt. Ik dacht een paar seconden kut, fuck, klote en daarna dacht ik: ach, nou ja. En ging ik alsnog een stukje rennen. Zonder me uit het veld te laten slaan door deze kleine tegenslag. Raar, h?! Er is een soort allesaccepterende rust in mij gevaren. Beetje eng wel. Mensen met zo'n allesaccepterende rust zijn vaak heel zelfvoldaan en irritant en ze eten linzen.

Bij de Carglass, waar ik drie kwartier tot een uur moest wachten, wat ik natuurlijk zonder morren accepteerde, verplaatste ik mij in de dief. Best lullig, dacht ik. Een van zijn voorgangers had het slot al een keer zodanig gemold dat hij dat niet meer kon openwrikken om binnen te komen. Maar waarschijnlijk was hij toch heel heel h??l nieuwsgierig naar wat er in mijn auto zou liggen. Zo nieuwsgierig dat hij ertoe overging het raam in te tikken, waarmee hij natuurlijk een veel groter risico liep om gepakt te worden vanwege het lawaai. Hij had gehoopt dat hij in mijn Golf zijn grote slag zou slaan. Dat hij een laptop zou vinden of een dvd-speler of een digitale breedbeeldtelevisie. Of op z'n minst het frontje van mijn radio. Maar nee. Er lagen alleen maar talloze routebeschrijvingen. Wat een teleurstelling moet dat geweest zijn voor de dief. En zonde van z'n tijd. En mijn tijd. Want ik zat inmiddels alweer bijna een halfuur bij de Carglass, zonder morren weliswaar, maar ik kan heus wel wat leukers bedenken. En het kostte ook nog 69 euro.

Daarom bedacht ik een briefje dat ik in mijn auto zou leggen. Een briefje waar bijvoorbeeld op zou staan:

Beste dief,

Je kunt jezelf en mij een hoop moeite, tijd en ergernis besparen door niet in deze auto in te breken. Je zult er niets van waarde aantreffen. (En zeker geen frontje voor de radio en de radio is trouwens toch stuk.)

Met vriendelijke groet,
de eigenaar

Dat is namelijk heel wat aardiger dan:

DEZE AUTO IS LEEG!

Dat zie je ook wel eens. En dan staat het handschoenenkastje ook nog eens heel demonstratief open, zo van:

ZIE JE WEL ONGELOVIGE EIKELDIEF!

Maar zo is mijn nieuwe relaxte ik dus niet. Respect, zeg ik altijd maar. Een dief is ook een mens, daar hoef je niet zo tegen te schreeuwen. Blijmoedig stapte ik later op de dag de deur uit om naar de natuurwinkel te gaan en op de stoep kwam ik mijn buurman tegen.

'Erg h?, van je auto' zei hij.
'Nou ja', zei ik.
'Er lag niks in, dat is wel zonde. Het was een beetje een zinloze actie van die dief,' zei ik.
'Hij wilde eigenlijk in die witte auto inbreken,' zei de buurman.
De buurman had hem namelijk 's nachts gezien uit zijn raam.
'Maar die kreeg hij niet open.'
'Wat wil je daar precies mee zeggen,' vroeg ik.
Het leek wel alsof de buurman een heel lelijk verhaal over de dief wilde gaan vertellen.
'Nou,' zei de buurman.
'Hij heeft jouw ruit eigenlijk puur uit frustratie ingeslagen. Hij kon niet in die auto, wilde wegfietsen, viel en werd van dit alles zo kwaad dat hij de ruit van de eerste de beste auto die hij tegenkwam inramde. En dat was toevallig die van jou.'

Toeval. Frustratie. Ik voelde de relaxtheid uit mij wegvloeien. Daarvoor in de plaats kwam een soort, ja wat was het. Frustratie. Maar sloeg ik de buurman op zijn bek? Nee. Ramde ik de ruit van de eerste de beste auto die ik tegenkwam in? Nee. Zo ben ik namelijk niet. Ik haalde adem. Liep weer naar binnen. Deed een zonnegroet. Nam een kop kruidenthee. En bedacht dat het toch niet zo'n goeie tekst was, die ik op dat briefje wilde zetten. Beter is bijvoorbeeld:

ROT OP GEFRUSTREERDE FOKJUNK!

Of zoiets. Suggesties zijn welkom.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 11 Januari 2005 at 10:56 am | | Default | 35 reacties

Absolute beginner

Ik ren. Iedere morgen. Want rennen is goed voor je. Daar word je gezond van. Ik heb het nu al drie keer gedaan, rennen 's morgens. Ach! Nu heb ik alweer een goed voornemen verklapt. Nou ja. Goeie voornemens zijn dan wel stom, maar als je er gezond van wordt, what the fuck. Ik schaam me er heus niet voor.

Ok?, ik heb het dus goed aangepakt en voorbereid. Want op dag ??n al een spier scheuren, dat leek me ook weer zo'n domper op mijn goede voornemen iets aan mijn conditie te doen. Dus ging ik bladeren op ren-sites om te kijken of ze daar schema's hadden voor mensen die nog niet zo vaak hebben gerend, zoals bijvoorbeeld nooit. Dat hadden ze, maar 't was wel een beetje irritant dat je vervolgens de hele tijd een absolute beginner werd genoemd. Jaja, nou weet ik het wel, dacht ik toen ze het voor de veertiende keer over absolute beginners hadden. Ik vind het gewoon niet zo aardig klinken. Gewoon beginner is toch wel beginner genoeg.

Maar goed, vol goede moed begon ik met rennen, maandag. En dinsdag weer. Het leuke van rennen is dat je mederenners tegenkomt tegen wie je dan vriendelijk kunt knikken omdat je nu ook bij de renners hoort. Vroeger vluchtte ik altijd als er een renner aankwam, omdat ik het van die irritante gezondheidsfreaks vond die mij dan verwijtend gingen aankijken, zo van: Hee! Jij ongezonde niet-renner! Nu heb ik dat niet meer, omdat ik zelf ook een renner ben geworden.

Vanmorgen rende ik alweer voor de derde keer. En toen kwam ik thuis, trok mijn renschoenen uit (die had ik nog van toen ze in de mode waren, nooit echt op gerend natuurlijk, duh) en trof daar een doorweekte rensok! Doorweekt van het bloed! Bloed! U kunt wel nagaan hoe goed ik mijn best doe op dat rennen. Het was vies en plakkerig en deed heel zeer, maar een bloedsok is wel een goede reden om weer eens nieuwe schoenen te kopen. Goeie renschoenen. (Lelijke dus.)

Nu ben ik met dat rennen op een paar praktische en minder praktische problemen gestuit. Misschien dat er hier more experienced renners meelezen die mij kunnen helpen.

Probleem 1. Waar laat je je sleutels als je gaat rennen? Dat lees je dan weer niet op zo'n ren-site. Ik heb gewoon een joggingbroek en een trui aan tijdens het rennen. Zonder zakken. En zelfs al zaten er zakken in mijn joggingbroek, dan lijkt het me nog niet echt lekker om met zo'n bos puntige sleutels in je been geprikt heen en weer te rennen. En neem je een fles water mee? En waar laat je die dan? Bestaan er soms speciale renners-tasjes waar je geen last van hebt om deze spullen in te bewaren? (En waar niet mee voor gek rent, want dat is ook belangrijk.)

Probleem 2. Dit is een absolute beginnersprobleem. Mijn schema zegt tegen me: 2 minuten wandelen, 1 minuut rennen, 2 minuten wandelen, 1 minuut rennen, enzovoort. Dat geldt voor de eerste week, waarin ik me nu nog bevind. Ik ben nu dus nog meer aan het wandelen dan aan het rennen. Maar wat doe je dan als je een mederenner tegenkomt? Ik wil namelijk wel cool zijn. Niet dat hij denkt: Zo, die loopt de kantjes er ook maar een beetje vanaf. Of: Ha, dat is zeker een absolute beginner! Ik heb dus de neiging om als ik in de verte een mederenner aan zie komen terwijl ik aan het wandelen ben, het meteen weer op een lopen te zetten. Maar daarmee gooi ik natuurlijk mijn hele schema in de war.

Probleem 3. Hoe hou je die minuten bij? Het wordt sowieso na ??n keer rennen al een zooitje bij mij met dat schema. Je kunt toch niet de hele tijd op je horloge gaan zitten turen als je aan het rennen bent? (Ook niet vanwege die mederenner die dan weer denkt dat je een absolute beginner bent natuurlijk.)

Probleem 4. Spierpijn.

Probleem 5. Dit is meer een probleem voor straks, als ik langer dan 1 minuut mag rennen. Rennen gaat dus veel harder dan lopen. Ja, dat lijkt wel een open deur, maar het is toch onhandig. Want waar ga je heen? Het Griftpark, daar ben je binnen vier minuten omheen en doorheen gerend volgens mij. En wat als ik straks een kwartier aan een stuk kan rennen? Of een halfuur? Wie weet waar ik dan helemaal uitkom? Als je zo nu en dan mag wandelen kun je nog een beetje opletten waar je naar links en naar rechts gaat en als je te ver uit de buurt raakt draai je gewoon om. Maar als je aan het rennen bent, dan heb je daar helemaal geen tijd voor. En ik verdwaal altijd al zo snel.

Als u, zeg over een week of zes, iemand doelloos rond ziet rennen in de straten van Overvecht of Lombok of misschien wel helemaal op Kanaleneiland, dan weet u dat ik dat ben. Lost. Help mij.

charlotte@charlottesweb.nl Woensdag 05 Januari 2005 at 11:53 am | | Default | 39 reacties

Kijkend naar The OC...

...krijg ik opeens een soort flash back. Ik zie een klein mannetje met een klein brilletje voor een groot zwart bord waar hij driftig met een klein wit krijtje allerlei grote en kleine A's opschrijft. Wow! Ik zit weer op de havo! Dit is bizar! Ik heb biologie, erfelijkheidsleer. Echt niet leuk. Gelukkig is het maar een flash back.

Het komt doordat ik naar The OC zit te kijken. Vlak voordat ik die flash back kreeg, zei ik nog tegen Floris: 'Hee. Seth kan nooit de zoon zijn van Kirsten en Sandy, want zij hebben allebei blauwe ogen en Seth heeft bruine ogen.'

Dus Kirsten (aa) + Sandy (aa) = nooit Seth (Aa of AA).

Dit gaat nog een interessante wending geven in een van de volgende afleveringen. Of degene die de casting deed had geen bio in z'n pakket, dat kan natuurlijk ook.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 04 Januari 2005 at 10:05 pm | | Default | Veertien reacties

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 04 Januari 2005 at 6:57 pm | | Default |

Wat er met mijn lucky bamboo gebeurde in 2004

Nou, dat zegt wel genoeg

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 03 Januari 2005 at 3:31 pm | | Default | Elf reacties

Charlotte geeft een Zalm- en Prosecco-brunch

Ik had drie kilo gerookte zalm in mijn kerstpakket gekregen. Drie kilo! Wat moet je daarmee? En een fles Prosecco. Dus ik bedacht: ik geef een Nieuwjaars-zalm met Prosecco-brunch. Ik weet niet of ik dat plan heel goed heb overwogen. Het was er gewoon opeens. Het plan van een feestje. En ik hou helemaal niet van feestjes zelf geven. Feestjes die anderen geven, jaja, die vind ik heel ok?. Maar zelf geven, daar ben ik nooit een voorstander van. Gedoe en alles. Afwas. Moeite.

Maar het plan was er dus. Tja. Dan kun je niet meer terug. Dat wil zeggen: niet als je het plan al hebt medegedeeld aan anderen en hen daarbij ook hebt uitgenodigd. Dan rekenen ze erop, h?. Dat is sneu, om ze dan teleur te stellen. Maar toch, toen ik vanmorgen wakker werd, dacht ik weet je wat? Ik blaas de hele boel af! Het is me allemaal teveel, hoor, met dat Oud en Nieuw en dan ook nog de volgende dag drinken en nu weer een ding. Ik zeg gewoon dat ik moe ben. Maar dat heb ik niet gedaan.

Van de drie kilo gerookte zalm heb ik in pesto gemarineerde zalm op toast gemaakt, zalmmayonaise op gegrilde tomaat, zalmrolletjes met Boursin, gewone gerookte zalm op toast en zalmragout in pasteibakjes. Alles is op. Er is drie kilo gerookte zalm doorheen! Mijn vrienden zijn vreetzakken, kan ik wel concluderen. Er was ook nog Prosecco en Champagne. En het was lekker allemaal. Het was leuk. En nu ben ik alweer dronken. Maar dat geeft niet, want de vijf zit in het jaar, dus het mag.

Gelukkig 2005, lezers van Charlottes web.

charlotte@charlottesweb.nl Zondag 02 Januari 2005 at 7:04 pm | | Default | Negentien reacties