Charlotte doet een stukje Halloween

Zo werd ik toch overvallen door een ziekte!

Eerst was er keelpijn. Dat was nog niet zo erg. Ik ging naar de winkel en kocht Bentasil, vanwege vroeger. Maar in tegenstelling tot hoe het vroeger was, zitten alle Bentasilletjes tegenwoordig afzonderlijk verpakt. Nog los van milieuvervuiling bla bla bla, vind ik dat ze de nietsvermoedende keelpijnpati?nt daar weleens voor mogen waarschuwen! Nu had ik toch bijna een Bentasil inclusief papiertje verorberd en het zat me al niet mee.

Daarna kwam het snot. In groten getale! Het was een snotsoort die zich razendsnel wist voort te planten en eigenlijk was het een beetje eng. Zoveel snot kan nooit in mijn hoofd passen, dacht ik als ik na het niezen in mijn zakdoek keek, maar dat was dus wel zo. Sterker nog, binnen luttele seconden was mijn hele hoofd alweer gevuld met zo mogelijk nog meer snot dat een uitweg zocht! Dat geeft te denken over de hoeveelheid ruimte die mijn hersenen innemen, maar ik heb liever dat u deze schitterende voorzet niet inschopt.

Er was ook nog kriebelhoest. Ik schaam me altijd voor kriebelhoest, daarom probeerde ik tijdens een interview angstvallig te verbergen dat ik last had van kriebelhoest. Ik voelde een hoest aankomen, maar ik hoestte hem niet uit, zeg maar. Hij bleef zitten waar hij zat. Ergens tussen mijn luchtpijp en mijn keel. Maar dat ging niet vanzelf!
‘Ik kriebel jou hihi,’ zei hij.
Ik interviewde onverstoorbaar verder.
De kriebelhoest kriebelde onverstoorbaar verder.
‘Kriebel kriebel kriebel, hoest dan, hoest dan, durf je zeker niet, haha, mietje mietje.’ (De kriebelhoest leek een beetje op mijn broertje.)

Auw, dacht ik terwijl ik mijn aantekeningen maakte.
Of eigenlijk dacht ik: Euhw. Ga weg, kriebelhoest, ga weg!
Ik keek naar de interviewpersoon.
Er welde een traan op in mijn linkeroog. (Een oog dat, zoals u later zult merken, nog een belangrijke rol gaat spelen in dit verhaal!)
Ik schraapte mijn keel.
Ik snikte zachtjes.
‘Ja,’ zei de interviewpersoon.
Ze keek ontroerd.
‘Klanttevredenheid is iets heel moois in de wereld van de ICT.’
‘In de hele wereld,’ zei ik met gebroken stem.
‘Ook buiten de ICT.’
Want laten we wel wezen.

Daarna vond ik het wel genoeg geweest. Het moest maar eens afgelopen zijn met die ziekte! En toen was het over. Zo gemakkelijk gaat dat dus. Ik nieste nog maar vier keer per dag, wat voor mij een soort gemiddelde score is. De keelpijn, het snot en de kriebelhoest waren overwonnen. De ziekte was verslagen. Dacht ik. Maar nee!

Zondagochtend keek ik in de spiegel. Een groot boos oog staarde terug. Een groot, groot, groot oog. Een groot, rood, glimmend opgezwollen oog. Mijn linkeroog had weerzinwekkende proporties aangenomen. Of beter gezegd: de leden van mijn linkeroog. Ze waren in een nacht gegroeid tot iets met horror! Ik herkende mezelf niet meer. Vrijwel mijn gehele gezicht ging verscholen achter mijn linkeroogleden. Tussen mijn twee gigantische kloppende linkeroogleden staarde een dun streepje linkeroog me nog bozig aan. Het was een afschuwelijk gezicht. En het deed pijn, ook nog.

Het ergste was nog wel dat ik vanmorgen mijn linkerlens niet in mijn linkeroog gepropt kreeg. Doordat die dikke oogleden in de weg zaten. Toen moest ik mijn bril op naar ‘t werk. En die bril verandert mijn uitstraling.

‘Oeh, wat kijkt ze streng,’ zeiden mijn bankcollega’s als ik voorbijliep.
‘Ja, pas op!’ zei ik. En ik keek ze nog eens extra streng aan.
Ik vind het altijd wel prettig als de mensen een beetje bang van me zijn.
Dat was dan weer het voordeel.

charlotte@charlottesweb.nl Maandag 31 Oktober 2005 at 9:07 pm | | Default | Negen reacties

We zijn weer thuis oehoe oehoe

Een wereldreiziger! Dat ben ik! Helemaal naar Brazili?! Op Utrecht Centraal was ik reeds verdwaald en volkomen in paniek, toen we vertrokken zo’n twee weken geleden. Terwijl: ik kom daar elke dag. Maar zo’n station is toch opeens heel anders als je op weg bent naar duizenden kilometers ver weg en je je voortdurend bewust moet zijn van je paspoort. Dat heb ik altijd als ik op reis ben. Dan denk ik om de vijf minuten: Help! Waar is mijn paspoort! Dan haal ik alles uit mijn tas en dan pak ik mijn paspoort even stevig vast en dan stop ik alles weer terug. Vijf minuten later: Help! Waar is mijn paspoort! Die heb ik waarschijnlijk laten vallen toen ik net alles uit mijn tas haalde! Enzovoort.

Maar ‘t gaat er gewoon om hoe je kijkt, kwam ik achter toen we eenmaal op het vliegveld aan de overkant waren. Je trekt een gezicht van: ik weet heus wel waar ik heen moet en dan loop je achter iemand anders aan die ook zo’n gezicht heeft. Vriendelijk lachen naar Brazilianen helpt ook, maar zeg vooral nooit ‘No comprende’ tegen ze. Dat betekent namelijk in het Braziliaans: ‘Vertel mij alsjeblieft een heel lang verhaal waar ik niets van begrijp en achtervolg me zo lang mogelijk!’

Hints, daar heb ik veel aan gehad deze vakantie. Ik heb vanalles uitgebeeld, zoals een kurkentrekker, een blaar, een pleister, doodgaan als je een giftig besje eet, een gebroken arm, heel mooi maar nee dank je wel en een bidsprinkhaan. Ik wilde bijna een keer ‘Do you speak English?’ gaan hintsen, maar dat leek me bij nader inzien niet echt nodig. Want de mevrouw van het Bureau Toerisme keek me al aan alsof ik niet goed snik was, toen ik het gewoon vroeg.

Er zijn een paar dingen die ik onrechtvaardig vind aan weer thuis zijn. Ik mis mijn uitzicht. Ik mis honderd soorten fruit aan het ontbijt en ik mis mijn is het al twaalf uur geweest-caipirinha. Ik mis zelfs de trap naar het strand een beetje. En de aapjes in de boom. Gelukkig zit er hier nog altijd een sprinkhaan in de muur. Voor het Brazli?-gevoel denk ik.

charlotte@charlottesweb.nl Dinsdag 18 Oktober 2005 at 11:41 pm | | Default | Negentien reacties