De grote Charlottes web Schoenencontest
De inzendingen. (Klik op de plaatjes voor groot.)
De inzendingen. (Klik op de plaatjes voor groot.)
Ik heb zeer weinig tekortkomingen en een daarvan is dat ik niet kan rekenen. Maar dan ook echt niet, h?! Als ik het ga proberen gaat het gewoon mis. Dan gebeurt er iets heel geks in mijn hersenen. Ik ga het niet proberen uit te leggen, neemt u het maar van mij aan.
Gisteren moest ik achter de bar staan na een voorstelling. Ja, ik had duizend keer gewaarschuwd en gezegd dat de hele tent failliet zou gaan, maar dat hielp niks. Ik werd gewoon niet erg serieus genomen met mijn rekenprobleem. ‘Alles kost ??n euro,’ zeiden ze, ‘dat lukt je best.’
Wat schetste mijn verbazing toen ik aankwam! Een groot bord waarop stond:
Koffie ? 1,-
Thee ? 1,-
Fris ? 1,-
Bier ? 1,-
Wijn ? 1,50
Wijn ? 1,50!
Ik was er ingeluisd! De wijn was een euro en vijftig eurocent! Dus dat is niet ??n euro! Ik heb de hele voorstelling gemist omdat er een vreselijk rampscenario door mijn hoofd bleef spelen. Straks komt er iemand aan de bar en die bestelt drie bier en zeven wijn en vervolgens betaalt hij met vijftig euro en er staat nog een rij van zes mensen achter hem. Toen ik na twintig minuten had uitgerekend wat ik dan moest teruggeven, besefte ik dat hij ook net zo goed vier wijn en een koffie had kunnen bestellen. Nou ja, de paniek was niet te overzien in mijn hoofd en toen heb ik het volgende uitgevonden: de tafel van wijn.
De tafel van wijn gaat zo:
1 x wijn = 1,50
2 x wijn = 3,00
3 x wijn = 4,50
4 x wijn = 6,00
5 x wijn = 7,50
6 x wijn = 9,00
7 x wijn = 10,50
8 x wijn = 12,00
9 x wijn = 13,50
10 x wijn = 15,00
Ik heb de rest van de voorstelling besteed aan het uit mijn hoofd leren van de tafel van wijn. Toen het applaus kwam, was ik er klaar voor. Ik had veertien keer de tafel van wijn opgezegd. Kom maar op met je zeven wijn (10,50), dacht ik bij de eerste klant. Hij wilde een biertje. Daarna kwam er een bestelling voor twee koffie, daarna een thee en daarna twee bier. Gedurende de hele avond is er precies ??n keer wijn besteld! E?n wijntje (1,50) maar! Hele voorstelling gemist voor ??n wijntje! En dat was ook nog door een van de acteurs, dus die hoefde alleen een streepje achter z’n naam.
Maar goed, die tafel van wijn bestaat nu, ik heb hem uitgevonden, dus ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee.
“

Laatste kans: woensdag om 17.00 uur sluit!
‘Mag ik dan wel naar huis?’ vroeg ik.
‘We willen je graag nog een nachtje hier houden, ter observatie,’ zei de dokter.
‘Aha. Ter observatie,’ zei ik.
‘Doen we altijd, bij ongevallen boven de vijftig kilometer,’ zei de dokter.
‘Ik reed hooguit dertig,’ zei ik.
De dokter was niet te vermurwen, terwijl ik al mijn overredingskracht inzette om hem ervan te overtuigen dat ik naar huis wilde en daarna op vakantie. Gelukkig kwam toen m’n moeder net binnen en die heeft veel meer overredingskracht dan ik, dus de dokter zag al snel in dat observatie in mijn geval niet nodig was en dat het genezingsproces in Zuid-Frankrijk veel sneller zou verlopen.
Toen mijn moeder me zag schrok ze zich een hoedje. Er zaten donkerbruine opgedroogde korsten bloed op mijn gezicht. Ze hadden lukraak stickers op mijn lijf geplakt die waren verbonden aan diverse snoeren die naar piepende apparaten gingen. Ik hing aan een infuus. Ergens op mijn borst hadden ze voor de r?ntgen een piepklein kogeltje geplakt, om te zien of ik misschien een scheurtje in mijn borstbeen zou hebben.
‘Oh Charlotte,’ zei m’n moeder. Tranen welden op in haar ogen. Toen riep ze uit:
‘Heb je een piercing?!’
Mijn moeder verkeerde duidelijk in shock, dus ik ging maar niet met haar in discussie. Ik ging rechtop zitten, werd een beetje misselijk dus ging toch maar weer liggen en dat nog drie keer en toen ging ik naar huis.
Toen ik thuis was belde de politie.
‘Remsporen hebben aangetoond dat je zeventig reed op het moment van het ongeval,’ zei de politie.
‘Zijn er verder nog gewonden,’ vroeg ik.
‘Nee,’ zei de politie.
‘Gelukkig maar,’ zei ik.
‘Maar we gaan nog wel verder met het onderzoek.’
‘Dat is goed,’ zei ik, want ik was blij dat de politie het allemaal zo serieus nam.
‘Ben jij de komende dagen te bereiken,’ zei de politie.
‘Ik wilde morgen eigenlijk op vakantie gaan,’ zei ik.
‘Dat zou ik maar niet doen,’ zei de politie.
‘Nou..’ zei ik, want ik vond deze dialoog zo langzamerhand een beetje vermoeiend worden.
‘Tot we de zaak tot de bodem hebben uitgezocht, ben je verdacht van een misdrijf,’ zei de politie.
‘Dus als je dan de grens overgaat, ben je feitelijk voortvluchtig,’ zei de politie.
‘Juist,’ zei ik.
‘Voortvluchtig dus,’ zei ik.
U begrijpt dat dit alleen maar meer reden was voor mij om wel op vakantie te gaan, want ik zou met het middelste zusje P. gaan in de cabrio en we wilden toch al de hele tijd Thelma en Louiesje spelen. (Maar dan zonder dat het ravijn inrijden op het einde, hoor.) En als voortvluchtigen zou dat alleen maar veel superechter en spannender zijn! Dus de volgende dag ging ik op vakantie en ik zag er zo uit: klik.
In de ambulance kwam er weer een meneer naast me zitten.
‘Hoi,’ zei hij.
‘Hoi,’ zei ik.
‘Heb je pijn?’
‘Niet zo.’
‘Dat komt dan nog wel.’
‘Lekkere optimist,’ dacht ik.
‘Morgen ga ik op vakantie,’ zei ik, want ik vond dat het gesprek een positieve wending nodig had.
‘Grapje zeker,’ zei hij.
‘Nee.’
‘Jij gaat morgen niet op vakantie.’
‘Waarom niet?’
‘Je hebt je sleutelbeen gebroken.’
‘Huh?’ zei ik.
‘Dat denk ik,’ zei hij.
‘Oh.’
‘En als dat alles is..’
‘Wat dan?’
‘Dan mag je van geluk spreken.’
‘Denkt u niet dat ik het zelf wel zou weten als ik mijn sleutelbeen had gebroken’ vroeg ik.
‘Nee,’ zei hij.
‘Wat nee?’
‘Jij bent in shock.’
Zo irritant vind ik dat! Mannen die als ze er niet meer uitkomen in een discussie het altijd maar weer op ‘Ja nee maar jij bent in shock, dus ik heb gelijk’ gooien.
‘Shock, shock, wat is shock,’ zei ik.
‘Je voelt geen pijn,’ zei hij.
‘Maar je ziet het ook niet echt helder meer.’
‘In welk opzicht?’
‘Nou in het opzicht dat jij denkt dat je morgen op vakantie gaat,’ zei hij.
‘Ik denk het niet, ik weet het zeker,’ zei ik.
‘Ik weet zeker van niet.”
‘Wedden?’
‘Ik vind het niet eerlijk om te wedden met iemand die in shock verkeert.’
Dat vond ik zo’n totaal onzinnige opmerking dat ik maar een dutje ging doen.
Ik werd wakker op de Eerste Hulp-afdeling. Daar werd ik onderzocht. Ik kreeg prikken. Ik kreeg een infuus. Ik kreeg zes hechtingen in mijn voorhoofd. Ik kreeg hartbewaking. Ze maakten foto’s. Toen kwam de dokter naar me toe.
‘Dat was een flinke klap,’ zei hij.
‘Mwah,’ zei ik. Ik vond het nog iets te vroeg om op te scheppen.
‘De schade valt mee,’ zei hij.
‘Mooi,’ zei ik.
‘Je hebt alleen je sleutelbeen gebroken.’
‘Aha’, zei ik.
‘En kan ik nu morgen wel op vakantie?’ vroeg ik.
‘Dat denk ik niet,’ zei de dokter.
En dan nu een stukje over gisteren en een dag uit mijn leven een paar jaar geleden waaruit moet blijken dat die twee dagen door allerlei toevalligheden met elkaar verbonden zijn. Of juist niet! En dat is nu precies het interessante van het nu volgende stukje.
Het was dus een dag een paar jaar geleden. Ik ben niet zo goed in data, dus ik kan u niet precies vertellen wanneer het was, maar zeg een jaar of zes geleden. Juni ofzo. Of juli, dat kan ook. Ik woonde in Amsterdam en ik werkte in Hoofddorp. Op de betreffende dag was ik net op weg naar mijn werk in mijn allereerste autootje: een zilvergrijze Fiat Panda. Ik tufte aardig door, maar ik was wel… in gedachten verzonken! Ohoh! Maar ja, het was net uit met m’n vriend en er speelde nog vanalles, dus ik had genoeg om over na te denken zal ik maar zeggen.
Ik dacht en ik dacht en ik lette maar een klein beetje op het verkeer. Terwijl het verkeer net juist precies op die bewuste morgen besloot om plotsklaps volledig stil te gaan staan op de afrit naar Hoofddorp. Op een moment dat ik nog totaal niet toe was aan volledig stilstaan! Ik was volop aan het rijden en intussen aan het denken en niet bezig met remmen en terugschakelen. Dus ik zag iets op me afkomen en ik realiseerde me dat het een auto was en dat hij niet op mij afkwam maar ik op hem en ik dacht: WHOO! STOPPEN!
Maar toen was het al te laat.
Remsporen hebben aangetoond dat ik zeventig reed op het moment dat ik met de kleine pinda op een gloednieuwe BMW (5-serie) knalde. Mijn arme autootje was total loss. Maar die BMW ook! Ha! (Dit zijn best zaken om achteraf een beetje trots op te zijn, maar op het moment zelf denk je daar niet echt aan.)
Eerst was er dus een hele harde klap en daarna stilte en een ravage op de snelweg. Mijn voorruit was aan scherven. Ik dacht: oeps. Daarna dacht ik: ik ben blind aan ??n oog. Ik probeerde mezelf te bekijken in mijn achteruitkijkspiegel. Daarin zag ik dat ik gelukkig helemaal niet blind was aan ??n oog, maar dat er allerlei bloed in mijn oog stroomde, dat mij het zicht benam. Dus ik dacht: daar hoef ik me niet druk om te maken. Toen dacht ik aan wat ik had geleerd toen ik mijn rijbewijs haalde: als je een aanrijding hebt, altijd het schadeformulier pakken en dat samen met de bestuurder van de andere auto invullen. Dus ik pakte het schadeformulier en wilde uitstappen, maar dat lukte niet want de deur ging niet open. Dus ik duwde wat harder en toen ging de deur wel open en toen stapte ik uit.
Hallo! What was I thinking! Uitstappen midden op de snelweg!
‘Ga jij maar weer in je auto zitten,’ zei een meneer tegen mij.
‘Oh, ok?,’ zei ik en de meneer kwam naast mij zitten.
‘Hoe gaat het,’ vroeg hij.
‘Gaat wel,’ zei ik.
‘Heb je pijn,’ vroeg hij.
‘Neuh,’ zei ik.
‘Zal ik iets op je wenkbrauw plakken,’ zei hij.
‘Doe maar,’ zei ik en toen deed hij het.
‘Ik denk dat ik flauwval,’ zei ik.
‘Niet doen,’ zei hij.
‘Mag ik dan een pepermuntje,’ zei ik en toen gaf hij me een pepermuntje.
‘Morgen ga ik op vakantie,’ zei ik.
‘Dat zal wel niet doorgaan,’ zei hij.
‘Ik dacht het wel,’ zei ik.
‘Ik dacht het niet,’ zei hij.
‘Ik dacht het wel,’ zei ik.
‘Ik dacht het niet,’ zei hij.
‘Echt wel,’ zei ik.
‘Jij gaat gewoon lekker naar huis en dan gaat je vriendje voor je zorgen,’ zei hij.
‘Ik heb geeneens een vriendje,’ zei ik en toen begon ik te huilen.
(Dat van dat huilen is niet waar hoor! Ik ben geen mietje!)
Dus zo zaten we wat te babbelen tot ik opeens een bekend gezicht door mijn raampje zag kijken. Hee! Het was collega M! Wat toevallig! Nou ja, niet echt, natuurlijk, want hij was ook gewoon op weg naar z’n werk, net als ik. Ik herinnerde me opeens dat ik een afspraak had over een paar minuten.
‘Kun je zeggen dat ik wat later ben?’ vroeg ik.
‘Ja,’ zei hij, maar daarbij trok hij wel een bezorgd gezicht.
Toen stopte er een gele auto waaruit allemaal mannen in witte pakken stapten. Ze trokken me uit de auto en bonden me vast op een brancard en toen reden ze met me weg.
Zo! Een andere keer verder! Want ik heb nog een hoop te doen!
Op mijn site dus, want ik ben die gympies hierboven wel weer eens zat. Ik nodig u uit! Om een mooi paar schoenen voor boven Charlottes web te Photoshoppen. Er zijn een paar voorwaarden, maar daar mag u naar hartelust van afwijken:
Verder mag u ook iets doen met de titel in uw ontwerp (Charlottes web dus – wel op deze manier gespeld aub), maar dat hoeft niet. Stuur uw inzending naar nieuweschoenen at charlottesweb.nl. De wedstrijd sluit op 25 mei dit jaar. De hoofdprijs is dat het winnende paar vanaf 1 juni een hele tijd boven Charlottes web zal prijken. Verder zijn er nog diverse fantastische troostprijzen te winnen, maar die heb ik nu nog niet bedacht.
Omdat het vandaag Moederdag is schrijf ik hier een stukje over mijn moeder, want dat heb ik haar beloofd en ik doe altijd netjes wat ik beloof. Intussen ben ik de vriezer aan het ontdooien, het is maar even dat u het weet.
Mijn moeder denkt dat ze de enige lezer van Charlottes web is.
‘Jij denkt dat je veel lezers hebt, maar dat is niet zo.’
‘Wel.’
‘Niet.’
‘Wel.’
‘Niet, die bezoekers dat ben ik die vierhonderd keer per dag kijkt of je alweer iets nieuws hebt geschreven.’
‘Ja, maar je wordt maar ??n keer geteld.’
‘Niet.’
‘Wel.’
‘Niet.’
‘Wel.’
‘Niet, dat denk jij, maar dat is niet zo.’
‘Hoe weet jij dat nou.’
‘Dat weet ik.’
‘Niet.’
‘Wel.’
‘Niet.’
‘Wel.’
‘Hij telt unieke bezoekers.’
‘Ja, dat denk jij.’
‘Dat is zo.’
‘Niet.’
‘Wel.’
‘Niet.’
‘Nu ga ik ophangen.’
‘Nou, dag!’
‘Dag!’
Emails van mijn moeder gaan zo:
En nu eerst een logje, zoals al zo lang beloofd.
Mama
Hopelijk is er nog wel even tijd voor een logje.
Mama
Als je vanavond werkt kan je ook nog wel even een logje plaatsen. Dat wordt echt de hoogste tijd.
Mama
Ik had gevraagd om een logje maar je reageert hier dus gewoon niet op.
Mama
Je log is stuk, de links doen het niet.
Mama
Je moet ze er toch weer op zetten want als jij ze er niet meer op zet word je er bij merelroze en zo ook uitgeknikkerd.
Mama
Schrijf je nog weer eens een logje.
Mama
Wordt er nog gelogd.
Mama
Ik ben benieuwd naar je reactie en ik hoop op een goed logverhaal.
Mama
En eet goed.
Mama
Verder kan ik nog over m’n moeder zeggen dat ze, als ze m’n site niet aan het refreshen is, in Zuid-Franse perken ligt, vanwege de vorst, die alle planten heeft vermoord. Het is een obsessie, zegt m’n vader, maar die heeft ook wat minder met planten.
Ik heb heel veel van mijn moeder geleerd, bijvoorbeeld hoe je de dingen kunt bedriegen. Stel bijvoorbeeld dat het zoutvat altijd kwijt is en het pepervat nooit. Dan koop je in plaats van een zoutvat nog een pepervat, waar je dan het zout in doet en zie: het pepervat (wat dus stiekem een zoutvat is) raakt nooit meer kwijt. Ja! Dat zijn van die typische levenslessen die alleen je moeder je kan bijbrengen.
Nu mag u hieronder wat over uw moeder vertellen, dan ga ik de keuken dweilen. Wat ik trouwens niet snap is hoe het kan dat er ijs groeit in de vriezer, terwijl je er nooit water aan toevoegt. Waar komt dat ijs vandaan? Als u daar het antwoord op weet, mag u dat ook hieronder plaatsen.