Kerstwonderen gebeuren soms echt
Ik heb dus een soort technische vriend en dat kan weleens lastig zijn met name daar waar het gaat om kerstverlichting. Zo had ik laatst mijn gehele huis in kerstsfeer ondergedompeld. Er is dan weliswaar helaas pindakaas geen boom dit jaar in mijn huis, maar toch! Kerstmis alom. Een kerststukje hier. Een kerstster daar. Kerstballen aan de lamp. Kaarsjes in de vorm van (kerst)sneeuwpoppetjes op de televisie. Her en der wat (kerst)dennenappels en zo hier en daar nog wat kerstachtige tierelantijnen. Kwaliteit zit hem in de details zeggen we bij de bank altijd, nou en dat geldt ook (zeker!) voor kerstsfeer.
De oplossing rond de knipperende kerstlampjes bij het ontbreken van een boom had ik gevonden in de schuifdeuren. Daar konden ze namelijk prima omheen. Ik eerst spijkers in de deurlijst timmeren natuurlijk, want anders bleven ze niet zitten. Kerstlampjes opgehangen, aangesloten, prachtig. Ze knipperden dat het een lieve lust was en vormden de volmaakte toef slagroom op de kersttaart van mijn huiskamer. Toen kwam mijn vriend binnen.
Hieronder een paar voorbeelden van dingen die hij had kunnen zeggen:
‘Wat is het hier m???????i!’
‘Wat heb je hier geweldig gezellig gem?????kt!’
‘Wat heb je dat knap gedaan, helemaal met timmeren en alleeeees!’
‘Wat een heerlijke kerstfeer, ik ben helemaal ontroerd.’
‘Wat ben je toch een fijne, lieve, bijzondere vriendin.’
‘Wil je met me trouwen.’
Nou ja, dat laatste had niet per se in dit verband gehoeven, maar het had wel gekund, dat moet u toch ook toegeven.
Hieronder wat hij in werkelijkheid zei:
‘De kerstlampjes doen het niet.’
Djiezus, dacht ik bij mezelf. Is hij werkelijk zo dom, dacht ik bij mezelf. Iedereen ziet toch dat de kerstlampjes het wel doen, maar omstebeu-heurt! Eerst een paar hier en dan een paar daar en daardoor zijn het knipperende kerstlampjes. Dat legde ik dus uit.
‘Kijk,’ zei ik.
‘Eerst doen die het. En dan die. En zo gaat het rond, dus ze doen het wel. Dat knipperen hoort. Dat is juist leuk.
‘Ja,’ zei hij.
‘Dat snap ik wel. Maar die hele sectie doet het helemaal niet. Ook niet af en toe.’
Ik keek naar de kerstlampjes. Ik probeerde mijzelf niet af te laten leiden door de lampjes die het wel deden. Ik staarde naar de sectie die het volgens mijn vriend niet deed. En die deed het niet. Hoe ik ook staarde met mijn betoverende/hypnotiserende/dwingende blik, de sectie bleef aardedonker. Het was een enorme domper op de kerstvreugde en een grote desillusie.
Zonder verder een blik te werpen op de rest van de kerstsfeer in het huis klom mijn vriend op een stoel. Niet lang daarna deed geen enkele sectie het meer. Alle lampjes werden gedemonteerd en verplaatst en bestudeerd. Zonder resultaat. De kapotte sectie bleef hardnekkig weigeren. Van mij hoefde het al helemaal niet meer met die hele kerstsfeer. Wat heb je eraan?
Tot ik vandaag thuiskwam van ‘t werk. Geheel tegen beter weten in deed ik de stekker van de kerstlampjes in het stopcontact. Ik ging zitten. Ik keek opzij. En wie schetst mijn verbazing! De kapotte sectie van de kerstlampjes! Die knipperde vrolijk alsof er nooit iets aan de hand was geweest! Alsof die niet op het punt gestaan mijn gehele kerst te bederven! Hoe is het mogelijk, dacht ik bij mezelf.
Techniek is toch iets wonderlijks en met name daar waar het gaat om kerstverlichting.
En nu we het toch over kerstwonderen hebben: onlangs beviel mijn schoonzus van mijn neef Tim en daarbij liet ze bijna het leven. Ze werd op het nippertje gered door een zak bevroren cranberry’s.